Finish Up 48-49 Flashcards
Theft
Diefstal
Precaution
Voorzorgsmaatregel
Trace
Spoor
To trace
Opsporen
Clue
Aanwijzing
Scent
Reukspoor
To rob
Beroven
Bank robber
Bankrover
Robbery
Roof / beroving
Disguised
Vermomd
To peruse
Achtervolgen
Pursuit
Achtervolging
To divide
Verdelen
To stab
Steken
To blackmail
Chanteren
To rape
Verkrachten
Rape
Verkrachting
Rapist
Verkrachter
To deny
Ontkennen
Denial
Ontkenning
Victim
Slachtoffer
To bribe
Omkopen
Bribery
Omkoperij
Bribe
Smeergeld
To assassinate
Vermoorden van politici
Assassination
Moord
Plot
Complot
Shoplifter
Winkeldief
Shoplifting
Winkeldiefstal
Accomplice
Medeplichtige
Notorious
Berucht
To accuse (of)
Beschuldigen (van)
To charge (with)
Beschuldigen (van)
Accusation / charge
Beschuldiging
Fraud
Fraude
Involved in
Betrokken bij
File
Dossier
To file away
Opbergen
To reveal / to disclose
Onthullen
Revelation
Onthulling
To mug
Met geweld beroven
Drug trafficking
Drugshandel
Prohibited / forbidden
Verboden
Prohibition
Verbod
Fugitive
Voortvluchtige
To loot
Plunderen
To establish
Vaststellen
To use force
Geweld gebruiken
To detect
Opsporen
Rate
Percentage
To allege
Beweren
Allegation
Bewering
Capable of
In staat tot
Security / safety
Veiligheid
Secure / safe
Veilig