Market 1 Flashcards
Hoeveel is het?
How much is it?
Wat kost dat?
How much is that?
Hoe duur is dit?
How expensive is this?
Hoeveel krijgt u van me?
How much should I pay to you?
Hoeveel worstjes wilt u? (4)
Ik wil er vier
Hoeveel wilt u (er)?
How much of it do you want?
Wie is er aan de beurt?
Who is in the line?
Ik ben aan de beurt
I am in the line
Anders nog iets?
Anything else?
Ik wil graag een stuck oude kaas
I want please a piece of old cheese
Waar kan ik vis kopen?
Where can I buy fish?
Vis koop je bij de visboer
You buy fish in the fish shop
Wijn koop je bij de slijterij
You buy wine in the liquor store
Vlees koop je bij de slagerij
You buy meat in the butchery
De winkels
The stores
Een pak melk
A box(carton) of milk
Een fles ranja
A bottle of sap