Virologie H3 Flashcards

1
Q

Uitgang familie

A

-viridae

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

uitgang subfamilie

A

-virinae

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

uitgang virus

A

-virus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

indeling

A

Orde (-viralis) –> Familie –> Subfamilie -> genus –> species (eigenlijk virus)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Antigene verwantschap

A

In welke mate reageren Asn opgebouwd tegen virus A met virus B en C (serologische verwantschap), vaak is er een gedeeltelijke verwantschap –> reageren het best tegen virus A, maar reageren ook een beetje tegen virus B en niet tegen virus C. (te verschillend HA).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Genetische verwantschap

A

%homologie in het genoom van virus A in vergelijking met virus B of C (NZ of AZ sequentie). Uitgedrukt in % homologie in het genoom.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

virusisolaat

A

dit zegt we hebben uit een staal van een geïnfecteerd dier, het virus kunnen kweken in celculturen, het is geïsoleerd
In het labo eigen kopijen kunnen maken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Virusstam

A

een virusisolaat dat ook grondig bestudeerd is en dus antigenisch en genetisch onderzocht is. Dit zit in een vaccin. Een virusisolaat is nog geen virusstam.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Serotypen

A

Geen serologische kruisreactie. Geen kruisbescherming: infectie met serotype 1 geeft geen bescherming tegen infectie met serotype 2.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

subtypen

A

gedeeltelijke serologische kruisreactie

gedeeltelijke kruisbescherming

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

serologische kruisreactie

A

dwz dat een bepaalde As reageert met virus A en met virus B. Zonder serologische kruisreactie geen serologische kruisbescherming, MAAR indien er serologische kruisreactie is wil dat niet direct zeggen dat er ook serologische kruisbescherming is. Alleen neutraliserende Asn kunnen de infectie voorkomen. Dus als de kruisreagerende Asn gericht zijn tegenover verschillende delen dan geen kruisreactie. Als de neutraliserende Asn kruisreagerend zijn kan er ook kruisbescherming zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Zijn virussen diersoortspecifiek?

A

Over het algemeen wel. Het is moeilijk voor een virus een diersoortsprong te maken en zich aan te passen aan de nieuwe GH. Soms is er wel interspecies transmissie (diersoort sprong) en adaptatie - meestal erge gevallen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly