Those useful words... Flashcards
not everyone
niet iedereen
the same
dezelfde/hetzelfde
by myself
in mijn eentje
elsewhere
elders
somewhere
ergens
nowhere
nergens
nobody
niemand
somebody
iemand
everybody
iedereen/allemaal
something
iets/wat
nothing
niets/niks
everything
alles
already
al
not yet
nog niet
appena
e.g. l’ho appena visto/fatto/detto…
net/zojuist
zojuist is more formal/written language
solo
e.g. è solo un ragno, è solo una battuta…
maar
one and a half
anderhalf
anything/something + adj
Niets/iets + adj+s
(E.g. niets lekkers, iets/wat moois)
Actually
Eigenlijk
Some….others…
Sommige…andere…
What gave you that idea?
hoe kom je erbij?
negative connotation
unless
tenzij
but still…
maar toch…
I get it
Ik snap het, ik begrijp het
Before/earlier
Eerder
approximately
ongeveer
with everyone
met zijn allen
zijn here is read like ze
how comes?
how comes that you’re late?
hoe komt dat?
Hoe komt het dat je laat bent?
that’s a shame
dat is (heel) jammer/zonde
immediately
meteen
despite
ondanks
It doesn’t matter
het maakt niet uit
The worst
Het ergste
Eventually
Uiteindelijk
That’s right
Dat klopt
Easily, quickly
Al gauw