Les 2 Flashcards
Welke fases van conjunctuur zijn er?
Opgaande fase
Hoogconjunctuur
Neergang
Laagconjunctuur (recessie)
Wat is de opgaande fase?
Kenmerkt zich door toenemende groei van bestedingen. Productiegroei neemt eveneens toe, arbeidsproductiviteit neemt sterk toe, vraag naar goederen neemt toe maar prijs blijft gelijk, spreken van een hoeveelhelheidsconjunctuur
Wat is hoogconjunctuur?
Er ontstaan knelpunten in het productieproces, vraag naar goederen en diensten overtreft de productiecapaciteit waardoor de prijzen stijgen. Ook de lonen en grondstofprijzen stijgen. Hoog niveau van investeringen en consumptie.
Neergang en laagconjunctuur
Bestedingen lopen terug waardoor inflatie, productie, werkgelegenheid, winstgevendheid en investeringen dalen.
Recessie:
Als het BBP 2 kwartalen achter elkaar daalt.
Overbesteding:
postiieve outputgap
Onderbesteding:
negatieve outputgat
Wat gebeurt er qua investeringen bij dal laagconjunctuur
Door overcapaciteit is er door de meeste organisaties maar weinig geïnvesteerd, op een gegeven moment zijn de voorraden echter op en hebben de materiele vaste active vervanging nodig. Daardoor wordt er geinvesteerd en dit heeft een aanjaageffect op de hele economie.
Wat gebeurt er qua investeringen bij piek hoogconjunctuur
Bedrijven investeren veel door een hoog consumentenvertrouwen en hoge omzetverwachtingen
Opbrengsten van te dure investeringen blijken tegen te vallen en het productenvertrouwen neemt af.
Investeringen worden drastisch ingeperkt en dit zorgt voor het begin van de neergaande fase.
Wat is inflatie?
Een stijging van de gemiddelde consumentenprijzen ofwel een stijging van het algemeen prijsniveau. Hierdoor daalt de waarde van het geld.
Wat is bestedingsinflatie?
Bestedingen overtreffen de productiecapaciteit, als gevolg gaan dan de prijzen omhoog. Komt voor in hoogconjunctuur.
Wat is kosteninflatie?
Deze worden altijd doorberekend in de prijzen: stijgende loonkosten, stijgende invoerprijzen, stijgende kosten van grondstoffen en halffabricaten, stijgende rente.
Inflatie door overheidsmaatregelen:
Via de belasting en accijnzen maar ook door premies en huren van woningen.
Wat zijn de gevolgen van inflatie?
Werkgevers hebben profijt van prijsstijgingen
Werknemers hebben profijt van loonstijgingen
Door loonstijgingen stijgt de belasting hierover dus voordeel voor overheid.
Waardoor stijgt de consumptie? BESTEDING
Inkomen(koopkracht), consumentenvertrouwen. Mindere mate rente en vermogensontwikkeling.
Waardoor stijgen investeringen? BESTEDING
vooral door afzetverwachtingen, bezettingsgraad en winstgevendheid. rente heeft negatieve invloed.
Waardoor stijgen overheidsbestedingen BESTEDING
Wordt door overheid bepaald, onafhankelijk van andere variabelen in het model.
Waardoor stijgt export en import? BESTEDING
Ontwikkeling van conjunctuur in andere landen, wereldhandel en concurrentiepositie van het bedrijfsleven.
Wat bepalen de bestedingen?
De productie/bbp, investeringen bepaalt ook de capaciteit.
Wat is het verschil tussen de productie (bbp) en capaciteit?
De outputgap, bij positieve outputgap is de productie groter dan de capaciteit en is de bezettingsgraad hoog. In mindere tijden is de productie lager dan capaciteit en is de bezettingsgraad laag.
Hoe kom je op de werkgelegenheid?
Productie delen door arbeidsproductiviteit
Het verschil tussen werkgelegenheid en arbeidsaanbod is de werkloosheid.
Wat beinvloed de inflatie bij prijsontwikkeling
loonkosten per eenheid product, invoerprijzen in euro’s, winstmarge (door bezettingsgraad) en overheidsmaatregelen. Op de tweede plaats de bestedingen. Rente hoger door inflatie.