theama 4 H3 Flashcards

1
Q

wat zijn de voorwaarden voor elektrische stroom

A

elektrische stroom is een geordende verplaatsing van vrije gelade deeltjes in een geslote stroom kring onder invloed van een spanning. Geleiders bezitten vrije gelade deeltjes

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wat is het verschil tussen een geleider en een isolator

A

geleiders= stoffen die elektrische stroom geleiden.
isolators= geen elektrische stoom geleiden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wanneer geleidt een zuivere stof elektrische stoom?

A

Een zuivere stof geleidt stroom als het ionen (in vloeistof) of vrije elektronen (in metalen) bevat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wanneer is er sprake van een dissociatie?

A

Bij een ionverbinding zijn de gelade deeltjes, de ionen, reeds aanwezig. Bij het oplossen ontstaan gehydrateerde ionen. Dis is dissociatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wanner is er sprake van ionisatie

A

Sterk polaire covalente stoffen (zuren), niet opgebouwd uit ionen, kunnen gehydrateerde ionen vormen bij het oplossen in water. dit is ionisatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

voorbeeld dissociatievergelijking

A

NaCl ->(H²O) Na+(aq) + Cl (aq)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

waarvoor staan aq

A

opgelost in water

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

noteer voorbeeld van ionisatievergelijking

A

HCl ->(H²O) H+ (aq) + Cl-(aq)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

verschil elektrolyt en niet-elektrolyt

A

elektrolyt= stoffen die in opgeloste of gesmolten toestand elektrische stroom geleiden (ion binding)
niet -elektrolyt= stoffen die niet in ionen worden gesplist of die geen ionen vormen (geen zuur=H of zout m+Nm)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly