Tekst 5.A alles Flashcards
real???!!?!
1
Q
femina
A
vrouw
2
Q
cur
A
waarom
3
Q
sacrum
A
offer
4
Q
facere/io
A
- doen
- maken
5
Q
praeferre
A
verkiezen (boven + dativus)
6
Q
genus, genera
A
afkomst, geslacht
7
Q
avus
A
grootvader
8
Q
gens, gentes
A
volk
9
Q
coniunx, iuges
A
- echtgenoot
- echtgenote
10
Q
septem
A
zeven
11
Q
filius
A
zoon
12
Q
fortuna
A
(het) lot
13
Q
numquam
A
nooit
14
Q
nocere + dativus
A
schaden
15
Q
tantum
A
slechts
16
Q
duo
A
twee
17
Q
liberi meervoud
A
kinderen
18
Q
tamquam
A
als het ware
19
Q
ideo
A
daarom
20
Q
suadere
A
aanraden (aan: + dativus)
21
Q
parere + dativus
A
gehoorzamen (aan)