Probleem 3 Flashcards
Wat is Childhood amnesia?
weinig herinneringen van vroege levensjaren, bijna geen van voor 3 jaar
Wat is de Reminiscence bump?
Meeste herinneringen van 10 tot 30 jaar
Waardoor ontstaat Childhood Amnesia?
kinderen hebben een vroeg ontwikkeld procedureel systeem waardoor ze simpele geheugentaken kunnen doen en een later ontwikkeld declaratief systeem wat de basis is voor autobiografische herinneringen
Wat is de relatie met het autobiografisch geheugen en taalontwikkeling volgens Pillemer en White?
Kinderen herinneren dingen van hun leven zodra ze die dingen kunnen beschrijven met taal. Kinderen hebben de meeste taalvoortgang tussen 2 en 4 jaar, dus dit is wanneer ze verbaal dingen kunnen vertellen, dus wanneer autobiografisch geheugen ontwikkelt.
Wat is een elaboratieve stijl
voor dochters; lange en gedetailleerde discussies van voorgaande gebeurtenissen -> zorgt voor betere herinneringen
Wat is een pragmatische stijl
voor zonen; beknopte en minder gedetailleerde discussies van voorgaande gebeurtenissen.
Wat is de sense of self
kennis dat iemand een persoon is met unieke en herkenbare kenmerken, en dat dat iemand dingen denkt en weet over de wereld en kan dienen als een veroorzaker.
Wat kwam er uit het cross-culturele onderzoek over de verschillen in Taiwan en VS wbt sense of self
Door de nadruk op jezelf in het westen zouden zij vroegere herinneringen hebben dan het oosten.
De VS had inderdaad vroegere herinneringen en focuste meer op het persoonlijke.
Wat is de theory of mind?
begrip van kinderen dat ze een unieke set van overtuigingen, verlangen en kennis hebben dat ontoegankelijk is voor anderen.
Wat zijn de verklaringen voor de reminiscence bump?
1) De herinneringen in vroeg volwassenheid zijn onderscheidend en belangrijk en er wordt vaak aan ze gedacht waardoor er geen interferentie is.
2) Identiteitsformatie; de periode van adolescentie tot vroeg volwassenheid is een kritische periode voor de identiteitsformatie. Gebeurtenissen hier zijn de meest bepalende, degenen die het vaakst worden verteld en in iemands levensverhaal worden verwerkt.
3) Neurologische ontwikkeling; het cognitief vermogen en hersenfunctie hebben een piek in vroeg volwassenheid, dus gebeurtenissen hier worden het best herinnerd. De gebeurtenissen hoeven niet eens per se een sterke emotie/belang/waarde te hebben.
Hoe kunnen autobiografische herinneringen opgehaald worden volgens het zelfgeheugensysteemmodel
Generatieve retrieval: opzettelijke ophaling op basis van huidige doelen, bevat werkende zelf
Directe retrieval: onvrijwillige ophaal geactiveerd door specifieke aanwijzing
Vier breinnetwerken bij generatieve retrieval
1) Fronto-parietaal netwerk: constructie van autobiografische herinneringen; geassocieerd met adaptieve gecontroleerde processen en waarschijnlijk betrokken bij verbale retrieval.
2) Cingulooperculum netwerk: constructie van autobiografische herinneringen; geassocieerd met doelbehoud.
3) Mediale prefrontale cortexnetwerk: constructie en latere uitwerking van autobiografische herinneringen; betrokken bij zelfreferentiële verwerking.
4) Mediale temporale kwabnetwerk: constructie en latere uitwerking van autobiografische herinneringen; geassocieerd met declaratief geheugen (bewust).
Wat kan er geconcludeerd worden over mensen met een depressie en autobiografische herinneringen?
Depressieve individuen hebben meer over-algemene autobiografische herinneringen door hun vermijdingsstrategieën en laten een negatief en slecht geïntegreerd gevoel van hun zelf zien. Ze zijn gevoeliger om depressie te krijgen. Meer specificiteit van herinneringen in depressieve individuen voorspelt herstel van depressie.
Wat is amnesie?
Ernstige tekorten in het episodisch geheugen
Wat is Retrograad amnesie?
verlies van geheugen van gebeurtenissen die vóór de breinschade voorkwamen; het tekort is vooral ernstig van gebeurtenissen die tijdens de jaren vlak vóór de schade voorkwamen
Wat is Anterograad amnesie?
verlies van het vermogen om herinneringen te vormen van gebeurtenissen die ná breinschade voorkwamen
Wat is het vereenvoudigd model?
Amnesiesyndroom bestaat uit twee hypotheses
1) Consolidatiehypothese: leren in episodisch geheugen bevat items associëren met hun context door een soort ‘geheugensteunslijm’.
2) Contextuele hypothese: de essentie van episodisch geheugen is het vermogen om ervaringen te ‘lijmen’ aan een specifieke context, er wordt dus een contextuele tag gegeven dat ervoor zorgt dat individuele ervaringen worden opgehaald.
Kritiek: dit model is fout en veel te simpel.
Wat houdt het Autobiografisch Geheugen Interview van Kopelman in?
mensen vragen om specifieke informatie te herinneren die is geselecteerd uit een reeks tijdsperioden. Het persoonlijk semantische geheugen werd onderzocht: feitelijke kennis over iemands eigen verleden.