Thema 3 spieren Flashcards
willekeurige spieren
Onder controle van je wil, gehecht aan skelet = skeletspieren
onwillekeurige spieren
Zonder controle van je wil (bv. maag samentrekken, pupil, blaas,…)
dwarsgestreept spierweefsel
Skeletspieren (willekeurige), snel en krachtig samentrekken, snel vermoeid (zuurstof tekort –> melkzuur aan), dwarse strepen (micro) + celkern –> celmembraam
glad spierweefsel
Wand van holle organen (onwillekeurige spieren), trage werking, onvermoeibaar + langdurige werking, langwerpig/spoelvormig + 1 duidelijke celkern
hartspierweefsel
In het hart, niet onder invloed van wil, krachtig samentrekken, kort uithoudingsvermogen (afwisselen), dwarse strepen –> dwarsgestreept hartspierweefsel
macroscopische bouw van spieren
Spieren aan bot via pees –> spierschede –> spierbundels –> bundelschede –> spiervezels –> spierfibrillen –> actine/myosine draden
de functie van eiwitdraden
Arm wilt buigen: draden in elkaar (biceps –> korter en dikker + trekt samen triceps –> actine + myosine uit elkaar + ontspant)
buigen en strekken van spieren
2 spieren nodig –> skeletspier = actief samentrekken niet actief ontspannen –> 2de spier voor nodig
antagonisten
Spieren met een tegengestelde werking (bv. biceps en triceps)
gladde spierweefsel microscopisch
Spoelvormige cellen + 1 celkern; elke cel = aparte actine/myosine, niet bewust samentrekken/ontspannen, plastischer –> actine + myosine = cellen korter en dikker
dwarsgestreept hartspierweefsel microscopisch
Korte vertakte spiervezels, 1/2 celkernen, dwarse strepen (actine + myosine), spiervezels verschillende plaatsen verbonden, onwillekeurige werking, ononderbroken + ritmisch samen, zonder neurale prikkel