Woorden Nl-d (A,c,d,h) Flashcards
1
Q
De klimaatverandering
A
Der klimawandel
2
Q
Het effect
A
Die auswirkung
3
Q
Benieuwd zijn naar
A
Gespannt sein auf
4
Q
Heel
A
Ganz
5
Q
Letten op
A
Achten auf
6
Q
Per se
A
Unbedingt
7
Q
De natuurbescherming
A
Der naturschutz
8
Q
De voeding
A
Die nahrung
9
Q
De volwassene
A
Der erwachsene
10
Q
Het onweer
A
Das gewitter
11
Q
Verwoesten
A
Zerstören
12
Q
Het enthousiasme
A
Die begeisterung
13
Q
Bekend zijn met
A
Sich auskennen
14
Q
De bescherming
A
Der schutz
15
Q
Dus
A
Also
16
Q
Betrouwbaar
A
Zuverlässig
17
Q
Het plafond
A
Die decke
18
Q
Klimmen
A
Klettern
19
Q
De rots
A
Der fels
20
Q
Nauw
A
Eng
21
Q
Het pak
A
Der anzug
22
Q
Vormgeven
A
Gestalten
23
Q
Trots
A
Stolz
24
Q
Begrijpen
A
Verstehen
25
Q
Te weten komen
A
Erfahren
26
Q
In totaal
A
Insgesamt
27
Q
Zich bezighouden met
A
Sich beschäftigen mit
28
Q
Het uitzicht
A
Der ausblick
29
Q
Observeren
A
Beobachten