Hoofdstuk 4 - We gaan verhuizen Flashcards
Dit hoofdstuk gaat over huizen en meubels.
het appartement
apartment
de boot
boat
het flatgebouw
apartment building
het rijtjeshuis
terraced house
de villa
villa
alleen
by yourself / only
het bad
bath
het balkon
balcony
het beetje
a little
beneden
downstairs
boven
upstairs
daarom
therefore
delen
to share
het dorp
village
fantastich
fantastic
het gezin
family (parents and children)
groot
big
de hal
hall
hartstikke
terribly / awfully
de kamer
room
de kast
cupboard
de keuken
kitchen
licht
bright
de meter
metre
de muziek
music
natuurlijk
of course
het raam
window
rustig
quiet(ly)
de slaapkamer
bedroom
de stad
town, city
het toilet
toilet
de tuin
garden
de verdieping
floor
de vierkante meter
square meter
vrij (vrij klein)
rather (rather small)
de wasmachine
washing machine
de werkkamer
study
zelfs
even
de zolder
attic
zo’n
about
zonder
without
het aantal
the number
al(le)
all
bedoelen
to mean
betalen
to pay
helaas
unfortunately
helpen
to help
hoog
high
huren, de huur
to rent, rent
inschrijven
to register
jammer (het is jammer voor u)
a pity / too bad (I am sorry for you)
krijgen
to get / to receive
laag
low
de leeftijd
age
misschien
perhaps, maybe
prachtig
beautiful, wonderful
reageren
to respond / to react
ruim
spacious
het salaris
salary
spijten
to be sorry
te koop
for sale
verder (verder zoeken)
farther, further (to go on looking)
verhuizen
to move
verkeerd
wrong
via
through
de woning
house
zien
to see
de (meubel) bank
couch, sofa
het bed
bed
echt (waar)
real(ly) / yes it is
erg
very
het geld
money
het idee
idea
de kleur
colour
het kussen
pillow
de meubels
furnitur
passen bij / in
to go with / to match with / to go well in
de stoel
chair
de tafel
table
bekijken
to look at
de brief
letter
het momen(tje)
moment (just a moment, hold on please)
prima
excellent
spreken
to speak, to talk
vanaf
from
de woningbouwvereniging
housing association
arm
poor
eigen
own
eindelijk
at last
langskomen
to come around