H5 Flashcards

1
Q

energiedissipatie

A

tijdens energieomzetting wordt warmte of thermische energie als niet-nuttige energie afgeven aan de omgeving

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wrm is het belangrijk om het rendement van een elektrische toestel te kennen?

A

om te weten hoeveel nuttige energie het toestel produceert.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

formule rendement

A

n= E nuttig/E totaal
(moet je ook in procent omzetten)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

verschil open, gesloten en geïsoleerds systeem

A

open= energie en materie uitgw met omg
gesloten= energie uitgw omg
geîsoleerd= ngeen energie/materie uitgw omg

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

welke energievormen zijn vorm van potentiële energie?

A

potentiële gravitationele energie, potentiële elastische energie, elektrische energie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

welke andere energie vormen kunnen nog aanwezig zijn in een systeem?

A

kinetische energie, kern energie, thermische energie, chemische energie, stralingsenergie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

in welke context wordt eenheid kilocalorie gebruikt

A

dit geeft de hoeveelheid energie in voeding weer. Het staat op voeding etiketten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

vermogen

A

De hoeveelheid energie die per tijdsveerloop (delta t) wordt verbruikt of overgedragen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

formule hoeveemheid enrgie vrijkomt

A

ΔE=P×Δt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

welk toestel levert het grootste vermogen in eenzelfde tijdverloop, het menselijke lichaam of een bouwkraan?

A

Een bouwkraan, want die kan in een korter tijdverloop meer energie leveren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wet van behoud van energie

A

input = output

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

principe van energiebalans

A

De energie die een systeem binnenkomt (input) is na omzetting even groot als de verbruikte energie (output).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

schematische voorstelling van energiebalans van zaklamp die werkt op batterij

A

chemische energie-> elektrische energie-> stralingsenergie + thermische energie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

formule kinetische energie

A

Ek= m.v²/2

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

van welke factoren hangt de potentiële gravitationele energie af

A

Massa, hoogte, zwaarteveldsterkte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

hoeveel x vergroot of verkleint de potentiële elastische enrgie van een systeem als de veer dubbel zoveel wordt ingedrukt?

A

Wordt4x groter.
Epot,el=
k. (2.delta l) ²->4
/ 2

17
Q

open systeem voorbeeld

A

zon, menselijk lich, rijdende auto, klaslokaal met open ramen, brandende houtkachel

18
Q

gesloten systeem voorbeeld

A

zonneboiler

19
Q

geïsoleerd systeem voorbeelden

A

passiefhuis, gesloten thermoskan