Prepositions (The glue) Flashcards
Prepositions
Voorzetsels
Inside the house
In het huis
Outside the car
Buiten de auto
With me
Met mij
Without him
Zonder Hem
Under the table
ONder de tafel
After tomorrow
Na morgen
Before sunset
Voor Zonsondergang
But im busy
Maar Ik heb het druk
About
Over
Above
Boven
Across
Over
After
Na
Against
Tegen
Among
Onder
Around
Rond
As
Als
At
Op
Before
Voor
Behind
Achter
Below
Onder
Beneath
Onder
Beside
Naast
Between
Tussen
Beyond
Buiten/Achter
But
Maar
By
Door
Despite
Ondanks
Down
Naar Benden
During
Gedurende
Except
Behalve
For
Voor
From
Uit/Van
In
In
Inside
Binnen
Into
In
Near
Nabij
Next
Volgende
of
Van
On
Op
Opposite
Tegenover
Out
Uit
Outisde
Buiten
Over
Over
Per
Per
Plus
Plus
Rond
Rond
Since
Sinds
Than
Dan
Through
Via
Till
Tot / Totdat
To
Aan
Toward
In the richting van
Under
Onder
Unlike
Anders
Untill
Tot
Up
Omhoog
Via
Via
With
Met
Within
Binnen
Without
Zonder