Test 1 0.1 Flashcards
1
Q
Prallen
A
Botsen
2
Q
Absichtlich
A
Expres
3
Q
Die spitzen lestrung
A
Topprestatie
4
Q
Anforderung
A
De eis
5
Q
Segelfiegen
A
Zweefvliegen
6
Q
Fallachirm
A
Parachute
7
Q
Sperren
A
Gesloten
8
Q
Gipfel
A
Top
9
Q
Veranstraltung
A
Manifestatie
10
Q
Versammlung
A
Vergadering
11
Q
Austellung
A
Tentoonstelling
12
Q
Furchtbar
A
Vreselijk
13
Q
Beschwerlich
A
Vermoeiend
14
Q
Basteln
A
Knutselen
15
Q
Reisefuhrer
A
Vvv kantoor
16
Q
Das doppelzimmer
A
Tweepersoonskamer
17
Q
Das doppelzimmer
A
Tweepersoonskamer
18
Q
Unterkurft
A
Logies
19
Q
Zelte
A
Tenten
20
Q
Taschenlampe
A
Zaklantaarn
21
Q
Freien
A
In de lucht openlucht
22
Q
Vermieten
A
Verhuren
23
Q
Ausflug
A
Uitstapje
24
Q
Feirenorte
A
Vakantieoord
25
Q
Strapazen
A
Vermoeienissen
26
Q
Aussicht
A
Uitzicht