les 11 Flashcards
servo, servare
redden
ignoro, ignorare
niet weten, niet kennen
interrogo, interrogare
ondervragen
despero, desperare
wanhopen
paro, parare
klaarmaken
nego, negare
ontkennen, weigeren, zeggen dat niet
praebeo, praebere
geven, verlenen
desino, desinere
ophonden (met)
perf. desii, desitum
mitto, mittere
Zenden, sturen
Perf. misi, missum
traho, trahere
trekken
perf. taxi, tactum
quaero, quaerere
zoeken, vragen
Perf. quaesivi, quaesitum
peto, petere
Gaan naar, aanvallen, vragen, verlangen
Perf. petivi, petitum
vivo, vivere
leven
perf. vixi
invado, invadere
binnendringen, aanvallen
Graecus
Griek, grieks
Pretium
prijs
salus, Salutes
redding
sors, sortes
lot
frater, fratres
broer
ceterus
overig, ander
sic
zo
profecto
inderdaad
proinde
dus, daarom
cum
wanneer, toen, op het moment dat
quamquam
hoewel
autem
maar, echter
enim
immers
si
als, indien
apud
bij