H11 Flashcards
habituatie
baby’s kijken minder lang naar objecten die ze al kennen
dishabituatie
wanneer een nieuw object wordt getoond, kijken baby’s er langer naar
examening
vanaf 5-6 maanden onderzoeken baby’s objecten door te kijken, knijpen, slaan en proeven dit wordt minder interessant als ze het object kennen
violation of expectation experiment
kinderen kijken langer naar onmogelijke situaties (zoals een plank die platgaat terwijl er een bal onder ligt) dan naar logische situaties
gaze following
baby’s volgen de ogen van een persooni
intentional agents
babys zien andere als individuen die doelen bereiken
shared attention
babys delen aandacht met volwassenen door naar een object te wijzen
sociale referencing
baby’s kijken naar de emotie van hun verzorger om situaties in te schatten
objectpermanentie
objecten blijven bestaan, ook al zie je ze niet
schemes
mentale blauwdrukken van acties op objecten (rammelaar)
assimilatie
nieuwe ervaringen passen in bestaande schemes (iPhone)
accomodatie
aanpassen of uitbreiden van schemes bij nieuwe ervaringen
operations
omkeerbare acties die helpen bij natuurkundige principes (bijv. klei in een worstvorm terugbrengen naar een bal)
sensorimotor 0-2
gericht op zintuigen en motoriek, geen objectpermanentie
preoperationeel 2-7
kunnen denken over objecten die er niet zijn, maar begrijpen nog geen omkeerbare acties
concreet operationeel 7-11
begrip van omkeerbaarheid en decentralisatie: kijken naar meerdere aspecten
formeel operationeel 12
denken in abstractie, hypothetische situaties
centratie
focussen op 1 opvallend aspect
tools of intellectual adaptopn
culturele hulpmiddelen (zoals telwoorden) beïnvloeden leren
zone van proximal develpment
activiteiten die een kind met hulp kan doen
scaffholding
volwassenen bieden steun die ze afbouwen naarmate het kind beter wordt (puzzel)
impliciet geheugen
al aanwezig bij baby’s (al weten hoe iets moet)
expliciet geheugen
ontwikkeld vanaf 3-4- jaar (zelfbewust herinnering)
werkgeheugen
neemt toe tot 15 jaar, ontwikkeling van executie functies: impulscontrole, aandacht
false belief test
kinderen <4 jaar begrijpen nog niet dat andere iet kunnen geloven dat niet klopt (Sally-ann test)
net als spelen
helpt bij hypothetisch denken en inlevingsvermoge
autisme
kinderen met autisme hebben moeite met de theory of mind en doen weinig net als spelletjes
morfemen
kleinste betekenisvolle eenheden in taal.
universele grammatica (Chomsky)
aangeboren taalvermogen
language-acquisition device
taalvermogen in de hersenen
language-acquisition support system
de sociale omgeving ondersteunt taalontwikkeling