verloskunde Flashcards
bespreek endocrinologie normale partus
- FOETUS LIGT ALTIJD AAN BASIS NORMALE PARTUS!
- Foetus brengt partus op gang:
1. verandering in omgeving (ruimte w kleiner voor veulen) geeft stress -> ACTH verhoogd -> cortisol verhoogd.
2. Foetale cortisol komt terecht in maternale bloedcirculatie -> stimuleert enzym dat progesteron omzet naar oestrogeen
3. endometrium zet onder invloed v oestrogeen prostaglandine vrij
4. PGF zorgt voor lyse CL en verhoogde uterus-contracties (specifiek: myometrium, ‘weeen’) => brengen vrucht in geboortepositie en vruchtvliezen door cervix in vagina
5. In vagina verhoogt de druk = prikkeling drukreceptoren -> vrijstelling oxytocine (OT)
6. Fergussonreflex: OT zorgt voor meer contracties myometrium en nog meer stijging druk -> nog meer vrijstelling OT
7. verhoogde druk in bekkengebied -> reflex: opwekken buikpers, loopt gecoordineerd met baarmoedercontracties en noodzakelijk voor uitdrijven vrucht
bespreek fergusson-reflex
- Vicieuze cirkel bij normale partus, endocrinologie
- Foetus brengt partus op gang, op bepaald moment: foetus in geboortepositie en vruchtvliezen in cervix en vagina -> hier verhoogde druk -> relfex: vrijgave oxytocine -> hierdoor w uteriene contracties versterkt en druk in vagina en cervix nog meer verhoogd -> nog meer vrijgave oxytocine (=vicieuze cirkel)
puerperaal
= kraambed = kraamtijd
- periode net na partus (ong eerste 8 dagen)
bespreek het week gedeelte vh geboortekanaal
- cervix, vagina en vulva
- brede bekkenbanden
- verweking (bij naderende partus) -> elasticiteit verhoogt
- > onvoldoende verweking => scheuren (=> pneumovagina)
- weerstand gevend:
- > cervix
- > dorsale commissuur vulva
bespreek benig geboortekanaal paard
- onderdelen: bekken, sacrum en eerste staartwervels
- weinig tot nt vervormbaar
- Ruime en ronde bekkeningang
- vlakke bekkenbodem
- wijde uitgeronde zijwanden
- licht convex gebogen uitdrijvingsrichting
(=> ivm Ru heeft Eq een makkelijker geboortekanaal om baby eruit te persen)
bespreek benig geboortekanaal rund
- onderdelen: sacrum, bekken en eerste staartwervels
- weinig tot nt vervormbaar
- ovale bekkeningangg
- oplopende bekkenbodem
- hoog oplopende zijwanden
- afhellend sacrum
- sterk convex gebogen uitdrijvingsrichting
=> moeilijker geboortekanaal dan Eq
prodromi
= symptomen die waarschuwen voor begin ve ziekte
-> bij partus: symtomen die waarschuwen voor aankomende partus
geef prodromi partus bij rund
Tekenen naderende partus zijn:
- volschieten uier
- zakken ophangbanden
- vulvazwelling en oedeemvorming
- vulva-uitvloei (v helder slijm (baarmoederprop = voor partus) tot bloederig of lichtgroen (= begin ontsluitingsfase))
- veranderde lichaamstemp: eerst stijgen 12-24u voor partus en dan daling
geef prodromi partus bij eq
Tekenen ve naderende partus zijn:
- Minder duidelijk en het ontwikkelt zich minder geleidelijk dan bij Ru
- Uier: soms al opgezwollen een maand voor partus, doorheen de dag kan grootte uier variëren
- Kegelen: gestold secreet aan tepel
- wnr partus nabij:
- > uier schiet vol en spuit melk
- > onrustig worden, zweten
- > kolieksymptomen of regelmatig kleine # mesten
bespreek bij normaal partusverloop de ontsluitingsfase
- uteruscontracties
- onrust
- intra-uteriene druk stijgt
- zichtbare vruchtvliezen (allantois en amnion (zit rond embryo)) -> scheuren v vliezen (Eq altijd allantois (bevat afvalsoffen primitive gut v embryo, is dus deel embryo)) eerst)
- Duur:
-> Ru: 3-6u
-> Eq: 1-2u
(chorion zit rond amnion en allantois)
bespreek bij normaal partusverloop de uitdrijvingsfase
- bij ontsluitingsfase z vliezen (allantois en amnion) gescheurd -> hierna begint uitdrijvingsfase
1. uteriene contracties (als gevolg van stijging intra-uteriene druk)
2. buikpers
3. Door hoge druk op foetale borstkas tijdens de uitdrijving: amnionvocht w uit luchtwegen geperst -> onderdruk ontstaat -> AH komt op gang
! geboorte veulen met amnion over hoofdje -> risisco voor stikken bij minder vitale veulens
4. Duur:
-> Ru: 2-3u
-> Eq: 10-30 min
waarom is kans op perinatale sterfte hoger bij stuitligging?
Stuitligging: AP eerst
- door de langere duur: de ontsluiting vd cervix verloopt trager -> weinig aanleiding tot afgifte oxytocine en buikpers
- navelstreng loopt soms om de hak of om de romp en kan te vroeg afgekneld geraken (en navelstreng is bloedtoevoer voor baby)
- Hypoxie kan inspiratiebewegingen induceren -> hierdoor amnionvocht in longen -> benadeelt de ftie vd longen kort na geboorte (ze kunnen nt optimaal werken) met ev sterfte na geboorte tot gevolg
hypoxie
= ‘hypo’ en ‘oxie’
- te kort aan zuurstof in (bepaalde) weefsels
bespreek bij normaal partusverloop de nageboortefase
- nageboorte z vliezen en navelstreng
1. uteruscontracties tot nageboorte afkomt
2. Duur: - > Ru: 4-8u
- > Eq: 15-30min
- > Ru: duurt zo lang omdat de placentomen moeten afkomen, deze geven ook een verhoogd risico op het nt loskomen vd vliezen en dus het nt afkomen vd nageboorte
- > Eq: altijd controleren op volledigheid, ret sec is heel gevaarlijk
Retentio secundinarum
= nt of nt tijdig afkomen vd nageboorte (vliezen + navelstreng)
- normale duur:
- > Ru: 4-8u
- > Eq: 15-30 min
- Sprake v ret sec wanneer:
- > Ru: langer dan 24u
- > Eq: langer dan 6u
- zeker bij Eq heel gevaarlijk
wanneer ga je vooronderzoek uitvoeren?
- wanneer uitdrijvingsfase nt vordert
- wanneer vruchtblazen gebroken z maar er zijn gn vruchtdelen te zien: oorzaak moet achterhaald w (je ziet maar geen lichaam komen) (bvb te grote vrucht, slecht ontsloten cervix, abnormale ligging…)
- om de ligging te bepalen wnr er wel extremiteiten buiten vulva steken maar gn kop
- > zoolvlakten naar dorsaal gericht: meestal achterste voorstelling (AV)
- > zoolvlakten naar ventraal gericht: meestal voorste voorstelling (VV)
bespreek het afbreken vd navelstreng
- > Eq:
- veulens normaal geboren met intacte navelstreng en blijven zo nog tijdje liggen
- afscheuren gebeurt door bewegingen v veulen of moeder (rechtstaan)
- scheuren gepaard met minimaal tot geen bloedverlies
- > Ru:
- navelstreng korter -> scheurt meestal al intra-vaginaal
- amnionschede (vlies v 10 cm) blijft over
- > Amnionschede is erg belangrijk: droogt heel snel op en mummificeert -> sluit zo de navelopeningen af en behoedt het dier voor infecties
bespreek na-onderzoek
- verplicht vooronderzoek: enkel indien echt nodig
- ftie: zoeken naar aanwezigheid resterende vruchten, kwetsuren, bloedingen
- retentia secundinarum voorkomen: controleren op volledigheid nageboorte
welke zijn algemene voorbereidingen bij verloskundige hulp?
- afkalfstal:
- geboortepositie
- glijmiddel
- sedatie, narcose, analgesie
bespreek afkalfstal
- apart
- zacht ligbed
- makkelijk te verversen en reinigen
- nt te glad!
- erin: enkele dagen voor kalfdatum
- eruit: als nageboorte is afgekomen
wat doe je als koe nt spontaan in geboortepositie gaat liggen?
- normale geboortepositie koe: zijlig
- > neerleggen door opheffen
- > neersnoeren
bespreek glijmiddel
- nt-irriterende vettige substantie: slaolie, vaseline, reuzel…
- > als moeilijke verlossing: boorzalf (boor in vaseline)
- nodig omdat: droge geboortewegen vormen risico voor trauma, maakt het glad en soepel
bespreek analgesie bij partus
- wanneer:
1. angstige en nerveuze dieren
2. heel pijnlijke verlossing
3. onhandelbare dieren
! hogere gevoeligheid tijdens dracht
! transplacentaire overgang naar foetus - actief bestanddeel: xylazine (onderdeel v oa het geneesmiddel Rompun)
bespreek vaginaal onderzoek als deel v verloskundig onderzoek
- onderzoeken v VOLLG en navelstreng
- VOLLG:
1. Verwondingen: controle op laesies (beschadiging v weefsel), bloedingen en afwijkingen
2. Ontsluiting: vd cervix -> onvoldoende, slecht ontsloten…
3. Ligging: - > vd foetus: AV, VV, afwijkend
- > vd uterus: torsio uteri?
4. Levenstekenen: reflexen, hartslag en navelstrengpulsaties - > VV (4): tussenklauwreflex, slikreflex, oogbolreflex en navelstreng
- > AV (3): tussenklauwreflex, anusreflex, navelstreng
5. Grootte: relatieve grootte baby -> is extractie wel mogelijk of is het onverantwoord (aka keizersnede nodig?) - Navelstreng: verloop ervan (zeker wanneer AV want als om poot geslagen of om romp gedraaid (waarop verhoogde kans is bij AV) is er verhoogde kans op sterfte tijdens partus)
- > gn pulsatie: dode foetus
welke levenstekenen w gecheckt bij VV ligging?
- levenstekenen: reflexen, hartslag, navelstrengpulsaties
- VV:
1. tussenklauwreflex
2. slikreflex
3. oogbolreflex
4. navelstreng
welke levenstekenen w gecheckt bij AV ligging?
- levenstekenen: reflexen, hartslag en navelstrengpulsaties
- AV:
1. tussenklauwreflex
2. anusreflex
3. navelstreng
proefextractie
- onderdeel vaginaal onderzoek, specifiek onder punt G: grootte: gaat het kalf door het geboortekanaal passen of onverantwoord?
- ftie: controleren of kalf het geboortekanaal wel of nt zal kunnen passeren vooraleer er trekkracht w uitgevoerd
- VV: matige trekkracht (100-120 kg) nodig, kogels handbreedte buiten vulva (staand dier)
- AV: sterke trekkracht (200kg) nodig, tarsi handbreedte buiten vulva (liggend dier)
bespreek rectaal onderzoek als onderdeel v verloskundig onderzoek
- Enkel wanneer duidelijke aanwijzing dat het nodig is:
1. torsio uteri?
2. is partus bezig of nt: twijfel
3. levenstekenen foetus (die DA doen twijfelen)
4. Rupturen
5. Peritonitis
geef onderdelen verloskundig onderzoek
- Vaginaal onderzoek: VOLLG en navelstreng
2. Rectaal onderzoek: enkel wanneer duidelijke aanwijzing dat het nodig is
peritonitis
= buikvliesontsteking
- ernstig, vereist eig onmiddellijke operatie
- Oorzaak: infectie
- Maakt rectaal onderzoek noodzakelijk bij naderende partus
geef beide vormen v dystocie
- Dystocia materna: oorzaak abnormale partus ligt bij moederdier
- > stoornissen in uitdrijvende kracht
- > afwijkingen in geboortekanaal
- > afwijkingen vd uterus - Dystocia foetalis: oorzaak abnormale partus ligt bij foetus
- > te grote vrucht
- > misvormingen
- > abnormale liggingen
geef oorzaken dystocia materna
- stoornissen in uitdrijvende kracht:
- te sterke weeën (moederdier probeert heel erg om baby eruit te krijgen, => spasmen uterus, heel pijnlijk)
- uterusatonie: uterusspierweefsel is verslapt/blijft ontspannen, gn weeën
=> abnormale partus - Afwijkingen in geboortekanaal:
- onvoldoende ontsluiting
- prolapsus vaginae
- prolapsus vesicae (kan prolaps (naar buiten treden) van blaas, rectum, uterus.. zijn)
- bekken: te smal of misvormd
=> abnormale partus - Afwijkingen vd uterus:
- Deviatio uteri: anteflexio, retroflexio (ligging is afwijkend)
- uterusruptuur
- torsio uteri
(- prolaps uterus)
=> abnormale partus
geef oorzaken dystocia foetalis
- Te grote vrucht
- relatief of absoluut: voor dit moederdier te groot of voor ieder moederdier zou het te groot zijn - Misvormingen en monstra:
- Hydrops:
- > hydrops ascites
- > hydrocephalus
- Monstra = teratologisch product: vnl DUBBELVORMEN (twee hoofdjes, extra hoef/klauw,…) - Abnormale ligging:
- abnormale habitus
- abnormale situs
- abnormale positio
Hydrops ascites
= waterophoping thv buik => opgezwollen buik
- misvorming vd foetus die kan leiden tot abnormale partus (dystocia foetalis)
ascites
opgezwollen buik
bespreek abnormale ligging als oorzaak dystocia foetalis
3 vormen v abnormale ligging vd foetus die abnormale partus kunnen veroorzaken:
- Abnormale habitus: ligging v hoofd, hals en extremiteiten tov romp
- bvb carpaalligging: voorbeen nt gestrekt, maar gebogen in voorknie - Abnormale situs: ligging vd lengte-as v foetus tov moederdier
- bvb dwarsligging - Abnormale positio: ligging vd hoogte-as vd foetus
- bvb rugligging: rug v kalf ligt naar buik v moederdier (vs normaal: buik kalf ligt naar buik moederdier)
geef belangrijkste oorzaken nt-vooruitgaande partus Ru
- Dystocia foetale:
1. te grote kalveren
2. afwijkende liggingen
3. tweelinggeboorten
4. misvormingen en monstra - Dystocia materna:
5. uterusatonie
6. torsio uteri
hoe komt het dat abnormale partus zo vaak voorkomt bij Ru en wrm w dit er nt uitgefokt?
- Meer abnormale partussen door grotere afmetingen kalveren en te klein bekken vh moederdier (zeker bij vleesrassen)
- verminderde selectie op normaal afkalven: door verbeterde technieken in verloskunde sterven minder kalveren (die normaal nt overleefd zouden hebben) -> deze kunnen zich ook weer voortplanten, ondanks hun te klein geboortekanaal, andere afwijking die partus vermoeilijkt…
geef belangrijkste oorzaken nt-vorderende partus Eq
- Dystocia foetale:
1. afwijkende ligging
2. misvormingen en monstra
3. te grote vrucht - Dystocia materna:
4. torsio uteri
waarom komt keizersnede bij paard minder voor dan bij Ru?
- levenskansen veulen dalen veel sneller
- slechtere prognose voor het veulen na keizersnee
- keizersnede is technisch veel moeilijker bij Eq (ook is partiele foetotomie makkelijker en w dit dus sneller gedaan)
- slecht ontsloten cervix (reden keizersnede) komt bij Eq nt voor
wrm zijn reposities bij Eq belangrijker dan bij Ru?
Omdat bij Eq afwijkende liggingen vaker de oorzaak zijn ve nt-vorderende partus dan bij Ru
Vgl extracties Ru met Eq
- > Eq:
- makkelijker uitvoerbaar
- kruis op kruis komt minder vaak voor
bespreek normale en geforceerde extractie
- partus vordert nt -> na checken ligging (normaal of reposite): proberen of normale extractie mogelijk is -> partus vordert weer
- > normale extractie of kruis op kruis (vnl bij Ru) -> als kruis op kruis: leeft kalf nog? ja: geforceerde extractie
wrm komt partiele foetotomie vaker voor bij Eq dan bij Ru?
- bij Eq komen vaker afwijkende liggingen voor
- > sommige liggingen zijn nt weer goed te leggen zonder risico voor de merrie => partiele foetotomie nodig
geef het schema dat je volgt als algemene richtlijn voor verloskunde bij paard en rund
1. - partus vordert: spontane partus - partus vordert nt: ligging -> normaal -> abnormaal: repositie 2. proberen of normale extractie mogelijk is: -partus vordert - partus vordert nt 3. partus vordert: - normale extractie - kruis op kruis (vnl bij koe) -> kalf leeft: extraction forcee -> kalf dood: partiele foetotomie 4. partus vordert nt: -> kalf leeft: sectio cesarea ! Eq: eerder partiele foetotomie ipv sectio cesarea -> kalf dood: totale foetotomie
vergelijk extractie met repositie
Extractie: - liggend dier - gebruik v verloskettinkjes - gn epidurale - gn uterospasmolyticul - trekken gelijktijdig met contracties! Repositie: - staand dier - epidurale - uteroplasmolyticum - foetus terugduwen en verloskettinkje aan normaal liggende vruchtdelen doen -> extractie na repositie
uterospasmolyticum: wat en wrm nodig?
- spasmolyticum: vermindert spierkramp (spasmen)
- nodig bij repositie
- nt gebruiken bij extractie: je kan alle hulp v moederdier gebruiken om baby eruit te krijgen aka felle weeën (uterussamentrekkingen) zijn nodig
ftie epidurale
pijnprikkels v baarmoeder en bekkenbodem blokkeren
Geef verschillende stappen bij extractie bij VV
- aanleggen verloskettinkjes distaal v bijklauwtjes met het oog dorsaal
- trekken:
- richting uier -> eens kop te zien is: touwtjes van hand wisselen zodat poten gekruist komen
- kalf 90° kantelen en recht naar achter trekken
- richting staart trekken
wrm bij extractie in kopligging kanteling v 90°?
- kopligging = VV
- na het trekken richting uier is het kantelen aan de beurt
- voorhand 90° kantelen zorgt voor kanteling v achterhand met 45°
- wrm: achterstel kalf is breder dan de breedte vh bekken vd koe
- > door draaien achterstel v kalf met 45° moet breedte kalf door lengte van bekken (hier past het beter door)
geef verschillende stappen bij extractie AV
- AV = stuitligging
1. verloskettinkjes aanleggen distaal v bijklauwen met het oog dorsaal
2. poten 90° kantelen
3. richting staart trekken
4. richting uier trekken
geef indicaties foetotomie
- te grote (dode) foetus
- vernauwde bekkenholte
- afwijkende ligging
- onvoldoende ontsluiting
- misvormde foeti of monstra
wat is foetotomie
= het in stukken snijden vd foetus
- Partiele: doorzagen van enkel het deel dat een afwijkende ligging aanneemt en nt te herleggen is -> rest vd foetus is op een normale manier te extraheren
- Gehele: heel het lichaam w in stukken gezaagd
- Draadzaag-foetotoom: scherpe ruwe draad die doorheen twee metalen buizen loopt om geboorteweg te beschermen -> intra-uterien w deze strak aangetrokken om te zagen
geef voorbereiding foetotomie
- dier = staand
- epidurale anesthesie (pijnstilling)
- reiniging vulva
- glijmiddel
- desinfecterende oplossing voor instrumenten
- goede kledij en handschoenen
- helpers
geef belangrijkste indicaties sectia cesarea
- te grote levende vrucht ( nt levend: eerder foetotomie)
- torsio uteri
- onvoldoende ontsluiting
- Afw ligging -> repositie, geforc extractie en foetotomie zijn nt succesvol
bij onvoldoende ontsluiting, kies je voor SC of voor (partiele) foetotomie?
- bij Eq eerder voor foetotomie omdat:
- > makkelijker dan sc (sc is operatie op liggend dier en meestal onder gehele narcose!)
- > minder nadelig voor moederdier
- bij Ru eerder voor SC
geef contra-indicaties voor SC
- ernstige verwondingen vh geslachtsapparaat
- slechte algemene toestand moederdier
- geinfecteerde uterusinhoud/ emfysemateuze vrucht (al rottend) (-> je wil nt dat infectie/rottigheid bij opensnijden uterus zich kan verspreiden in lichaam moederdier)
emfysemateuze vrucht: wat
= vrucht met lucht in de weefsels als gevolg van rotting
welke structuren w doorgesneden bij SC?
- M. obliquus abdominis externus
- m. obliquus abdominis internus
- m. transversus abdominis
- peritoneum
geef volledig stappenplan SC
- voorbereiding:
- rechtstaand Ru
- L-flank wassen en scheren (Li: uterus makkelijkst te bereiken)
- huid desinfecteren
- lokale anesthesie
- epidurale anesthesie (als moederdier perst)
- uterospasmolyticum ((hevige) contracties zijn toch nt meer nodig) - Incisie:
- doorheen 3 spieren en peritoneum
- > pens aan de kant duwen, uterus extra-abdominaal brengen -> incisie uterus -> incisie vruchtvliezen -> we zien klauwtjes: extractie kalf (mbv verloskettinkjes)
- > checken andere hoorn voor tweede kalf en checken of gn te felle bloedingen (door bvb placentomen) - Hechten:
- > uterus:
- manier v hechten: gewijzigde Cushing
- vruchtvliezen w in uterus gelaten omdat deze pas na tijdje natuurlijk afkomen (4-8u door aanwezigheid placentomen)
- intra-peritoneaal: geven broad-spectrum Ab: tetracyclines, penicilline
- > peritoneum en dwarse buikspier hechten (doorlopend)
- > overige spieren, subcutis en huid
geef stoornissen die vallen onder puerperale stoornissen
= stoornissen aan het kraambed (gebeuren tijdens/na partus)
- trauma aan bekken, wervels en zenuwen
- uterusverwondingen
- vagina- en vulvaverwondingen
- > denk aan cloaca, rectovaginaalfistel - inversie en prolaps uterus
- retentio secundinarum
beschrijf trauma aan zenuwen door partus
= puerperale stoornis: trauma aan nn. gebeurt bij partus (rond het kraambed)
- parese/paralyse v nn.
1. paralyse n. obturatorius: wijdbeense stand (deze n. is veel kleiner dan ischi en loopt mediaal -> het terugtrekken v been onder de massa lukt nt meer)
2. paralyse n. ischiadicus: volledig slap been
verschil parese - paralyse
- parese: gedeeltelijke verlamming, gedeeltelijk verlies v kracht
- paralyse: spier verliest alle kracht, volledige verlamming
wrm is retentio secundinarum zo gevaarlijk bij Eq?
- leidt tot endometritis en hoefbevangenheid
- algemene ziektesymptomen: koorts, suf, gn eetlust
maar ook: koliekverschijnselen, SEPSIS
-> oorzaak: infectie uterus met allerlei micro-org -> toxines komen volop vrij en terecht in circulatie moederdier
(nageboorte = ‘secundinae’)
Ru: ernstige complicaties komen veel minder voor
wat verstaat men onder ‘volschieten uier’
- Ru: een indicatie ve naderende partus
- groter w van uier -> huid komt strakker te staan, w roder en de tepels staan gespannen
geef de banden die het geslachtsapparaat ophangen
- ligamenta sacro-tuberosa (banden)
- ligamenta sacro-spinosa (platen)
- > vlak voor de partus zijn deze veel weker (ze zakken)
beschrijf carpaalligging
- kan beiderzijds of éénzijdig zijn
- voorbeen ligt nt gestrekt, maar geplooid thv voorknie -> hierdoor zijn ook schouder en elleboog gebogen
- repositioneren: terugduwen om ruimte te creeeren -> voorknie naar omhoog brengen (richting dorsaal) -> gebogen klauw naar voor trekken => partus/extractie kan weer verder gaan
beschrijf schouderligging
- voorbeen is helemaal gebogen in de schouder en ligt langs romp vh lam naar achteren teruggeslagen
- repositioneren: lam terugduwen in baarmoeder om ruimte te creeeren -> knie naar voor trekken -> carpaalligging, zo verder oplossen: voorknie naar omhoog (dorsaal) -> gebogen klauw pakken en naar voor trekken => partus/extractie kan weer verdergaan
beschrijf de ligging van Johne
= schouder-elleboog ligging
- voorbenen liggen naar voor maar zijn gebogen in schouder- en ellebooggewricht (voorbenen zn nt volledig gestrekt)
- repositioneren: soms kan het lam zo geboren w, soms strekken benen eerst.
- als te weinig ruimte: lam wat terugduwen in baarmoeder zodat hoofd uit de weg en meer ruimte voor benen
beschrijf tarsaalligging
= stuitligging waarbij achterbeen in spronggewricht (enkel) gebogen is
- repositioneren: eerst lam terugduwen (veel ruimte voor repositionering nodig) -> enkel naar dorsaal trekken zodat we nt tegen ischium bekken opbotsen -> uiteinde poot naar achteren (caudaal) strekken => normale stuitligging (AV)
beschrijf heupligging
- stuitligging, enkel staartje te voelen, waarbij heel het achterbeen langs het lichaam naar voren (craniaal) gestrekt ligt.
- repositioneren: ruimte maken door baby terug te duwen -> spronggewricht pakken en naar caudaal
trekken -> tarsaalligging: check -> spronggewricht naar dorsaal trekken -> klauw naar caudaal trekken => normale stuitligging (AV)
beschrijf teruggeslagen kop
- wel VV ligging
- repositioneren: terugduwen baby in baarmoeder om ruimte te creeeren: voorpootjes liggen al in geboorteweg of ze steken al naar buiten, maar de kop ligt nog achter de bekkeningang -> kop vastpakken en onderlangs naar je toehalen => normale kopligging (VV)
bespreek repositionering dwarsligging
- repositie niet mogelijk -> foetotomie noodzakelijk