H4 Flashcards

1
Q

Wat zijn a-priorivormen van het verstand volgens Kant?

A

Kants categorieën waarmee onze geest de werkelijkheid ordent, waaronder vooral causaliteit.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zijn a-priorivormen van de zintuiglijkheid volgens Kant?

A

Kants notie dat we alle zintuiglijke indrukken die op ons afkomen ordenen in ruimte en tijd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is associationisme?

A

Volgens het empirisme heeft onze geest de neiging associaties te leggen tussen voorstellingen die zich geregeld samen voordoen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn attributen volgens Spinoza?

A

Oneindig aantal zijnswijzen waarin de substantie zich uitdrukt, waarvan wij er twee kennen, i.e., het denken en het uitgebreide.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wie was Berkeley?

A

Iers empirist volgens wie alle kennis bestaat in kennis van secundaire kwaliteiten, en dat God zorgt voor het bestaan van de dingen door ze zelf voortdurend, ononderbroken, waar te nemen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is de best mogelijke der werelden volgens Leibniz?

A

Leibniz’ oplossing voor het theodiceeprobleem; de almachtige, alwetende en oneindig goede God heeft een zo volmaakt mogelijke wereld geschapen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is de categorische imperatief?

A

In Kants eerste formulering: ‘handel zo alsof door uw wil de leidraad van uw handelen een algemene wet zou worden’. In de tweede formulering: ‘handel zo dat je de waardigheid van de mensheid altijd hoogacht’.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn complexe of samengestelde ideeën volgens Hume?

A

Wat ontstaat wanneer ons verstand actief de waarneming van meerdere zintuigen combineert.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wie was Descartes?

A

Vroeg-modern filosoof die het scepticisme overwon door de mind-body problematiek te introduceren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is Ding an sich?

A

De noumenale werkelijkheid, onafhankelijk van onze waarneming en ervaring, die volgens Kant onkenbaar is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is dualisme?

A

De opvatting dat er twee soorten dingen of ‘substanties’ bestaan in de werkelijkheid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is emotivisme?

A

Opvatting dat ethische uitspraken geen feitelijke betekenis hebben, maar veeleer de emotie houding van de spreker uitdrukken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is empirisme?

A

Leer die zegt dat men voor welke kennis dan ook, een beroep moet doen op ervaring (empirie).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is een enkelvoudige voorstelling volgens Hume?

A

Wat automatisch ontstaat tengevolge van de waarneming door slechts een zintuig.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wie was Thomas Hobbes?

A

Engels vroeg-modern filosoof die beargumenteert dat mensen hun soevereiniteit dienen af te staan aan een absoluut heerser.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wie was Hugo de Groot?

A

Nederlands jurist die de theorie van het sociaal contract introduceerde en het onderscheid maakte tussen natuurrecht en burgerlijk recht.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wie was Hume?

A

Schots, vroeg-modern empirist die een scherp onderscheid maakt tussen ‘relaties tussen ideeën’ en ‘relaties tussen waargenomen feiten’.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Wat is individueel hedonisme?

A

Het funderen van waarden op het persoonlijk lust-onlustbeginsel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Wie was Kant?

A

Vroeg-modern filosoof die een copernicaanse omwenteling in de kennisleer heeft veroorzaakt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Wie was Leibniz?

A

Vroeg-modern filosoof volgens wie God de harmonie tussen denken en handelen vooraf heeft ingesteld.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Wat is de Leviathan?

A

Absoluut heerser die volgens Hobbes nodig is om trouw aan de contracten te verzekeren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Wie was Locke?

A

Engels, vroeg-modern empirist die een onderscheid maakt tussen primaire en secundaire kwaliteiten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Wie was Machiavelli?

A

Italiaans renaissancefilosoof die in zijn boek Il Principe beargumenteert dat ‘de vorst’ niet in de eerste plaats blijk moet geven van deugden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Wat is Machiavellisme?

A

Handelswijzen van individuen die de eisen van het succes laten primeren op morele overwegingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

Wat is mechanicisme?

A

De opvatting dat alles volgens mechanische wetten verklaarbaar is.

26
Q

Wat is methodische twijfel?

A

Descartes twijfelt aan alles als methode om tot het onbetwijfelbare uitgangspunt te komen.

27
Q

Wat is de mind-body problematiek?

A

Het vraagstuk van de verhouding tussen lichaam en geest.

28
Q

Wat zijn modi volgens Spinoza?

A

De wijzigingen of aandoeningen van de attributen uitgebreidheid en denken die concrete dingen en denkende wezens constitueren.

29
Q

Wat is monisme?

A

De opvatting dat hetzij materie hetzij geest bestaat, maar niet beide samen.

30
Q

Wat is nativisme?

A

De opvatting dat de menselijke geest over aangeboren ideeën beschikt.

31
Q

Wat is de naturalistische drogreden?

A

Mening dat men waardeoordelen kan afleiden uit feiten, met name feiten die handelen over de menselijke natuur.

32
Q

Wat is de nature-nurture controverse?

A

De vraag of de belangrijkste menselijke kenmerken aangeboren zijn of door omgevingsfactoren bepaald worden.

33
Q

Wat is de natuurstaat?

A

Ellendige situatie waarin mensen zich bevinden voor een maatschappij is gevormd.

34
Q

Wat is het noodzakelijk verband volgens Hume?

A

De neiging van ons psychisme om, na herhaalde vaststelling van opeenvolging, te besluiten dat A de oorzaak is van B.

35
Q

Wat is de other minds-problematiek?

A

Vraag of er behalve ikzelf nog andere subjecten bestaan die bepaalde ervaringen hebben.

36
Q

Wat is pantheïsme volgens Spinoza?

A

God valt samen met de werkelijkheid; Spinoza beschouwt de termen ‘God’ en ‘Natuur’ als synoniemen.

37
Q

Wat is parallellisme volgens Spinoza?

A

Het idee dat denken en uitgebreidheid noodzakelijke uitingen zijn van dezelfde substantie.

38
Q

Wat zijn primaire kwaliteiten?

A

Eigenschappen zoals beweging, rust, aantal, uitgebreidheid en vorm die in de werkelijkheid bestaan zoals we ze ervaren.

39
Q

Wat zijn relaties tussen ideeën volgens Hume?

A

Analytische uitspraken die a priori waar zijn.

40
Q

Wat zijn relaties tussen waargenomen feiten volgens Hume?

A

Synthetische uitspraken waarvan de waarheid of onwaarheid uit ervaring moet blijken.

41
Q

Wat is res cogitans?

A

Descartes’ denkende substantie.

42
Q

Wat is res extensa?

A

Descartes’ uitgebreide substantie.

43
Q

Wie was Rousseau?

A

Frans filosoof die gelooft dat de mens het beste leven kon leiden in een ‘natuurtoestand’.

44
Q

Wat is scepticisme?

A

Fundamentele twijfel die we niet kunnen opheffen.

45
Q

Wat zijn secundaire kwaliteiten?

A

Eigenschappen zoals geur, kleur, smaak, temperatuur en klank die reacties zijn van het menselijk brein.

46
Q

Wat is het sociaal contract?

A

Rationele reconstructie van hoe en waarom mensen uit eigenbelang macht afstaan aan een soeverein.

47
Q

Wat is solipsisme?

A

Overtuiging dat enkel de eigen geest bestaat en dat alle overige ervaringen door de geest worden uitgevonden.

48
Q

Wie was Spinoza?

A

Vroeg-modern filosoof volgens wie determinisme compatibel is met vrijheid als autonomie.

49
Q

Wat is subjectief idealisme?

A

Berkeley’s overtuiging dat enkel het kennend subject en de voorstellingen van het kennend subject werkelijk bestaan.

50
Q

Wat is substantie volgens Spinoza?

A

Datgene wat op zichzelf bestaat en op zichzelf gedacht kan worden, i.e., God.

51
Q

Wat is sympathie volgens Hume?

A

Humes notie van een gevoel waardoor we ook het langetermijngeluk van de medemens als voor onszelf als lustvol ervaren.

52
Q

Wat zijn synthetische oordelen a priori?

A

Oordelen die het resultaat zijn van een analyse van de a-priorivormen.

53
Q

Wat is tabula rasa volgens Locke?

A

De overtuiging dat ons verstand bij geboorte een onbeschreven blad is waarin door de ervaring indrukken worden gegrift.

54
Q

Wat is het theodiceeprobleem?

A

De vraag waar het kwaad en het leed in de wereld vandaan komen als God alwetend, almachtig en oneindig goed is.

55
Q

Wat is transcendent?

A

Datgene wat achter of voorbij het waarneembare ligt.

56
Q

Wat is transcendentiaal?

A

Datgene wat voorwaarde is voor de mogelijkheid van de ervaring of van de kennis.

57
Q

Wat is de Turing test?

A

Als een onderzoeker niet kan uitmaken wie de mens is en wie de android, zou men moeten besluiten dat de android een other mind is.

58
Q

Wat is verisimilitude volgens Popper?

A

Notie van ‘gelijken op waarheid’ naarmate experimenten een theorie niet hebben gefalsificeerd.

59
Q

Wat is vooraf ingestelde harmonie (harmonia praestabilita)?

A

Leibniz’ oplossing voor het mind-body probleem; de scheppende God heeft denken en handelen vooraf zo ingesteld dat ze synchroon lopen.

60
Q

Wat zijn voorstellingen volgens Locke?

A

Twee categorieën van ideeën: ideas of sensation en ideas of reflection.