Reflexive Verbs Flashcards
Relax
Zich ontspannen
Hurry
Zich haasten
Move
Zich bewonen
Behave
Zich gedragen
Dress
Zich aankleden / zich kleden
Undress
Zich uitkleden
Change (clothes)
Zich omkleden
Be annoyed by
Zich ergeren aan
Remember
Zich herinneren
Register/enroll
Zich inschrijven voor
Be interested in
Zich interesseren voor
Turn around
Zich omdraaien
Realize
Zich realiseren
Be ashamed
Zich schamen voor
Be amazed at
Zich verbazen over
Be mistaken
Zich vergissen
Look forward to
Zich verheugen op
Apologize
Zich verontschuldigen
Be bored
Zich vervelen
Feel
Zich voelen
Wash
Zich wassen
Allow/afford
Zich veroorloven
Introduce/imagine
Zich voorstellen
Shave
Zich scheren
Hurt
Zich bezeren
Wonder
Zich afvragen
Make an effort
Zich inspannen
Intend to
Zich voornemen voor
Sign up
Zich aanmelden
Hold back
Zich inhouden
Change one’s mind
Zich bedenken
Concentrate
Zich concentreren
Prepare for
Zich voorbereiden op
Worry
Zich zorgen maken
Pretend
Zich aanstellen
To be located
Zich bevinden