Lesson 4 Flashcards
de afspraak
The appointment
de appel
The apple
het cafe
the cafe
het centrum
the centre
even kijken
lets see
het fruit
the fruit
geen probleem
no problem
goed idee
good idea
de koffie
the coffee
lekker
delicious
de markt
the market
nemen
to take
de noot
the nut
de peer
the pear
prima
fine
het sap
the juice
snel
fast, quick
sorry
sorry
de sportschool
the gym
het taartje
the little cake
te laat
too late
tot straks
see you soon
tram
the tram
trouwens
by the way
wachten op
to wait for
wachten
to wait
willen
want
beginnen
to start, to begin
boodschappen doen
to do grocery shopping
douchen
to shower
lunchen
to eat lunch
naar bed gaan
to go to bed
ontbijten
to eat breakfast
opstaan
to wake up
sporten
to excercise
tanden poetsen
to brush teeth
de gum
the eraser
het lesboek
the course book
de pen
the pen
het potlood
the pencil
de puntenslijper
the sharpener
het schrift
the notebook
het blad papier
the sheet of paper
het woordenboek
the dictionary
de bloem
the flower
het ei
the egg
de fles
the bottle
het horloge
the watch
de klok
the clock
het koekje
the cookie
het raam
the window
de sleutel
the key
de wekker
the alarm clock