51-75 Flashcards
Zin 51
Dael heeft veel geld.Hij werkt….
Dael has lot money.He works…….lot.
ANSWER: VEEL.
Zin 52
Dafne kan goed zingen.Ze kan ook goed……
Dafne can good sing.She can also good……dance.
ANSWER: DANSEN.
Zin 53
Daniel heeft pijn aan zijn kies.Hij gaat naar…..
Daniel has pain at his tooth.He goes to……the dentist.
ANSWER: DE TANDARTS.
Zin 54
Danielle gaat studeren.Ze pakt haar……
Danielle goes study.She gets her……books.
ANSWER:BOEKEN.
Zin 55
Dany heeft hoofdpijn.Ze wil…..
Dany has headache.She wants…..rest.
ANSWER: RUSTEN.
Zin 56
Dario zit op school.Hij maakt een…..
Dario sits at school.He makes an…..exam.
ANSWER: EXAMEN.
Zin 67
Dave is niet blij met zijn haar.Zijn haar is…..
Dave is not happy with his hair.His hair is…….too long.
ANSWER: TE LANG.
Zin 58
Dave lust geen koffie.Hij drinkt liever…..
Dave like no Coffee.He drinks rather……tea
ANSWER:THEE.
Zin 59
Dave werkt in een café.Hij moet daar….
Dave works at a café.He must there….wash dishes.
ANSWER: AFWASSEN.
Zin 60
David en Maria rijden naar de stad.Ze zoeken…..
David and Maria driving to the city.They seek…….a parking lot.
ANSWER: EEN PARKEERPLAATS.
Zin 61
David heeft een boot.Hij gebruikt de boot om te……
David has a boot.He uses the boot for to…..fish.
ANSWER:VISSEN.
Zin 62
David is dik.Hij eet elke dag…..
David is fat.He eats every day……candy.
ANSWER: SNOEP
Zin 63
David werkt in een ziekenhuis.Hij is…..
David works in a hospital.He is……doctor.
ANSWER: DOKTER
Zin 64
De auto van Leah is kapot.Ze brengt de auto naar…..
The car of Leah is broken.She brings de car to……the mechanic.
ANSWER: DE MONTEUR.
Zin 65
De baas van Patrick is boos.Patrick vind dat……
The boss of Patrick is angry.Patrick finds that…….not nice.
ANSWER: NIET LEUK.
Zin 66
De broer van Souad heeft een baby gekregen.Souad is…..
The brother of Souad has a baby received.Souad is……happy.
ANSWER: BLIJ
Zin 67
De bus is vaak te laat.Paul vind dat…..
The bus is often too late.Paul finds that…..annoying.
ANSWER: VERVELEND.
Zin 68
De bus rijdt langzaam.Lia wil….
The bus drives slow.Lia wants…..with the train.
ANSWER: MET DE TREIN.
Zin 69
De dochter van Sofia kijkt veel tv.Ze kan beter gaan…….
De daughter of Sofia watch lot tv.She can better…..read.
ANSWER: LEZEN.
Zin 70
De dokter praat met Sofia.De dokter geeft Sovia…..
The doctor talks with Sofia.The doctor gives Sofia…..medicine.
ANSWER: MEDICIJNEN
Zin 71
De familie Wang woont in een leuke straat.Zij wonen naast….
De family Wang lives in a nice street.They live beside……the park.
ANSWER: HET PARK.
Zin 72
De kinderen lezen samen.In het boek staat…..
The children read together.In the book is……..a story.
ANSWER: EEN VERHAAL.
Zin 73
De klas is leeg.Iedereen is…..
The class is empty.Everyone is……to home.
ANSWER: NAAR HUIS.
Zin 74
De koning is op het nieuws.Hij verteld over…….
The king is on the news.He tells about…..kingsday.
ANSWER: KONINGSDAG.
Zin 75
De les begint om elf uur.Hetty gaat….
The lesson begins at 11 o’clock.Hetty goes…..too school.
ANSWER: NAAR SCHOOL.