Week 3 Flashcards
gaan
ikimasu
ikimasu
gaan
komen
kimasu
kimasu
komen
teruggaan
kaerimasu
kaerimasu
teruggaan
honderd
hyaku
hyaku
honderd
duizend
sen
sen
duizend
tienduizend
man
man
tienduizend
uur
-ji
-ji
uur
hoeveel uur/hoe laat?
nanji
nanji
hoeveel uur/hoe laat
minuten
-pun/-fun
-pun/-fun
minuten
hoeveel minuten?
nanpun
nanpun
hoeveel minuten
half
han
han
half
voor de middag
gozen
gozen
voor de middag
ochtend
asa
asa
ochtend
na de middag
gogo
gogo
na de middag
middag
hiru
hiru
middag
avond
yoru
yoru
avond
Welke dag?
nanyoubi
nanyoubi
welke dag?
maandag
getsuyoubi
getsuyoubi
maandag
dinsdag
kayoubi
kayoubi
dinsdag
woensdag
suiyoubi
suiyoubi
woensdag
donderdag
mokuyoubi
mokuyoubi
donderdag
vrijdag
kinyoubi
kinyoubi
vrijdag
zaterdag
doyoubi
doyoubi
zaterdag
Zondag
nichiyoubi
nichiyoubi
zondag
waar
doko
doko
waar
vandaag
kyou
kyou
vandaag
morgen
ashita
ashita
morgen
overmogen
asatte
asatte
overmorgen
gisteren
kinou
kinou
gisteren
eergisteren
ototoi
ototoi
eergisteren
nu
ima
ima
nu
wat
nan; nani
nan; nani
wat
bibliotheek
toshokan
toshokan
bibliotheek
postkantoor
yuubinkyokuu
yuubinkyokuu
postkantoor
thuis/huis
uchi
uchi
thuis/huis
museum (fotografie/schilderijen)
bijutsukan
bijutsukan
museum (fotografie/schilderijen)
museum (overige dingen)
hakubutsukan
hakubutsukan
museum (overige dingen)
convenience store
konbini
konbini
convenience store
winkel
omise
omise
winkel
restaurant
resutoran
resutoran
restaurant
hotel
hoteru
hoteru
hotel
supermarkt
suupaa
suupaa
supermarkt
station
eki
eki
station
vriend; vrienden
tomodachi
tomodachi
vriend; vrienden
hoe laat?
nanji
nanji
hoe laat?
een uur
ichiji
ichiji
een uur
vier uur
yoji
yoji
vier uur
negen uur
kuji
kuji
negen uur
1 minuut
ippun
ippun
1 minuut
2 minuten
nifun
nifun
2 minuten
6 minuten
roppun