Thema 2 Flashcards
Chorda
langwerpig streepje mesodermaal steunweefsel
Prokaryota
Nucleoid, plasmamembraan en ribosomen
Eukaryota
Celkern, organellen en cytoskelet
Karyo
zegt iets over de opslag van DNA in de cel
Porifera
Wel taakdifferentiatie maar nog geen weefselvorming
Cnidaria
Diploblast, radiaal symmetrisch, incompleet spijsverteringssysteem, diffuus zenuwnetwerk
Platyhelmintes
Triploblast, bilateraal symmetrisch, acoelomata, incompleet spijsverteringssysteem, CNs (2 laterale zenuwstrengen)
Pseudocoeloom
klein beetje vloeistof, hydrostatisch skelet, optimalisatie van diffusie
Nematoda
Triploblast, bilateraal symmetrisch (cephalisatie: kopvorming), pseudocoeloom, compleet spijsverteringssysteem (protostoma, mond ontwikkelt eerst), CNS (ventrale zenuwstreng en kopganglion), excretie door diffusie en spijsverteringssysteem
Annelida
Triploblast, bilateraal symmetrisch (cephalisatie), segmentatie, coeloom, protostoma (complete spijsvertering), CNS (ventrale zenuwstreng + kopganglion), gesloten circulatiesysteem en een excretiesysteem
Endostyle
soort plakspul waar voedingsstoffen aan kunnen blijven plakken
Chordata
Triploblast, bilaterale symmetrie (cephalisatie), segmentatie, Coeloom, compleet spijsverteringssysteem (deuterostoma: anus ontwikkelt eerst), CNS (dorsale zenuwstreng), ademhalingssysteem, gesloten circulatiesysteem en een excretiesysteem
Ectoderm
Zenuwstelsel, epitheellaag vd huid, nagels, haren klieren
Endoderm
Epitheliale weefsels vd tractus digestivus, lever, longen, blaas
protostomen
nematoda en mollusca
deuterostomen
vertebraten en echinodermata
ectoderm
zenuwweefsel, epitheellaag huid, neurale lijstcellen
mesoderm
steunweefsel, spieren, vet, lymfe, hart, bloedvaten en bloedcellen
endoderm
lever, longen, blaas, pancreas, epitheel digestive system
holoblastisch
complete klieving (mesolecithaal: veel dooier, isolecithaal: weinig dooier)
meroblastisch
heel veel dooier, incomplete klieving, inequaal, partiële klieving
preformatie
bij nematoden is het aantal cellen al vastgelegd
amniota
reproductie op land, inwendige bevruchting, amnion, allantois, chorion en dooierzak
matrotrophic
embryo’s krijgen de meeste voedingsstoffen die nodig zijn voor de ontwikkeling van de moeder via de baarmoeder
Placenta
any intimate apposition or fusion of the fetal organs to the maternal tissues for physiological exchange
zona pellucida
transparante eiwitlaag om de eicel heen om het te beschermen tijdens de eerste klievingsdelingen
cumuluscellen
dikke laag somatische cellen om de eicel die zorgen voor voeding en rijping, signalen voor ontwikkeling en communiceert met de eicel door uitlopers door de zona pellucida
Trophectoderm
buitenkant embryo, implantatie baarmoeder, vormen vruchtvliezen en placenta, niet het embryo
inner cell mass
binnenkant embryo, vormt de foetus