hoofdstuk 1 deel 2 Flashcards

1
Q

2 grote groepen binnen reismotieven

A
  • leisure and recreation
  • business and professional
    (-other toerism purposes
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

buisiness tourism

A
  • altijd onder arbeidstijd
  • niet-routinematige verplaatsingen buiten woon en leefomgeving voor professionele doeleinden
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

business tourism kan onderscheiden worden in twee groepen

A
  • op individuele basis
  • in greop
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

business tourism op individuele basis

A

regular business travel = zakenreizen op individuele basis of met zeer beperkt aantal personen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

business tourism in groep

A

business events = events in professionele sfeer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

voorwaarden om iets een business event te noemen

A
  • minimum tien mensen aanwezig
  • minimum duur 4u
  • moet doorgaan in contracted venue
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

waarom moeten business events doorgaan in contracted venues?

A

dit zorgt ervoor dat het interessant wordt voor de plaatselijke economie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

welke term gebuikte men vroeger om business events te definiëren?

A

MICE = meetings, incentives, conventions/conferences, exhibitions/events

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

door welke term werd MICE vervangen?

A

meetings industry

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat valt er onder meetingsindustrie?

A

alleen business events

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

waarom vallen reguliere zakenreizen niet tot meetings industrie?

A

voor deze reizen ligt de bestemmingskeuze al vast op voorhand en niet beïnvloedbaar is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

kunnen bestemmingen organisatoren overtuigen om te kiezen voor hun bestemming?

A

ja, wel enkel bij business events

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

‘other tourism purposes’

A

verschillende nichevormen van toerisme kunnen onderscheiden worden (zie figuur 4)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

4 voorbeelden toerismevormen ‘other tourism purposes’

A
  • gastronomisch toerisme
  • religieus toerisme
  • festival toerisme
  • ramptoerisme
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

zijn de toerismevormen die vallen onder ‘other tourism purposes’ recreatief van aard?

A

ja

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

is de scheidingslijn tussen verschillende toerismevormen duidelijk?

A

niet altijd, soms is er verwarring tussen medisch/wellness/gezondheidstoerime

17
Q

wanneer werd duurzaam toerisme voor het eerst geïntroduceerd?

18
Q

is duurzaam toerisme hetzelfde als ecotoerimse?

A

nee, ecotoerisme is wel duurzaam toerisme, maar niet omgekeerd

19
Q

duurzaam toerisme

A

3 dimensies: people, planet profit, nu uitgebreid met partnership, peace en prosperity

20
Q

tot wat werd het jaar 2017 uitgeroepen door UNWTO?

A

internationaal jaar van duurzaam toerisme

21
Q

gevolg 2017 uitgeroepen tot internationaal jaar van duurzaam toerisme?

A

de sustainable development goals vertalen naar toerisme

22
Q

wanneer en door wat werden de sustainable development goals formeel aangenomen

A

in 2015 door de algemene vergadering van de VN

23
Q

inhoud SDG’s

A

van 2015-2030 moeten de 17 SDG’s, gekoppeld aan 169 targets bereikt worden

24
Q

wat reflecteren de SDG’s?

A

de drie dimensies van duurzame ontwikkeling: het economische, het sociale en het ecologische aspect

25
Q

bekijk schema’s laatste twee pagina’s cursus