Survival Flashcards
1
Q
Please
A
Alstublieft (formal)
Alsjebleft (informal)
2
Q
Thank you
A
Dank u
3
Q
Hello
A
Hallo/ hoi
4
Q
Goodbye
A
Vaarwel
Dag
Doei
5
Q
Have a good Day
A
Dag
6
Q
See you later
A
Tot ziens
7
Q
Ok
A
Ok
8
Q
Yes
A
Ja
9
Q
No
A
Nee
10
Q
Maybe
A
Misschien
Kan zijn
11
Q
One
A
Een
12
Q
2
A
Twee
13
Q
3
A
Drie
14
Q
How much
A
Hoe veel
15
Q
I
A
Ik
16
Q
You
A
U
17
Q
Here
A
Hier
18
Q
There
A
Daar
19
Q
There is
A
Er is
20
Q
There are
A
Er zijn
21
Q
There is not
A
Er is geen
22
Q
There are not
A
Er zijn geen
23
Q
My name is
A
Mijn naam is
24
Q
What is your name
A
Wat is jouw naam
25
Q
How are you today
A
Hoe gaat het vandaag met je
26
Q
Youre wekcome
A
Graag gedaan
27
Q
Excuse me (get attention)
A
Excuseer mij
28
Q
Excuse me (get past)
A
Pardon
29
Q
I dont understand
A
Ik begrijp het niet
30
Q
How much is it
A
Hoeveel kost het
31
Q
Cheers
A
Proost
32
Q
Where is the toilet
A
Waar zijn de toiletten