Arsenal Flashcards
1
Q
Now
A
Nu
2
Q
Always
A
Altijd
3
Q
Never
A
Nooit
4
Q
Moment
A
Moment
5
Q
Second
A
Tweede
6
Q
Minute
A
Minuut
7
Q
Hour
A
Uur
8
Q
Day
A
Dag
9
Q
Week
A
Week
10
Q
Month
A
Maand
11
Q
Year
A
Jaar
12
Q
Today
A
Vandaag
13
Q
Tomorrow
A
Morgen
14
Q
Yesterday
A
Gisteren
15
Q
Since
A
Sinds
16
Q
Untill
A
Tot
17
Q
First
A
Eerste
18
Q
Who is
A
Wie is
19
Q
What is
A
Wat is
20
Q
Where is
A
Waar is
21
Q
When is
A
Wanneer is
22
Q
Why?
A
Waarom
23
Q
Because it’s
A
Omdat het is
Want het is
24
Q
Here
A
Hier
25
Q
There
A
Daar
26
Q
The place
A
De plaats
27
Q
The space
A
De ruimte
28
Q
Bathroom
A
Badkamer
29
Q
Room
A
Kamer
30
Q
House
A
Huis
31
Q
Inside
A
Binnen
32
Q
Outside
A
Buiten
33
Q
Mine
A
De mijn
34
Q
Yours
A
De jouwe
35
Q
He
A
Hij
36
Q
She
A
Ze / zij
37
Q
This is mine
A
Dit is van mij
38
Q
We
A
Wij
39
Q
Our
A
Onze
40
Q
That is ours
A
Dat is van ons
41
Q
They
A
Ze/ zij
42
Q
Them
A
Hen
43
Q
Theirs
A
Van hen
44
Q
Number
A
Aantal / nummer