Untitled Deck Flashcards
Licht is een fysische prikkel die mensen en andere dieren waarnemen dankzij…
licht/ fotoreceptoren
Oogkas
beschermt het oog tegen stoten en verwondingen
Wenkbrauwen
geen water en zweet in het oog komt
Wimpers
extra bescherming tegen waterdruppels + stofdeeltjes tegen + filteren fel licht
Oogleden
sluiten in reflex wanneer de wimpers onverwachts worden aangeraakt
Traanklieren
maken voortdurend traanvocht aan + voorkomen uitdroging
Traanvocht bestaat uit …
water + zout + bacteriedodende enzymen
Waarom ween je?
hevige emotie ontstaat bij overmatige traanvochtproductie en dan kan er traanvocht uit het oog lopen en wordt een gedeelte afgevoerd door de neus
Traankanaal
afvoeren traanvocht
Traanzakje
afvoeren traanvocht
Aantal oogspieren
6 oogspieren –> 4 rechte (kijken) 2 schuine (focussen + samenwerken)
Fixatiepunt
punt waarop je focust
Oog is opgebouwd uit 3 lagen
harde oogvlies + vaatvlies + netvlies (fotoreceptoren)
Harde oogvlies
buitenste stevige witte laag + beschermt de inwendige structuren van het oog
Hoornvlies
voorkant harde oogvlies –> lichtdoorlatend vlies
Vaatvlies
ligt tegen harde oogvliest + zwart + doorbloed
Iris/ regenboogvlies
gekleurde ring –> pigmentkorrels die het oog kleuren + beschermen tegen overmatige belichting –> midden pupil
Pupil
belangrijke rol bij het regelen van de lichtinval
Netvlies
binnenste vlies + zeer dun vlies + voedingsstoffen van vaatvlies + vangt licht op
Gele vlek
hoogste concentratie fotoreceptoren
Blinde vlek
oogzenuw vanuit de oogbol naar de hersenen vertrekt + geen fotoreceptoren
Glasachtig lichaam
opgevuld met doorzichtige geleiachtige massa + geeft vorm en stevigheid aan de oogbol en drukt netvlies tegen vaatvlies.
Ooglens
doorzichtig + elastisch + achter de pupil + zit vast met lensbandjes aan het straallichaam
Straallichaam
cirkelvormig + verdikking van het vaatvlies –> kringspier en accomodatiespier + vormverandering
Voorste oogkamer
ruimte tussen hoornvlies en de ooglens
Achterste oogkamer
ruimte tussen de iris en ooglens
Invallende lichtstralen gebroken
hoornvlies + oogvocht –> voorste kamer + ooglens + glasachtig lichaam
Convergeren lichtstralen naar
brandpunt + verkleind + omgekeerd –> scherp juist op netvlies valt
Grootte pupil
beïnvloedt de lichtinval in het oog –> kringspier + straalspier in iris
Kringspier
midden van iris tegen pupil
Straalspier
groot aantal spiervezels + straalsgewijs rond pupil
Naar licht kijkt
kringspier samen + vernauwt pupil –> beschermd tegen overmatig licht
Weinig licht
straalspier samen + ontspant kringspier + pupil vergroot –> meer licht
Accomodatiespier
vorm van de ooglens
Ver kijken
accomodatiespier in rust + lensbandjes strak + vlakke ooglens –> scherp beeldt op netvlies
Dichtbij kijken
accomodatiespier samen + lensbandjes minder strak + ooglens boller
Nabijheidspunt
dichtst bijgelegen punt dat je zonder hulpmiddelen nog scherp kunt zien
Accomoderen
wisselen tussen ver- en dichtbij kijken
Bijziendheid
myopie –> oogbol langer/ooglens te bol + scherpste beeld voor netvlies –> bril met holle/negatieve lenzen
Verziendheid
hypermetropie –> oogbol te kort/ ooglens te vlak + scherpste beeld achter netvlies –> bril met bolle/positieve lenzen
Ouderdomsverziendheid
nabijheidspunt verder liggen (verliest de ooglens elasticiteit –>minder bol wanneer accomodatiespier samentrekt) –> leesbril met bolle lenzen
Cataract:
vertroebeling van de ooglens –> ooglens vervangen met kunstlens
Licht- of fotoreceptoren
kegeltjes + staafjes verbonden met zenuwcellen –> zenuwvezels –> oogzenuw
Pigmentlaag
lichtabsorberend voor het vaatvlies
Blinde vlek
zie je niks
Gele vlek
grootste concentratie kegeltjes + teruggekaatste lichtstralen van voorwerp op vlek = scherp + gekleurd beeld
Tapetum
laagje lichtreflecterende cellen –> achter het netvlies reflecteert invallend licht –> beter zien
Kegeltjes
fotoreceptoren –> kleuren ziet sommige rood + groen + blauw –> mix + genoeg licht
Staafjes
zeer lichtgevoelig –> weinig licht impulsen door + voorwerpen + grijze tinten
Kleurenslechtziendheid
erfelijke aandoening (meer bij mannen) meeste moeilijk rood + groen (daltonisme)
Dieptezicht
beide ogen op eenzelfde voorwerp fixeren
Stereoscopisch kijken
beide ogen object vanuit ander perspectief –> klein verschil tussen L + R = totaalbeeld (hersenen voegen extra ruimte toe)
Vloeiende bewegingen zien
traagheid van de ogen –> vorige beeld werkt nog na maar het volgende beeld is er al –> snelheid van film is belangrijk ( 25 beelden p/s –> vloeiende beelden)
Lui oog
verbinding tussen hersenen en ogen niet optimaal –> scheel zien, hersenen schaken slecht oog uit –> niet dubbel ziet
Behandeling lui oog
goed te behandelen –> goede oog afplakken –> niet goede oog gestimuleerd