Les 21 Flashcards
Wat
What
Is
Is
Uw
Your
Naam (de)
Name
Dag
Hello
Mevrouw (de)
Madam, ma’am
Goedemiddag
Good afternoon
Kan
Can
Ik
I
U
You
Help (helpen)
Help
Wil (willen)
Want
Mij
Myself
Graag
Please
Inschrijven (inschrijven)
Register
Goed
Okay
Mijn
My
Waar
Where
Woont (wonen)
Lives
Woon (wonen)
Live
In
In
En
And
Adres
Address
Hoofdstraat
High street
Weet (weten)
Know
De
The
Postcode (de)
Post code
Ja
Yes
Hebt (hebben)
Have
Telefoon (de)
Telephone
Nummer (het)
Number
Dat
That
Een
A
Makkelijk
Easy
Ook
Also
Mobiel
Mobile
Zeker
Sure
Even
Just
Denken (denken)
Think
Wacht (wachten)
Wait
Kijk (kijken)
Look
Boekje (het)
Little book/ diary
Hier
Here
Staat
Stands (hier staat het = Here it is)
Het
It
Moeilijk
Difficult
Vergeet (vergeten)
Forget
Steeds
Always
Één
One
Twee
Two
Drie
Three
Vier
Four
Vijf
Five
Zes
Six
Zeven
Seven
Acht
Eight
Negen
Nine
Tien
Ten
Nul
Zero
Vragen (de)
Questions
Kennen (kennen)
Know
Wij
We
Elkaar
Each other
Jij
You
Bij
Near
Straat (de)
Street
Zie
See
Jou
You
Vaak
Often
Fietsen(fietsen)
Cycle, cycling
Geloof
Believe
Niet
Not
Met
With
O
Oh
Buiten
Outside
Hoe
How (hoe heet jij=what’s you name)
Heet (heten)
Are called (hoe heet jij= what’s your name)
Ben
Are
Je
You
Alleen
By yourself, alone
Nee
No
Vriend (de)
Boyfriend
Hij
He