hoofdstuk 2 online Flashcards

1
Q

3 elementen uit de klassieke oudheid die aantonen dat er in deze periode reeds sprake was
van enige vorm van toerisme

A
  • festivals zoals Olympische Spelen + slaapplekken en eetgelegenheden
  • thermale badplaatsen
  • Ostia = havenplaats voor rijken uit Rome die buitenverblijf hadden
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q
  1. Werd er veel gereisd in het begin van de Middeleeuwen? Verklaar waarom wel / niet?
A

nee, duurde lang voor heersers reizen makkelijk konden maken, wegen waren in slechte staat

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wat heeft de mobiliteit van de Romeinen vergemakkelijkt? Waardoor konden ze zich makkelijker
verplaatsen?

A

uitgebreid wegennetwerk van heirbanen of heerwegen die eerst voor militair doel, ook handig voor reizigers

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Welk historisch militair én religieus gegeven dat voor de verplaatsing van vele mensen zorgde,
situeren we in de Middeleeuwen?

A

“Volksverhuizingen”: Germanen uit
noorden en oosten van Europa verlieten thuisland door klimaatsveranderingen -> proces kwam in versnelling door inval Hunnen = ineenstorting West-Romeins rijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Waarom trok men tijdens de Middeleeuwen op bedevaart? Noem minstens 3 mogelijke redenen.

A
  • genezing verkrijgen
  • zin voor avontuur
  • vrijwillige of verplichte boetedoening
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Noem minstens 4 verschillende bekende bedevaartsoorden (wereldwijd)

A
  • Rome (het Vaticaan)
  • Fátima
  • Lourdes
  • Scherpenheuvel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Welke grote ontdekkingsreizigers ken je? Noem er minstens 3 en geef aan wat ze ontdekten. (Nieuwe Tijd)

A
  • Christoffel Colombus = Amerika
  • Vasco da Gama = zeeroute naar India
  • Amerigo Vespucci = daadwerkelijk nieuw continent Amerika
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is de naam van de Europese rondreis – met hoogtepunt in het midden van de 18e eeuw- die rijke universiteitsstudenten, scholieren en vooraanstaande personen gedurende enkele jaren
maakten langsheen belangrijke Europese culturele erfgoedlocaties?

A

Grand Tour

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Grand Tour: Wanneer kende dit type reis een hoogtepunt? (tijdsaanduiding)

A

midden achttiende eeuw

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Grand Tour: Wat was tijdens het hoogtepunt het belangrijkste doel / motivatie? Natuur of cultuur?

A

cultuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Grand Tour: Waren het vooral jongens of meisjes die deelnamen?

A

jongens

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Grand Tour: Kon iedereen hieraan deelnemen, ongeacht status / achtergrond?

A

de rondreis was een
basisonderdeel van de opvoeding van jongens uit de aristocratie, dus nee

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Grand Tour: Welk land was vrijwel steeds het einddoel? Frankrijk – Spanje – Portugal – Italië -
Duitsland?

A

Italië

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

De technologische vooruitgang - met als belangrijkste resultaat de ontwikkeling van nieuwe
vervoermiddelen - kwam in de Industriële Revolutie in een stroomversnelling. Welke
vervoersmiddelen - relevant voor toerisme - werden ontwikkeld? Noem er drie.

A
  • stoomschepen
  • stoomtrein
  • auto
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wie was dé grondlegger van het commercieel toerisme?

A

Thomas Cook

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

3 verwezenlijkingen Thomas Cook

A
  • allereerste
    commerciële reis (excursie) ter wereld = tussen Leicester en Loughborough
    -opende in 1845 eerste commercieel reisagentschap voor
    verkoop van transportbiljetten
  • uitgifte van een eerste
    treinbiljet dat geldig was op lijnen van verschillende spoorwegmaatschappijen
16
Q

Thomas Cook: wat was concept ‘voucher’?

A

een subsidie in de vorm van een tegoedbon voor een geldbedrag of een dienst

17
Q

In welke tijdsperiode situeer je Thomas Cook? Nieuwe Tijd, Industriële Revolutie of
Moderne Tijden?

A

industriële revolutie

18
Q

Noem 2 cruiserederijen die vandaag nog bestaan en die in de Industriële Revolutie
opgericht werden. Geef tevens aan waarvoor elke rederij bekend is.

A
  • P&O = overzetdiensten op het Kanaal en de Noordzee en cruises wereldwijd
  • Cunard Line = cruiseschepen Queen Mary II en Queen Elizabeth II
19
Q

De maatschappij ‘Compagnie Internationale des Wagons Lits’ werd opgericht door een
Belg. Voor welk transportmiddel is dit bedrijf vooral bekend?

A

internationale treinverbindingen met slaapwagons en eten en drinken aanwezig op de trein

20
Q

Compagnie Internationale des Wagons Lits: Wat is de precieze naam van dit luxueuze gegeven waarbij de reis eerder het doel was en niet zozeer de bestemming?

A

Orient Express

21
Q

In welke tijdsperiode situeer je de grote ontwikkeling van kuuroorden en badplaatsen in Europa?
Wanneer werden deze plaatsen populair: Oudheid – Middeleeuwen – Nieuwe Tijd – Industriële
Revolutie – Moderne Tijden?

A

industriële revolutie

22
Q

Wanneer werd in België voor het eerst de wet op één week betaalde vakantie goedgekeurd? Vóór WOI, in het Interbellum of nà WOII?

A

in het interbellum: 1936

23
Q

Wat was voor velen bij invoering wet op 1 wet betaalde vakantie een belangrijke bestemming in eigen land?

24
Q

Wanneer werd het recht op betaalde vakantie uitgebreid naar 2 of 3 weken? Vóór WOI, in het Interbellum of nà WOII?

25
Q

Wanneer werd in België de voorloper van Toerisme Vlaanderen opgericht? Vóór WOI, in het Interbellum of nà WOII?

A

na = Commissariaat-Generaal voor Toerisme

26
Q

Vanaf wanneer kunnen we spreken van de ontwikkeling van commercieel toerisme op grote schaal? Vóór WOI, in het Interbellum of nà WOII?

27
Q
  1. Wat wordt er jaarlijks gevierd op 27 september? Tip: UNWTO is de ‘promotor’ van deze dag.
A

‘World Tourism Day’

28
Q

1ste grote verschil periode voor en na de industrialisatie

A

Voor de industrialisatie was de infrastructuur veel slechter, men was maanden onderweg met koets of schip. Na de industrialisatie zijn er veel meer mogelijkheden bijgekomen zoals betere treinverbindingen en ook vliegtuigen.

29
Q

2e grote verschil periode voor en na industrialisatie

A

Voor de industrialisatie was reizen vooral voor de rijkere klasse en was het doel om dingen te leren. Na de industrialisatie was reizen ook voor de lagere klassen en werd reizen ook bedoeld om te ontspannen.