Koude Oorlog Flashcards
Wapenwedloop
Een race tussen landen om steeds meer en krachtigere wapens te ontwikkelen vooral tussen de VS en de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog.
Nucleaire wapenwedloop
De strijd tussen de VS en de Sovjet-Unie om de meeste en krachtigste kernwapens te bezitten.
Cubacrisis
Een crisis in 1962 waarbij de Sovjet-Unie kernraketten op Cuba plaatste
Afschrikking
Een strategie waarbij landen proberen oorlog te voorkomen door de vijand af te schrikken met een groot wapenarsenaal.
Koude Oorlog
De periode van vijandschap tussen het kapitalistische Westen en het communistische Oostblok (1945-1989)
Communisme
Een politiek en economisch systeem waarin de staat alle productiemiddelen bezit en streeft naar een klassenloze samenleving.
Dictatuur
Een regeringsvorm waarbij één persoon of een kleine groep alle macht heeft en geen politieke oppositie toestaat.
Planeconomie
Een economisch systeem waarin de overheid bepaalt wat en hoeveel er geproduceerd wordt
Kapitalisme
Een economisch systeem waarin bedrijven en productiemiddelen in handen zijn van particulieren en de markt grotendeels vrij is.
Democratie
Een bestuursvorm waarin het volk via verkiezingen bepaalt wie het land regeert en waar grondrechten worden gewaarborgd.
Markteconomie
Een economisch systeem waarin vraag en aanbod bepalen wat geproduceerd wordt
Marshallplan
Een Amerikaans economisch hulpprogramma (1948) om West-Europa na de Tweede Wereldoorlog economisch te herstellen en het communisme tegen te gaan.
Wederopbouw
De periode na de Tweede Wereldoorlog waarin landen hun economie en infrastructuur herstelden.
Wirtschafts-wunder
Het snelle economische herstel van West-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog
Volksopstand
Een opstand van de bevolking tegen de regering
Berlijnse Muur
Een muur die in 1961 werd gebouwd door de DDR om inwoners van Oost-Berlijn te verhinderen naar West-Berlijn te vluchten. De muur viel in 1989.
Geallieerden
De bondgenoten (VS
Conferentie van Jalta
Een bijeenkomst in februari 1945 tussen Churchill
Invloedssfeer
Een gebied waar een land veel politieke of economische invloed heeft
Conferentie van Potsdam
Een bijeenkomst in juli 1945 tussen Churchill
Ideologieën
Een geheel van ideeën over hoe een samenleving ingericht moet worden
Blokvorming
Het ontstaan van twee vijandige groepen landen tijdens de Koude Oorlog: het kapitalistische Westen en het communistische Oostblok.
IJzeren Gordijn
De bijna ondoordringbare grens tussen Oost- en West-Europa tijdens de Koude Oorlog.
NAVO
Een militair bondgenootschap opgericht in 1949
Warschaupact
Een militair bondgenootschap van de Sovjet-Unie en Oost-Europese landen
Bondsrepubliek Duitsland (BRD)
West-Duitsland
Duitse Democratische Republiek (DDR)
Oost-Duitsland
Lenin
De leider van de Russische Revolutie (1917) en oprichter van de Sovjet-Unie
Stalin
De leider van de Sovjet-Unie (1924-1953) die een dictatuur instelde
Chroesjtsjov
De Sovjetleider na Stalin (1953-1964) bekend om de dooi in de Koude Oorlog en de Cubacrisis
Gorbatsjov
De laatste leider van de Sovjet-Unie (1985-1991) die met hervormingen zoals glasnost en perestrojka bijdroeg aan het einde van de Koude Oorlog.
Churchill
De premier van Groot-Brittannië tijdens de Tweede Wereldoorlog
Roosevelt
De president van de VS tijdens de Tweede Wereldoorlog
Truman
De Amerikaanse president (1945-1953) die de Truman-doctrine opstelde om het communisme in te dammen en het Marshallplan uitvoerde.
Kennedy
De Amerikaanse president (1961-1963) bekend van de Cubacrisis en zijn toespraak in Berlijn waarin hij West-Berlijn steunde.
Reagan
De Amerikaanse president (1981-1989) die de Sovjet-Unie economisch onder druk zette en een belangrijke rol speelde bij het einde van de Koude Oorlog.