Hoofdstuk 4: anxiety, obsessive-compulsive and related disorders Flashcards
angst
fear
de fysiologische en emotionele reactie van het centrale zenuwstelsel op een serieuze dreiging voor de gezondheid van het organisme
angstigheid
anxiety
de fysiologische en emotionele reactie van het CNS op een vaag gevoel van dreiging voor de gezondheid van het organisme
gegeneraliseerde angststoornis
excessieve angstigheid in meeste omstandigheden en zorgen maken om praktisch gezien alles
GAS checklist
- > 6 maanden last van onevenredige, oncontroleerbare en voortdurende angst en zorgen over verschillende zaken
- tenminste 3 van de symptomen: gespannenheid, vermoeidheid, concentratieproblemen, geïrriteerdheid, spierspanning en slaapproblemen
- significante subjectieve last of interferentie met dagelijks leven
sociocultureel perspectief op GAS
- ontwikkeld zich bij mensen die zich bevinden in gevaarlijke sociale omstandigheden
- sociale stress
- armoede discriminatie en onveiligheid
psychodynamisch perspectief op GAS
alle kinderen ervaren angst
-realistische angst wanneer ze in gevaar zijn
- neurotische angst wanneer ze denken dat ID impulsen gevaarlijk zijn en niet kunnen uiten
- morele angst wanneer ze gestraft worden bij uiten ID impulsen
-> sommige kinderen hebben extreem hoge angst en andere een slecht defensie mechanisme
behandelingen GAS volgens psychodynamisch perspectief
- vrije associatie
- therapeut interpretatie van transfer, resistentie en dromen
specifieke behandelingen
- focus op controleren id
- relatieproblemen identificeren en op lossen
- korte termijn psychodynamische therapie is effectiever
humanistisch perspectief op GAS
wanneer mensen niet eerlijk en zelf-accepterend naar zichzelf zijn ontstaat GAS. verklaring van Carl Rogers
Carl Rogers humanistisch perspectief uitleg GAS
ontbreken van onconditionele positieve waardering tijdens de kindertijd zorgt voor “conditions of worth”
bedreigende zelf-beoordelingen kunnen angst veroorzaken en de ontwikkeling van GAS faciliteren.
humanistische behandeling GAS
- client-centered aanpak om onconditionele positieve waardering te uiten en empathie
- weinig evidentie voor behandeling en verklaring van Rogers
Cognitief-gedrags perspectief op GAS
problematische gedragingen en dysfunctionele denkpatronen veroorzaken psychologische stoornissen.
vroegere assumpties GAS cognitief-gedrags perspectief
- maladaptieve of irrationele assumpties (Ellis)
- stille assumpties (Beck)
recentere verklaringen cognitief-gedrags perspectief
- metacognitieve theorie (Wells) en metazorgen
- intolerantie van onzekerheid theorie (Koerner en collega’s)
- vermijdingstheorie (Borkovec)
behandeling GAS volgens cognitief-gedrags perspectief
- veranderen van maladaptieve assumpties, ellis’ rational-emotive therapy
- tegen gaan van zorgen met mindfulness en acceptatie en commitment therapie
biologisch perspectief op GAS
- biologische factoren als oorzaak
- > ondersteund door familiehistorie- en hersenstudies, maaar uitgedaagd door gedeelde omgeving
- relatie hersengebieden aan angstreacties
hersenstructuren en neurotransmitters betrokken bij GAS volgens biologisch perspectief
- GABA resulteert uit hyperactieve angst circuits
- prefrontale cortex
- anterior congulate cortex
- insula
- amygdala
- bed nuclea of stria terminals (mogelijk belangrijker dan andere structuren)
GAS behandeling
medicatie
- begin 1950: barbituraten
- late 1950: benzodiazepines
- recent: antidepressiva en antipsychotica medicatie
fobieën
intensere en persistente angst voor een bepaald object, activiteit of situatie. mensen met een fobie worden al bang bij de gedachte ervan en vermijden het zoveel mogelijk. het zorgt voor stress die interfeert met het normaal functioneren.
categorieën van fobieën
- specifieke fobieën
- agorafobie
specifieke fobieën cijfers
- 10% bevolking
- 14% last van in levensloop
- vrouwen en mannen 2:1
- 32% zoekt hulp
specifieke fobieën checklist
- angst langer dan 6 maanden
- confrontatie = onmiddelijke angst
- vermijding
- last/inferentie dagelijks leven
agorafobie
een angst voor publieke plekken of situaties waarin ontsnappen moeilijk is als de persoon in paniek zou raken.
agorafobie cijfers
- 1.7% bevolking last van
- 2.6% last van in levensloop
- vrouwen > mannen
- 46% zoekt hulp
agorafobie checklist
- extreme angst in afgebakende situaties
- vermijding agorafobische situatie
- symptomen > 6 maanden
- significante last (kan fluctureren)
cognitief gedrags perspectief op specifieke fobieën
angsten worden aangeleerd door klassieke conditionering en modelering.
- ondersteund door vroege labstudies zoals watson en Rayner voor KC en Bandura en Rosenthal voor modelering.
- maar McGabe en Gamble -> angstreacties niet altijd geconditioneerd.
Gedrags-evolutionar perspectief op specifieke fobieën
preparedness: we hebben een soort-specifieke biologische voorbereidheid om angsten te ontwikkelen. dit verklaart waarom sommige fobieën vaker voorkomen dan anderen.
behandeling gedrags-evolutionair perspectief specifieke fobieën
- exposure therapie
3 vormen - systematische desentisatie
- flooding
- modeling
systematische desensitisatie
ontwikkeld door Wolpe
leren te relaxen als je met het gevreesde object in aanraking komt.
flooding
herhaaldelijk exposen aan object en laten zien dat het niet eng is
modeling
therapeut confronteerd gevreesde object en laat zien dat het niet eng is aan patiënt.
behandelingen voor agorafobie
varieteiten van exposure therapie
- support groepen: mensen gaan samen
- zelf hulp programma’s: gedetailleerde instructies
succesvol voor 70%, terugval kan voorkomen (vooral als patiënt ook paniek stoornis heeft).
sociale angststoornis
extreme, persistente en irrationele angst over sociale situaties waarin ze misschien beoordeeld worden door anderen of zich kunnen schamen.
sociale angststoornis cijfers
- 8% bevolking
- 13% last van in levensloop
- begint late kindertijd og adoloscentie en begin volwassenheid
- 40% zoekt hulp
sociale angst checklist
- uitgesproken, disproportionele en herhaalde angst over sociale situaties > 6 maanden
- angst on negatief geëvalueerd te worden of anderen te beledigen
- angstigheid bij blootstelling aan de sociale situatie
- vermijding
- significante last
cognitief-gedragsperspectief op sociale angststoornis
- belangrijkste verklaring = focus op cognitieve en gedragsfactoren
- oorzaak = aantal van dysfunctionele overtuigingen en verwachtingen over sociale interacties
- anticipatie van sociale afwijzingen en vrees voor sociale situaties
- vermijdings- en veiligheidsgedragingen om afwijzingen en sociale situaties te vermijden
behandeling voor sociale angststoornis
voor sociale angst: exposure therapie
- cognitieve gedragstherapie: exposure en veranderen cognities
- medicatie: benzodiazepine of antidepressiva
voor beperkte sociale skills:
- trainingen
paniekstoornis
plotse korte aanvallen van paniek die plaatsvinden binnen enkele minuten en daarna weer verdwijnen.
checklist
- verschillende onverwachte paniekaanvallen
- een of meerdere aanvallen worden gevolgd door een of beide van de volgende symptomen:
minstens een maand zorgen over toekomstige aanvallen
minstens een maand dysfunctionele gedragsveranderingen
cijfers paniekstoornis
- 3.% bevolking jaarlijks
- > 5% last van in levensloop
- begint late adolescentie of begin volwassenheid
- 59% zoekt hulp
- kan samen met agorafobie voorkomen
biologisch perspectief op paniekaanvallen
eerst: veroorzaakt door abnormale activiteit van norepinefrine in locus coeruleus
recent:
- andere hersengebieden en de amygdala vormen ook deel probleem
- mogelijk deels overerfbare abnormaliteiten in deze hersengebieden
hyperactief paniek circuit
biologisch perspectief
- amygdala
- hippocampus
- ventromedial nucleus of hypoyhalamus
- central gray matter
- locus couruleus
medicatie voor paniekstoornis
- verscheidene antidepressiva (2/3e verbetering)
- invloed op norepinefrine receptoren
- moet blijven gebruiken
- sommige benzodiazepines helpen ook
cognitief gedrags perspectief
- biologische factoren zijn enkel een deel van de oorzaak van paniekaanvallen
- lichamelijke sensaties worden gemisinterpreteerd als tekenen van ernstige ziekten -> gecontroleerd door gedragingen
- anxiety sensitivity = de neiging om te focussen op lichaamssensaties en te misinterpreteren
cognitieve therapie paniekstoornis
probeert om patiënten hun misinterpretaties van lichaamssensaties te corrigeren
- educatie over paniekaanvallen
- aanleren betere interpretatie lichaamssensaties
- skills voor omgaan met angst (oa met biologische challenge test)
obsessief-compulsieve stoornis
- obsessies = persistente gedachten, ideeën, neigingen of beelden die onvrijwillig opduiken in het bewustzijn
- compulsies = repetitieve en rigide gedragingen of mentale gedachten waarvan mensen voelen dat ze moeten uitvoeren om hun angst te vermijden of reduceren.
checklist: hier last van hebben, veel tijd aan kwijt, significante last
OCD cijfers
- gerelateerd aan andere angststoornissen in eigenschappen, oorzaken en therapie responsitiviteit
- 1-2% wereldbevolking
- begint in kindertijd of jonge volwassenheid
- evenveel bij mannen als vrouwen
- 40% zoekt hulp
psychodynamisch perspectief op OCD
gevecht tussen het id en ego, verminderen angst via gedragingen en acties
- Freud: OCD is fixatie in de anale fase
- > niet universeel geaccepteerd
behandeling: vrije associatie en interpretaties door therapeut of korte-termijn psychodynamische behandelingen (direct en actie-geörienteerd)
cognitief gedragsperspectief OCD
- ontstaat uit normale eigenschap van het willen voorkomen onaangename gedachtes
- om negatieve gevolgen te voorkomen proberen patiënten hun gedachten te neutraliseren
cognitieve gedragstherapie OCD
- focussen op cognitieve processen die bijdragen aan obsessies en compulsies
- gebruikt exposure en response prevention (ERP & meyer): worden exposed, maar moeten gedrag tegenhouden
biologisch perspectief OCD
vroeger familie-historie en tweelingstudies
recent
- abnormale serotonine activiteit
- abnormale hersenstructuren en functioneren
-> hyperactief cortico-striato-thalamo-cortical circuit
biologische behandelingen OCD
- serotonine gebaseerde antidepressiva (Clomipramine - 50-80% verbetering)
onderzoek suggereert combinatie van therapieën (medicatie+cognitieve gedragstherapie)
OCD gerelateerde stoornissen in DSM 5
- hoarding disorder (verzamelwoede)
- Trichotillomania (hair-pulling disorder)
- excoriation (skin-picking disorder)
- body dysmorphic disorder
ontwikkelings-psychopathologisch perspectief
integratie van modellen. studie van hoe belangrijke factoren een rol spelen en interageren doorheen de levensloop.