les 4-7 Flashcards
wat zegt de periode en de groep
de periode is een horizontale rij die gaat van links naar rechts waarbij het atoomnummer Z stijgt
de groep is een verticale kolom die gaat van boven naar onder en in 1 groep zitten elementen met dezelfde chemische eigenschappen
wat is A en Z
A = atoommassagetal = aantal neutronen + protonen
Z = atoomnummer = aantal protonen = aantal elektronen
hoe bereken je de gemiddelde atoommassa
de atoommassa van de isotoop vermenigvuldigen met het percentage/100 en die optellen met de andere isotopen
geef de kwantumgetallen + symbool
hoofdkwantumgetal n
nevenkwantumgetal l
magnetisch kwantumgetal m
spinkwantumgetal ms
teken het Aufbau principe
welke 2 afwijkingen op et Aufbau principe heb je + hoe komt dat
Cr en Cu en dat komt omdat bij toenemend atoomnummer worden energieverschillen tussen subniveau’s kleiner, waardoor het atoom extra stabiliteit wilt voor de halfgevulde orbitalen
welke elementen in het systeem eindigen hun configuratie met s, p, d of f
rood = s
geel = p
blauw = d
groen = f
hoe bereken je de effectieve kernlading
Z* = Z - σ
σ veranderd naarmate het elektron op dezelfde schil of op een andere schil ligt
formule atoomstraal
r = cte * n²/Z*
hoe gaat de EN in het periodiek systeem
EN stijgt van links naar rechts en van onder naar boven
hoe gaat de ionisatie energie, elektronen affiniteit, atoomstraal, metallisch en niet-metallisch karakter in het periodiek systeem
hoe gaat de ionisatie energie, elektronen affiniteit, atoomstraal, metallisch en niet-metallisch karakter in het periodiek systeem
hoe bereikt een ion en covalente binding de octetstructuur
ion: met het uitwisselen van één of meerdere elektronen
covalent: met het delen van één of meerdere elektronen
wat vormen metalen en niet metalen bij de ionbinding
metalen vormen kationen (positief)
niet metalen vormen anionen (negatief)
2 eigenschappen van ionbinding
meestal vast en hoog smeltpunt
slechte elektrische geleiders
uit wat bestaat een ion en covalente binding
ion: niet-metaal en metaal
covalent: 2 niet-metalen
wanneer zijn ion en covalente bindingen apolair en polair
ion: symmetrisch = apolair
niet symmetrisch = polair
covalent: tussen identieke atomen = apolair
tussen niet identieke atomen = polair
wanneer heb je een ion of covalente binding als je kijkt bij de EN-waarde
ion: ΔEN > 1,7
covalent: ΔEN < 1,7
andere naam voor intermoleculaire krachten
Van der Waals krachten
wat is er speciaal aan een ideaal gas
die heeft geen intermoleculaire krachten
wat is het molair volume van 1 mol gas bij normale omstandigheden
22,4 l/mol
wat is de Debye kracht
combinatie van de dipool-dipool en londonkrachten
hoe zijn de IM-krachten gerangschikt van sterk naar zwak
waterstofbruggen > dipool-dipool > Debye > Londonkrachten