Domo lessen Flashcards
avanzi di cucina
keukenrestjes
scartare
weggooien
strette
smal
accoglienza
gastvrijheid
si terrà
het zal worden gehouden
è rivolto a
is geadresseerd aan
het ijs is gesmolten
il ghiaccio si è sciolto
smelten
fusare o sciogliere
hij is gestopt
è fermo
waarschuwen, opmerken
avvisare (avvisato)
van de afdeling
del reparto
kreeft(en)
aragosta/aragoste
die zijn afgeprijsd
quelli sono scontati
verder
inoltre
Ik hoorde het via zijn broer
L’ho saputo tramite suo fratello
annuleren
disdire
reputare, reputano
geloven, zij geloven
beroerte
un ictus
bang
intimorita
handelen
agire
grijpen
cogliere (questa opportunità)
steun
sostegno
de aanpak
approcio
bevatten, zij bevatten
contenere, contengono
z/hij blijft een paar weken bij mij thuis
si ferma qualche settimane a casa mia
dichtbij de school
presso la scuola
een tentoonstelling
una mostra
heel graag!
volentieri!
wil je een tentoonstelling zien?
ti va di vedere una mostra?
het gaat om
riguarda
vaderschapverlof
congedo di paternità
maanlanding
sbarco sulla luna
optocht
sfilata
geinterviewd
intervistata
zodra
appena
ben je net terug van je werk?
sei appena tornato dal lavoro?
een reeds gemeubileerd appartement
un appartamento già arredato
wat prachtig
che meraviglia
voorzien, de tour biedt/voorziet
prevedere
de hamer
il martello
de tang
le pinze
de schuurmachine
la levigatrice
de boormachine
il trapano
de schroevendraaier, de schroeven
il cacciavite, le viti
de decoupeerzaag
la sega da traforo
een stop (maken)
una sosta
ergernis, ik stoorme
fastidio, mi da fastidio
airco aanzetten
accendere l’aria condizionata
het gaat regenen
sta per piovere
de trui
maglione
jij zou zetten/leggen
metteresti
junkfood
cibo spazzatura
va a gonfie vele
het gaat hartstikke goed [‘voor de wind’]
ik zou twee levens willen hebben
vorrei avere due vite
Del genere
Zoiets
Il rapitore
De ontvoerder
Op mijn gemak
Sono a mio proprio agio
Zijn merrie
La sua giumenta
Schouders
Le spalle
De overjas
Il soprabito
De lange man
L’uomo di alta statura
De Slaven
Gli schiavi
Het litteken
La cicatrice
Plotseling
All’improvviso
Mijnwerker
Minatore
Een ezel
Un asino
In de verte
In lontananza
Omheind gebied, omheining
Area recintata, recinzione
Een kooi
Una gabbia
Ginder, verderop
Laggiù
Ontsnappen
Fuggire
ze zullen niet veel begrijpen
Non capiranno granché
De arend vloog gister laag
ieri l’aquila è volata bassa
In de schuur zijn veel kuikens
nella stalla ci sono molti pulcini
kleine konijntjes, konijnen
coniglietti, conigli
Geit, geitje
Capra, capretto
wees geduldig, P!
Sii paziente, P!
Gaat met je gezin/familie ook alles goed?
E i tuoi stanno bene?
Dat doe ik wel
Me ne occupo io
Ergens aan denken / eraan denken te doen
Pensarci
Ik denk eraan/ ik doe het
Ci penso io