Les 24 Flashcards
Seizonenen ( de, het seizonen)
Season
Zomer (de)
Summer
Herfst (de)
Autumn,fall
Najaar (het)
Autumn, fall
Winter (de)
Winter
Lente (de)
Spring
Voorjaar (het)
Spring
Januari
January
Europa
Europe
Dus
So
Nederland
The Netherlands
Dagen (de)
Days
Kort
Short
Nachten (de)
Nights
Lang
Long
Vandaag
Today
Erg
Very
Koud
Cold
Toch
Even, so, anyway
Buiten
Outside
Doe….. aan (aandoen)
Put on
Dan
Then
Dikke
Thick
Jas (de)
Coat
Blijf (blijven)
Stay
Warm
Warm
Binnen
Inside
April
April
Wordt (worden)
Gets, becomes
Fijn
Nice
Seizoen (het)
Season
Worden (worden)
Become
Langer
Longer
Warmer
Warmer
Gaan (gaan)
Go
Lekker
Lovely
Zonder
Without
Eindijk
Finally
Mooi
Pretty
Al
All
Bloemen (de bloem)
Flowers
Juli
July
Heerlijk
Wonderful
Weer (het)
Weather
Niemand
Nobody
Draagt (dragen)
Wears
Weken (de)
Weeks
Droog
Dry
Vrij
Free
Want
Because
Scholen (de school)
Schools
Dicht
Closed
Wat
What
Oktober
October
Bladeren (de, het blad)
Leaves
Vallen (vallen)
Fail
Bomen (de boom)
Trees
Regent
Rain
Veel
A lot
Nat
Wet
Donker
Dark
Hond (de)
Dog
Gezellig
Cosy,nice
Moet
Must
Kalender (de)
Calender
Februari
February
Mei
May
Juni
June
Augustus
August
September
September
November
November
December
December