Koude Oorlog Flashcards

1
Q

Wapenwedloop

A

Een race tussen landen om steeds meer en krachtigere wapens te ontwikkelen vooral tussen de VS en de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Nucleaire wapenwedloop

A

De strijd tussen de VS en de Sovjet-Unie om de meeste en krachtigste kernwapens te bezitten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Cubacrisis

A

Een crisis in 1962 waarbij de Sovjet-Unie kernraketten op Cuba plaatste

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Afschrikking

A

Een strategie waarbij landen proberen oorlog te voorkomen door de vijand af te schrikken met een groot wapenarsenaal.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Koude Oorlog

A

De periode van vijandschap tussen het kapitalistische Westen en het communistische Oostblok (1945-1989)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Communisme

A

Een politiek en economisch systeem waarin de staat alle productiemiddelen bezit en streeft naar een klassenloze samenleving.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Dictatuur

A

Een regeringsvorm waarbij één persoon of een kleine groep alle macht heeft en geen politieke oppositie toestaat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Planeconomie

A

Een economisch systeem waarin de overheid bepaalt wat en hoeveel er geproduceerd wordt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Kapitalisme

A

Een economisch systeem waarin bedrijven en productiemiddelen in handen zijn van particulieren en de markt grotendeels vrij is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Democratie

A

Een bestuursvorm waarin het volk via verkiezingen bepaalt wie het land regeert en waar grondrechten worden gewaarborgd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Markteconomie

A

Een economisch systeem waarin vraag en aanbod bepalen wat geproduceerd wordt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Marshallplan

A

Een Amerikaans economisch hulpprogramma (1948) om West-Europa na de Tweede Wereldoorlog economisch te herstellen en het communisme tegen te gaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wederopbouw

A

De periode na de Tweede Wereldoorlog waarin landen hun economie en infrastructuur herstelden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wirtschafts-wunder

A

Het snelle economische herstel van West-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Volksopstand

A

Een opstand van de bevolking tegen de regering

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Berlijnse Muur

A

Een muur die in 1961 werd gebouwd door de DDR om inwoners van Oost-Berlijn te verhinderen naar West-Berlijn te vluchten. De muur viel in 1989.

17
Q

Geallieerden

A

De bondgenoten (VS

18
Q

Conferentie van Jalta

A

Een bijeenkomst in februari 1945 tussen Churchill

19
Q

Invloedssfeer

A

Een gebied waar een land veel politieke of economische invloed heeft

20
Q

Conferentie van Potsdam

A

Een bijeenkomst in juli 1945 tussen Churchill

21
Q

Ideologieën

A

Een geheel van ideeën over hoe een samenleving ingericht moet worden

22
Q

Blokvorming

A

Het ontstaan van twee vijandige groepen landen tijdens de Koude Oorlog: het kapitalistische Westen en het communistische Oostblok.

23
Q

IJzeren Gordijn

A

De bijna ondoordringbare grens tussen Oost- en West-Europa tijdens de Koude Oorlog.

24
Q

NAVO

A

Een militair bondgenootschap opgericht in 1949

25
Q

Warschaupact

A

Een militair bondgenootschap van de Sovjet-Unie en Oost-Europese landen

26
Q

Bondsrepubliek Duitsland (BRD)

A

West-Duitsland

27
Q

Duitse Democratische Republiek (DDR)

A

Oost-Duitsland

28
Q

Lenin

A

De leider van de Russische Revolutie (1917) en oprichter van de Sovjet-Unie

29
Q

Stalin

A

De leider van de Sovjet-Unie (1924-1953) die een dictatuur instelde

30
Q

Chroesjtsjov

A

De Sovjetleider na Stalin (1953-1964) bekend om de dooi in de Koude Oorlog en de Cubacrisis

31
Q

Gorbatsjov

A

De laatste leider van de Sovjet-Unie (1985-1991) die met hervormingen zoals glasnost en perestrojka bijdroeg aan het einde van de Koude Oorlog.

32
Q

Churchill

A

De premier van Groot-Brittannië tijdens de Tweede Wereldoorlog

33
Q

Roosevelt

A

De president van de VS tijdens de Tweede Wereldoorlog

34
Q

Truman

A

De Amerikaanse president (1945-1953) die de Truman-doctrine opstelde om het communisme in te dammen en het Marshallplan uitvoerde.

35
Q

Kennedy

A

De Amerikaanse president (1961-1963) bekend van de Cubacrisis en zijn toespraak in Berlijn waarin hij West-Berlijn steunde.

36
Q

Reagan

A

De Amerikaanse president (1981-1989) die de Sovjet-Unie economisch onder druk zette en een belangrijke rol speelde bij het einde van de Koude Oorlog.