nederlands Flashcards
1
Q
januari
A
janus
2
Q
ferbuari
A
Febuus
3
Q
maart
A
Mars
4
Q
April
A
aphrodite
5
Q
mei
A
Maia ( moeder van Mercurius)
6
Q
juni
A
juno
7
Q
juli
A
julius caesar
8
Q
augustus
A
keizer augustus
9
Q
september
A
7 ( septem)
10
Q
oktober
A
8 (okto)
11
Q
november
A
9 (novem)
12
Q
december
A
10 (decem)
13
Q
maandag
A
maan
14
Q
dinsdag
A
Mars
15
Q
woensdag
A
Mercurius
16
Q
donderdag
A
jupiter
17
Q
vrijdag
A
venus
18
Q
zaterdag
A
saturnus
19
Q
zondag
A
Zon
20
Q
Mercurius
A
god van de handel en boodschappen
21
Q
Venus
A
Godin van de liefde en schoonheid
22
Q
Mars
A
oorlogsgod
23
Q
Jupiter
A
oppergod
24
Q
saturnus
A
god van de oost
25
Q
uranus
A
god van de hemel
26
Q
neptunus
A
god van de zee