thema 5 Flashcards
geleiden metalen
ja, in vaste en vloeibare toestand omdat er vrije elektronen aanwezig zijn (elektronen) zorgen voor overdracht
geleiden ionen
ja, maar enkel in vloeibare toestand, in een vaste toestand zitten de ionen vast in het rooster
ze kunnen pas geleiden als de ionen vrij zijn (ionen zorgen voor overdracht)
geleiden atoomverbindingen
nee, de moleculen doen geen vrije elektronen ontstaan
geleiden zuren
ja, zijn nochtans onderdeel van atoomverbindingen maar kunnen in vloeibare vorm energie overdragen
atoomverbinding
geen stoomgeleiding -> moleculen dragen geen resulterende lading en kunnen niet bewegen
zuren
wel stroomgeleiding -> moleculen zijn gesplitst in ionen en deze ionen kunnen vrij bewegen (ionen zorgen voor overdracht)
ionverbinding in vaste toestand
geen stroomgeleiding -> ionen dragen een resulterende lading, maar zitten vast in een rooster en kunnen niet bewegen
ionverbinding in vloeibare toestand
wel stroomgeleiding -> ionen dragen een resulterende lading en kunnen bewegen in de vloeibare toestand (vrije ionen zorgen voor stoomoverdracht)
metalen
wel stoomgeleiding -> beweeglijke elektronen tussen de metaalatomen (elektronen zorgen voor stroomoverdracht)
niet-metalen vaste toestand
geen stroomgeleiding -> moleculen dragen geen lading en kunnen niet vrij bewegen
niet-metalen vloeibare toestand
moleculen dragen geen lading en kunnen bewegen
niet metalen grafiet
uitzondering, wel geleidend -> beweeglijke elektronen in de koolstoflagen (elektronen zorgen voor stroomoverdracht)
2 voorwaarden elektrische geleiding
- geladen deeltjes
- deeltjes moeten bewegen
elektrolyt
stof die in oplossing elektrische stroom geleidt met behulp vandeeltjes die door splitsing van de stof ontstaan zijn
niet-elektrolyt
stof de de elektrische stroom niet geleidt en niet uiteen valt in geladen deeltjes
welke verbindingen bezitten ionbindingen?
- metaaloxiden
- hydroxiden
- zouten
welke verbindingen bezitten atoombindingen?
- niet metaaloxiden
- zuren
bevatten atoomverbindingen elektrolyten/niet-elektrolyten
geen elektrolyten
wel niet-elektrolyten
bevatten zuren elektrolyten/niet-elektrolyten
wel elektrolyten
geen niet-elektrolyten
bevatten ionverbindingen elektrolyten/niet-elektrolyten
wel elektrolyten
geen niet-elektrolyten
dissociatiereactie
bestaande ionen uit een ionstructuur losmaken
ionisatiereactie
ionen maken met behulp van watermoleculen
sterke elekrolyten
stoffen die wanneer ze oplossen in water, volledig in ionen splitsen
voorbeelden sterke elektrolyten
- zouten wanneer ze oplossen in water
- hydroxiden sterke elektrolyten als de metaalionen behoren tot Ia en IIa
- zes sterke zuren: HCl, HBr, HI, HNO3, H2SO4
zwakke elektrolyten
stoffen die de elektrische stroom niet goed geleiden omdat ze slechts gedeeltelijk in ionen splitsen wanneer ze oplossen in water
kenmerkende groep zuren
H vooraan
kenmerkende groep hydroxiden
OH achteraan
kenmerkende groep oxiden
O achteraan
kenmerkende groep zouten
M vooraan
H achteraan