Planten - Plantensoortenlijst BNB-D LE2_PE1 Flashcards
Welke plant is dit?
BLAD: Veerdelig samengesteld met eironde blaadjes.
STENGEL: Kantig, gevuld.
BLOEM: Kruisbloemig, kroon wit, helmknoppen roodpaars,
(vrucht) hauwtje 2 tot 4 cm lang.
Bittere veldkers
Cardamine amara
GROEIWIJZE: Kruipend met uitlopers.
HOOGTE: 0.15 – 0.50m.
BLOEITIJD: Mei – juni.
STANDPLAATS: In brongebieden, aan waterkanten en in grienden.
BIJZ.HEDEN: Plant met bittere smaak.
Welke plant is dit?
BLAD: Langwerpig, enkelvoudig en gaafrandig. Bladen zijn aanliggend behaard en staan verspreid.
STENGEL: De stengelbasis is afstaand behaard.
BLOEM: Vijftallige blauwe bloemen, tot 8mm in doorsnee. Kroonbladen met elkaar vergroeid.
Moerasvergeet-mij-nietje
Myosotis scorpioides subsp. scorpioides
GROEIWIJZE: Kruipend met wortelstokken en bovengrondse uitlopers.
HOOGTE: 0.15 – 1.00m.
BLOEITIJD: Mei – augustus.
STANDPLAATS: Oevers, moerassen en natte graslanden.
Welke plant is dit?
BLAD: Lijnvormig en driehoekig. Bladen doorgaans met draaiingen in de bovenste helft van het blad.
STENGEL: Forse bloeistengels zijn rond, met rode tint, zonder bladen.
BLOEM: Schermvormige bloeiwijze, stralen echter ongelijk van lengte. Bloemkroon roze.
Zwanenbloem
Butomus umbellatus
GROEIWIJZE: Kruipende wortelstok.
HOOGTE: 0.30 – 1.50m.
BLOEITIJD: Juni – september.
STANDPLAATS: Oeverplant in ondiep water.
BIJZ. HEDEN: Beschermd.
Welke plant is dit?
BLAD: Blad aan bovenzijde sterk geribd door niet uitspringende nerven.
STENGEL: Stengel aan de voet liggend, op de knopen wortelend, geknikt opstijgend. Tongetje 2 tot 5 mm.
BLOEMEN: Kleine sigaarvormige bloeiaar met uitstekende kafnaalden.
Geknikte vossenstaart
Alopecurus geniculatus
GROEIWIJZE: Matten vormend.
HOOGTE: 0.15 – 0.60
BLOEITIJD: Mei - oktober
STANDPLAATS: Weilanden die in de winter en of het voorjaar drassig zijn of onder water staan.
Welke plant is dit?
BLAD: Rozetbladen rondachtig, gekarteld en lang gesteeld. De onderste stengelbladen zijn langwerpig, de bovenste stengelbladen zijn grasachtig.
STENGEL: Dun en sterk vertakt.
BLOEMEN: Blauw, klokvormig, knikkend.
Grasklokje
Campanula rotundifolia
GROEIWIJZE: Zodevormend.
HOOGTE: 0.15 – 0.60m.
BLOEITIJD: Juni – september.
STANDPLAATS: Vooral in schrale bermen, ook op kalkrijk substraat, en beschaduwde plaatsen
Welke plant is dit?
BLAD: Veervormig gedeeld met gaafrandige, afgeronde zijslippen.
STENGEL: Stijf en kantig.
BLOEM: Grote roodpaarse hoofdjes met stralende randbloemen. 4 cm in doorsnede. Omwindselbladen met donkere kamvormige top.
Grote centauri
Centaurea scabiosa
GROEIWIJZE: Pollen.
HOOGTE: 0.30 – 1.20m.
BLOEITIJD: Juni – september.
STANDPLAATS: Droge, kalkrijke grazige hellingen. Ook in ruigten.
BIJZ. HEDEN: Rode lijst soort.
Welke plant is dit?
BLAD: Onderste bladschede dicht bezet met lange haren. Jongste spruit samengevouwen.
STENGEL: Stengels met korte uitlopers.
BLOEM: Losse pluim. Ieder aartje met 2 lange kafnaalden (verschil met glanshaver)
Zachte haver
Avenula pubescens
GROEIWIJZE: Losse pollen.
HOOGTE: 0.30 – 0.90m.
BLOEITIJD: April – mei.
STANDPLAATS: Droge, matig voedselrijke, kalkhoudende grond.
BIJZ.HEDEN: Lijkt op glanshaver maar bloeit eerder dan deze.
Welke plant is dit?
Blad: Aan beide zijden met lange beharing (zonder klierharen) vrijwel zittend, in paren.
Stengel: Rond, behaard, vaak met rode tint.
Bloem: Vijftallig, klein. Kroonbladeren ongeveer even lang als de kelkbladen. Kroonbladen wit, ingesneden. Doosvrucht, hoornvormig.
Gewone hoornbloem
Cerastium fontanum subsp. vulgare
Groeiwijze: Kruipend.
Hoogte: 0.05 – 0.45m.
Bloeitijd: April – november.
Bodem: Op grazige grond.
Welke plant is dit?
BLAD: Blauwgroen, vlak met fijne driehoekige top, 3 mm breed.
STENGEL: Stomp driekantig, stijf rechtop.
BLOEM: Bloeiwijze met 1 mannelijk aartje en daaronder op enige afstand 2 rechtopstaande, vrij losbloemige vrouwelijke aartjes.
Blauwe zegge
Carex panicea
GROEIWIJZE: Kruipend met lange ondergrondse uitlopers.
HOOGTE: 0.05 – 0.70m.
BLOEITIJD: April – mei.
STANDPLAATS: Vochtige tot natte hooilanden en heiden.
Welke plant is dit?
BLAD: Wortelbladen spatelvormig, tegenoverstaand. Stengelbladen lijnvormig. Vaak rood aangelopen.
STENGEL: Behaard
BLOEM: Rose, kroonbladen vier-spletig.
Echte koekoeksbloem
Silene flos-cuculi
GROEIWIJZE: Zodenvormend
HOOGTE: 0.30 – 0.80m.
BLOEITIJD: Mei – juli.
STANDPLAATS: In natte, matig voedselrijke graslanden, vooral op venige bodem.
Welke plant is dit?
BLAD: Bladschijf grasgroen, tot 15 mm breed, met duidelijke driekantige top.
STENGEL: Stomp, driekantig.
BLOEM: Forse, rijkbloemige, pluimvormige tot 2 dm grote bloeiwijze.
Bosbies
Scirpus sylvaticus
GROEIWIJZE: Kruipend.
HOOGTE: 0.25 – 0.90m.
BLOEITIJD: Mei – augustus.
STANDPLAATS: In graslanden en loofbossen, op kwelplekken en langs oevers.
BIJZ.HEDEN: Zeer goede kwelindicator.
Welke plant is dit?
BLAD: Bladschijf geribd tot 3 mm breed. Tongetje afgeknot, kort, onderzijde glanzend. Jongste spruit samengevouwen.
STENGEL: Onbehaard.
BLOEM: Aarpluim met aartjes in 2 rijen (zigzagstructuur).
Kamgras
Cynosurus cristatus
GROEIWIJZE: Kleine dichte pollen.
HOOGTE: 0.20 – 0.60m.
BLOEITIJD: Juni – juli.
STANDPLAATS: Op vochtige, matig voedselrijke gronden in weilanden.
Welke plant is dit?
BLAD: Samengesteld, afgebroken geveerd, met gezaagde deelblaadjes.
STENGEL: Zacht behaard met lange en korte haren, klierharen ontbreken.
BLOEM: Kleine gele bloemen, verenigd in een lange smalle tros.
Gewone agrimonie
Agrimonia eupatoria
GROEIWIJZE: Kruipende wortelstokken.
HOOGTE: 0.30 – 1.20m.
BLOEITIJD: Juni – september.
STANDPLAATS: Op licht beschaduwde, kalkhoudende plekken in struweel, op dijken en in bermen.
Welke plant is dit?
BLAD: Langwerpig, puntig, gaafrandig en ongesteeld in kruisgewijs overstaande bladstand.
STENGEL: Zijtakken wijd afstaand en boogvormig.
BLOEM: 2-lippige gele bloemen in paren, naar 1 zijde gekeerd.
Hengel
Melampyrum pratense
GROEIWIJZE: Eenjarige halfparasiet. Woekerd op boomwortels, vooral eik en berk
HOOGTE: 0.15 – 0.50m.
BLOEITIJD: Juni – augustus.
STANDPLAATS: In lichte, zure loofbossen en beschaduwde bermen.
Welke plant is dit?
BLAD: Onderste bladen liervormig.
STENGEL: Ruw behaard.
BLOEM: Heldergele kruisbloem.
Herik
Sinapis arvensis
GROEIWIJZE: Zomerannuel, eenjarig.
HOOGTE: 0.30 – 0.80m.
BLOEITIJD: Mei – september.
STANDPLAATS: Kenmerkend voor kleigronden. Tevens op voedselrijke zandgrond.
BIJZ.HEDEN: Bijenplant.
Welke plant is dit?
BLAD: Plant ijl bebladerd. Blad veerdelig met grof ingesneden slippen.
STENGEL: Alleen aan de voet vertakt, ruig behaard
BLOEM: Kroonbladeren fel rood, met zwarte vlek aan de voet. Dekseltje van vruchtdoos met 8 of meer stralen.
Grote klaproos
Papaver rhoeas
GROEIWIJZE: Eenjarig.
HOOGTE: 0.20 – 0.60m.
BLOEITIJD: Mei – juli.
STANDPLAATS: Omgewerkte kleihoudende grond.
BIJZ. HEDEN: Zeer lange kiemkracht.
Welke plant is dit?
BLAD: Grijsgroen, spinragachtig behaard. Onderste bladen diep ingesneden. Bovenste bladen lijnvormig.
STENGEL: Stijf, rechtop, sterk vertakt (smalle habitus).
BLOEM: 3 cm, helderblauwe hoofdjes, met ongeveer 8 grote trompetvormige straalbloemen.
Korenbloem
Centaurea cyanus
GROEIWIJZE: Eenjarig
HOOGTE: 0.30 – 0.60m.
BLOEITIJD: Juni – augustus.
STANDPLAATS: Zandige graanakkers, ook veel uitgezaaid.
BIJZ. HEDEN: Rode lijst soort.
Welke plant is dit?
BLAD: Stengelbladen, langwerpig 4 tot 7 mm. breed, met de grootste breedte op of boven het midden.
STENGEL: Ronde stengel met melksap.
BLOEM: Geelgroen schijnbloemen in een schermvormige bloeiwijze.
Heksenmelk
Euphorbia esula
GROEIWIJZE: Kruipend met lange wortelstokken.
HOOGTE: 0.30 – 0.90m.
BLOEITIJD: Mei – juli.
STANDPLAATS: Op vochtige tot droge grond, in bermen en uiterwaarden, langs dijken en spoorwegen en in de duinen.
Welke plant is dit?
BLAD: Langwerpig – lancetvormig tot 6 cm breed. Steel even lang als de bladschijf. Blad met sterke uiengeur.
STENGEL: Bloeistengel zonder blad, min of meer driekantig.
BLOEM: Zuiver witte, stervormige bloemen in een scherm of half bolvormige bloeiwijze.
Daslook
Allium ursinum
GROEIWIJZE: Bolgewas
HOOGTE: 0.20 – 0.40m.
BLOEITIJD: April – juni.
STANDPLAATS: Loofbossen op kalkrijke bodem, vooral in hellingbossen. Tevens als stinzenplant.
Welke plant is dit?
BLAD: Spies- of pijlvormig, glanzend, lang gesteeld, al of niet met zwarte vlekken.
STENGEL: Bloeistengel relatief kort
BLOEM: Bloeikolf deels omgeven door een groot groenwit schutblad. Aan de kolf worden rode bessen gevormd (het blad is dan reeds afgestorven).
Gevlekte aronskelk
Arum maculatum
GROEIWIJZE: Knolgewas.
HOOGTE: 0.15 – 0.45m.
BLOEITIJD: April – mei.
STANDPLAATS: In vochtige, rijke bossen met een goede strooisel vertering.
Welke plant is dit?
BLAD: Langwerpig, spits en stijf, ongesteeld, kruisgewijs tegenoverstaand.
STENGEL: Vierkant, stijf en ruw.
BLOEM: Kroonbladen wit, 10 tot 25 mm lang, tot het midden ingesneden.
Grote muur
Stellaria holostea
GROEIWIJZE: Bodembedekker.
HOOGTE: 0.15 – 0.50m.
BLOEITIJD: April – juni.
STANDPLAATS: Humeuze, lichte bossen en beschaduwde bermen.
Welke plant is dit?
BLAD: Spatelvormig, zwak gegolfd tot gaafrandig, glanzend.
STENGEL: Vierkant.
BLOEM: Paarsblauw, lipbloemig. Schutbladen tussen de schijnkransen met blauwe tint.
Kruipend zenegroen
Ajuga reptans
GROEIWIJZE: Kruipend met bovengrondse uitlopers.
HOOGTE: 0.07 - 0.30m.
BLOEITIJD: Eind april - juni
STANDPLAATS: Op natte tot vochtige, matig voedselrijke grazige grond. Ook in loofbossen.
Welke plant is dit?
BLAD: Boven het midden het breedst, ongedeeld en gaafrandig. Bladen kruisgewijs tegenoverstaand.
STENGEL: Rond en zacht behaard.
BLOEM: Bloemkroon, donkerroze. De kelkbladen zijn vergroeid tot een wat opgeblazen buis.
Dagkoekoeksbloem
Silene dioica
GROEIWIJZE: Tweehuizig, korte wortelstokken.
HOOGTE: 0.30 – 0.90m.
BLOEITIJD: Mei – oktober.
STANDPLAATS: Op voedselrijke, humeuze zand- en veengrond op licht beschaduwde plekken.
Welke plant is dit?
BLAD: Smalle lijnvormige bladen met een witte middenstreep.
STENGEL: Bloeistengels zonder blad. Als de bloeistengels verschijnen sterven de rozetbladen af.
BLOEM: Stervormige witte bloemen in een schermvormige tros.
Gewone vogelmelk
Ornithogalum umbellatum
GROEIWIJZE: Bolgewas.
HOOGTE: 0.10 – 0.30m.
BLOEITIJD: Mei – juni.
STANDPLAATS: In graslanden, op dijken en in loofbossen.
BIJZ. HEDEN: Beschermd
Welke plant is dit?
BLAD: 3 – 6 mm breed, grasgroen.
STENGEL: Stomp driekantig.
BLOEM: Bloeiwijze met 1 mannelijk topaartje en 3 of meer langgesteelde, ver uit elkaar staande, afhangende vrouwelijke aartjes.
Boszegge
Carex sylvatica
GROEIWIJZE: Pollen.
HOOGTE: 0.30 – 1.00m.
BLOEITIJD: Mei – juni.
STANDPLAATS: Vochtige loofbossen op neutrale tot basenrijke leem- en kleibodems
Welke plant is dit?
BLAD: Kort gesteelde, langwerpige, leerachtige bladen, gaafrandig, onbehaard en tegenoverstaand.
STENGEL: Niet bloeiende stengels kruipend en wortelend op de knopen. Bloeiende stengels rechtopstaand.
BLOEM: Blauw, met 5- tallige, vergroeide kroon, 2 tot 3 cm in doorsnede.
Kleine maagedenpalm
Vinca minor
GROEIWIJZE: Kruipend halfstruikje.
HOOGTE: 0.15 – 0.30m.
BLOEITIJD: April – mei.
STANDPLAATS: Rijke bosbodems met goede strooiselvertering.
BIJZ.HEDEN: Groenblijvend
Welke plant is dit?
BLAD: Vlakke blaadjes tot 3 mm. Breed, in kransen van 3. Niet krullend !
STENGEL: Brosse stengels groeien hoofdzakelijk in verticale richting.
BLOEM: Zeer klein. Lang gesteeld en op het wateroppervlak drijvend.
Brede waterpest
Elodea canadensis
GROEIWIJZE: Ondergedoken. Tweehuizig.
HOOGTE: 0.30 – 3.00m.
BLOEITIJD: Mei – augustus.
STANDPLAATS: Helder, (matig) voedselrijk zoet water.
BIJZ.HEDEN: In Nederland zijn uitsluitend vrouwelijke planten waargenomen.
Welke plant is dit?
BLAD: Lijnvormig, stijf, met gestekelde rand, tot 50 cm lang. Bladen gebundeld in een rozet.
STENGEL: Uitlopers waaraan nieuwe planten tot ontwikkeling komen.
BLOEM: Wit, 3-tallig. Mannelijke 3 tot 6 bijeen. Vrouwelijke alleenstaand.
Krabbenscheer
Stratiotes aloides
GROEIWIJZE: Half ondergedoken tot ondergedoken.
LENGTE: 0.15 – 0.40m.
BLOEITIJD: Mei - juli.
STANDPLAATS: Luwe wateren, vooral in laagveengebieden.
Welke plant is dit?
BLAD: (Zeer) dun buisvormig met dwarsschotten.
STENGEL: Dunne stengeltjes met min of meer knolvormig verdikte voet, vaak wortelend op de knopen.
BLOEM: Bloeiwijze ijl vertakt.
Knolrus
Juncus bulbosus
GROEIWIJZE: Dichte polletjes, ook vlottend of vrij in water zwevend.
HOOGTE: 0.05 – 0.20m
BLOEITIJD: Juni – herfst.
STANDPLAATS: Natte, zure, voedselarme omstandigheden.
BIJZ.HEDEN: Kan zowel als landplant en als echte waterplant optreden. Plant zeer variabel, vaak rood aangelopen.
Welke plant is dit?
BLAD: Rondachtig met wigvormige voet, gekarteld en spaarzaam behaard.
STENGEL: Sterk vertakt en vierkantig.
BLOEM: Bloemen en schutbladen groenachtig geel, in één plat vlak.
Paarbladig goudveil
Chrysosplenium oppositifolium
GROEIWIJZE: Plakkaten vormend met dunne uitlopers.
HOOGTE: 0.05 – 0.15m.
BLOEITIJD: April – mei.
STANDPLAATS: In beekjes en bronbossen, in heuvelgebieden.
BIJZ.HEDEN:
Welke plant is dit?
BLAD: Bladen enkel geveerd, onregelmatig gezaagd. Onderste bladen met horizontaal gekantelde zijblaadjes en een lange bladsteel.
STENGEL: Buisvormig, gestreept, sterk vertakt.
BLOEM: 10 tot 20 stralige schermen, merendeels tegenover de bladen ingeplant. Omwindsels en omwindseltjes talrijk, deel drietoppig.
Kleine watereppe
Berula erecta
GROEIWIJZE: Ondergrondse uitlopers.
HOOGTE: 0.30 – 0.60m.
BLOEITIJD: Juli – september.
STANDPLAATS: Aan oevers, in sloten en beken.
Welke plant is dit?
BLAD: 2 tot 12 bladen met duidelijke maar korte bladschijf.
STENGEL: Dikke, gladde, rolronde stengels.
BLOEM: Bloeiwijze ontspringt zijdelings aan stengelknop.
Mattenbies
Schoenoplectus lacustris
GROEIWIJZE: Kruipend met harde, brosse wortelstokken.
HOOGTE: 0.80 – 3.50m.
BLOEITIJD: Juni – augustus.
STANDPLAATS: In plassen, rivieren en kanalen.
Welke plant is dit?
BLAD: Bladschijf 5 tot 10 mm, overhangend.
STENGEL: Scherp, driehoekig, ruw.
BLOEM: Onderste schutblad reikt voorbij de bloeiwijze. Stijl met 2 stempels.
Scherpe zegge
Carex acuta
GROEIWIJZE: Kruipende wortelstokken.
HOOGTE: 0.50 -1.50m.
BLOEITIJD: Mei – juni.
STANDPLAATS: Oever- en moerasplant. Vooral in het winterbed van rivieren en beken.
Welke plant is dit?
BLAD: Rozetbladen langwerpig met wigvormige voet en lange bladsteel.
STENGEL: Liggende tot opstijgende holle stengels, die op de knopen wortelen.
BLOEM: Kleiner dan andere boterbloemen, tot 1,5 cm in doorsnede.
Egelboterbloem
Ranunculus flammula
GROEIWIJZE: Overblijvend, bovengrondse uitlopers.
HOOGTE: 0.10 – 0.50m.
BLOEITIJD: Juni – oktober.
STANDPLAATS: Drassige graslanden, sloten, vennen, broekbossen en duinvalleien.
Welke plant is dit?
BLAD: Schildvormig, cirkelrond met de aanhechting in het midden van de bladschijf.
STENGEL: Kruipende, vertakte stengels op de knopen wortelend.
BLOEM: Onopvallende bloeiwijze op draad dunne steel.
Gewone waternavel
Hydrocotyle vulgaris
GROEIWIJZE: Kruipend.
HOOGTE: 0.05 – 0.15m.
BLOEITIJD: juli – herfst.
STANDPLAATS: Aan de oeverzone van voedselarme wateren en moerassen.
Welke plant is dit?
BLAD: Blauwgroen, 3 tot 7-tallig geveerd.
STENGEL: Boogvormig opgericht.
BLOEM: Gehele bloem donkerbruin-roodachtig met opvallend grote kelk. Kroonblaadjes toegespitst. Vrucht aardbeiachtig.
Wateraardbei
Comarum palustre
GROEIWIJZE: Houtige wortelstokken en kruipend.
HOOGTE: 0.15 – 0.90m.
BLOEITIJD: Juni – juli.
STANDPLAATS: In ondiep water van vennen, vaak in kwelsituaties.
Welke plant is dit?
BLAD: Fris grasgroen, gootvormig, 2 tot 3 mm breed.
STENGEL: Stomp driekantig, stijf en glad.
BLOEM: Bloeiwijze met 1 mannelijke en 2 tot 4 eironde zittende vrouwelijke aartjes. Onderste vrouwelijke aartje wel gesteeld en veel lager geplaatst.
Dwergzegge
Carex oederi
GROEIWIJZE: Polletjes.
HOOGTE: 0.05 – 0.30m.
BLOEITIJD: mei - juli, maar vaak ook tot in de herfst.
STANDPLAATS: Pionier op open, vochtige tot drassige grond.
Welke plant is dit?
BLAD: Bladschijf tot 5 mm. breed, gootvormig, eindigend in een lange driekantige spitse top.
STENGEL: Rolrond, onder de top stomp driekantig.
BLOEM: Bloeiwijze met 3 tot 6, deels overhangende aartjes. Aarstelen glad en ongelijk van lengte. Vormt na de bloei opvallende witte pluizenbolletjes.
Veenpluis
Eriopherum angustifolium
GROEIWIJZE: Lange wortelstokken.
HOOGTE: 0.30 – 0.60m
BLOEITIJD: Mei – juli.
STANDPLAATS: Op natte zure grond in heiden, schraallanden, vennen en duinvalleien.
Welke plant is dit?
BLAD: Varenachtig geveerd, met afwisselend grote en kleine deelblaadjes. Bladen zilverzijdeachtig behaard en scherp gezaagd.
STENGEL: Vaak rood aangelopen.
BLOEM: Schotelvormige bloemen, geel, vijftallig.
Zilverschoon
Potentilla anserina
GROEIWIJZE: Kruipend met lange uitlopers, op de knopen wortelend.
HOOGTE: 0.05 – 0.45m.
BLOEITIJD: Mei – augustus.
STANDPLAATS: Doorgaans op plaatsen met een verdichte bodem.
Welke plant is dit?
BLAD: Stengel aan de voet omgeven door schede zonder bladschijf.
STENGEL: In bundels vanuit de wortelstok,1-6 mm.
BLOEM: Eindstandig aartje met meerdere bloemen.
Gewone waterbies
Eleocharis palustris
GROEIWIJZE: Kruipende wortelstok.
HOOGTE: 0.10 – 0.60m.
BLOEITIJD: Mei – augustus.
STANDPLAATS: Waterkanten, in vennen, moerassen en duinvalleien.
Welke plant is dit?
BLAD: Bladschijf, vlak, fijn geribd, 2 tot 5 mm breed. Tongetje spits en lang. Jongste spruit ingerold.
STENGEL: Geknikt opstijgend.
BLOEM: Pluim smal, min of meer samengetrokken. Kleine éénbloemige aartjes.
Fioringras
Agrostis stolonifera
GROEIWIJZE: In pollen, met lange bovengrondse uitlopers, op de knopen wortelend. Matten vormend.
HOOGTE: tot 0.40m.
BLOEITIJD: Juni – september.
STANDPLAATS: Op grazige, natte grond. Ook vlottend in ondiep water.
BIJZ.HEDEN: Plant variabel, vaak paars aangelopen.
Welke plant is dit?
BLAD: 5 - , deels 7 – tallig, handvormig samengesteld.
STENGEL: Liggend, vaak rood aangelopen, op de knopen wortelend.
BLOEM: Goudgeel, 5 – tallig, 2 cm doorsnede.
Vijfvingerkruid
Potentilla reptans
GROEIWIJZE: Lange bovengrondse uitlopers.
HOOGTE: 0.05 – 0.15m.
BLOEITIJD: Juni – augustus.
STANDPLAATS: Op vochtige, voedselrijke grond in graslanden, duinvalleien, uiterwaarden, aan wegen en ook op stenige plaatsen.
BIJZ.HEDEN:
Welke plant is dit?
BLAD: Drietallig met gesteeld topblaadje.
STENGEL: Aan de basis verhoud, behaard en bezet met stevige doorns in paren.
BLOEM: Vlinderbloemig met grote roze bloemen in de bladoksel. Peul kort, tot 1cm.
Kattendoorn
Onosis spinosa subsp. spinosa
GROEIWIJZE: Half-struikvormig (takken overwinteren meestal niet).
HOOGTE: 0.10 – 0.60m.
BLOEITIJD: Juni – september.
STANDPLAATS: Op vochtige, kalkhoudende, zandige bodem. Het meest in uiterwaarden en aan de rand van schorren en kwelders.
Welke plant is dit?
BLAD: Rolrond, lijnvormig en vlezig, groen of roodachtig.
STENGEL: Liggend en sterk vertakkend.
BLOEM: Tuilvormige witte bloeiwijze.
Wit vetkruid
Sedum album
GROEIWIJZE: Plakkaten vormend.
HOOGTE: 0.05 – 0.15m.
BLOEITIJD: Juni – juli.
STANDPLAATS: Op open, schrale, zandige of stenige bodem.
Welke plant is dit?
BLAD: Dun, vlezig, lijnvormig tot 8 mm lang.
STENGEL: Liggend en sterk vertakkend.
BLOEM: Kleine stervormige gele bloemen.
Zacht vetrkuid
Sedum sexangulare
GROEIWIJZE: Plakkaten vormend.
HOOGTE: 0.05 – 0.10m.
BLOEITIJD: Juni – juli.
STANDPLAATS: Open schrale, zandige of stenige bodem. Kalkminnend .
BIJZ.HEDEN: Plant zonder scherpe smaak.
Welke plant is dit?
BLAD: Smalle, lijnvormige blaadjes met omgerolde rand. In kransen van gemiddeld 8 blaadjes.
STENGEL: Rolrond, met 4 zwakke ribben.
BLOEM: Kleine, gele bloempjes, verenigd tot een dichte rijkbloemige pluim.
Geel walstro
Galium verum
GROEIWIJZE: Kruipend met ondergrondse uitlopers.
HOOGTE: 0.10 – 0.80m.
BLOEITIJD: Juni t/m september.
STANDPLAATS: Op voedselarm zandige bodem, zowel op kalkarme als kalkrijke grond.
Welke plant is dit?
BLAD: Lijnvormig 2 tot 3mm breed. (niet bloeiende zijstengels lijken op sparretakjes).
STENGEL: Rond, met melksap.
BLOEMEN: Geelgroene bloemen staan op schermen geplaatst. Schutbladen vaak opvallend rood, verkleurend.
Cipreswolfsmelk
Euphorbia cyparissias
GROEIWIJZE: Kruipend.
HOOGTE: 0.15 – 0.30m.
BLOEITIJD: April - mei, soms ook later.
STANDPLAATS: Op droge grazige zandgrond. Voornamelijk in het rivierengebied. Ook op stenige plaatsen.
Welke plant is dit?
BLAD: Wortelbladen dubbel veerdelig, bleekgroen
STENGEL: Stengel van de bloeiwijze stekelig met veerdelige stengelbladeren.
BLOEM: Scherm met bolvormige bloemhoofdjes.
Kruisdistel
Eryngium campestre
GROEIWIJZE: Groeit op open plaatsen bolvormig uit.
HOOGTE: 0.15 – 0.60m.
BLOEITIJD: Juli- augustus.
STANDPLAATS: Op vochtige tot droge, kalkhoudende grond op rivierduinen en grazige duinen.
Welke plant is dit?
BLAD: Bladen samengesteld uit 2 tegenover elkaar staande lancetvormige deelblaadjes met daartussen een vertakte rank.
STENGEL: Vierkant.
BLOEM: Gele vlinderbloem in trosjes van 4 tot 12 bijeen.
Veldlathyrus
Lathyrus pratensis
GROEIWIJZE: Klimplant met ondergrondse uitlopers.
HOOGTE: 0.30 - 1.20m.
BLOEITIJD: Juni – augustus.
STANDPLAATS: Vochtige voedselrijke hooilanden en bermen. Ook langs slootkanten en bosranden.
Welke plant is dit?
BLAD: Zeer klein, vergroeid tot een krans die als een manchet de stengelleden omgeeft.
STENGEL: Slank, 6 – of 7 – kantig, opgebouwd uit segmenten. Zijtakken in kransen.
BLOEM: Sporenaar eindelings, soms ook aan enkele zijtakken.
Lidrus
Equisetum palustre
GROEIWIJZE: Kruipend met relatief dikke wortelstokken.
HOOGTE: 0.20 – 0.60m.
BLOEITIJD: Mei – juni.
STANDPLAATS: Op natte voedselrijke standplaatsen (soms op drogere plekken).
BIJZ.HEDEN: Kan meters diep wortelen.
Welke plant is dit?
BLAD: Bladschijf ontbreekt.
STENGEL: Rolrond met duidelijke ruwe ribben.
BLOEM: Bloeiwijze in een compacte kluwen, zijdelings uittredend uit de bovenste helft van de halm.
Biezenknoppen
Juncus conglomeratus
GROEIWIJZE: Dichte pollen.
HOOGTE: 0.20 – 1.00m.
BLOEITIJD: Mei – juni (bloeit 3 tot 4 weken eerder dan pitrus).
STANDPLAATS: Op natte zure grond in schraallanden, duinvalleien en op heidepaden
Welke plant is dit?
Blad: Smal driehoekig, zittende, kruisgewijze bladstand. De zijnerven lopen opvallend evenwijdig.
Stengel: Vierkant, met zwarte lijntjes. Bovenste zijtakken wijd afstaand.
Bloem: De bloemen, met een gele 2 slippige kroon en een relatief grote opgeblazen kelk, staan tegenover elkaar.
Grote ratelaar
Rhinanthus angustifolius
Groeiwijze: Eenjarige halfparasiet (woekerend op grassen).
Hoogte: 0.10 – 0.80m.
Bloeitijd: Mei – oktober.
Standplaats: Onbemeste vochtige graslanden.
Welke plant is dit?
BLAD: Alle bladen lancetvormig, met duidelijke schede, omhoog gericht, parallelnervig, al of niet gevlekt. Vlekken ringvormig.
STENGEL: Stevige stengel, is in het bovenste deel hol.
BLOEM: Gespoorde, roze tot paarsrode bloemen in een dichte aar.
Rietorchis
Dactylorhiza praetermissa
GROEIWIJZE: Knolgewas.
HOOGTE: 0.15 – 1.20m.
BLOEITIJD: Mei – juli.
STANDPLAATS: Natte graslanden, rietlanden, zandplaten en opgespoten terreinen.
Welke plant is dit?
BLAD: Drietallig. Deelblaadjes met iets hartvormige top. Topblaadje is kort gesteeld.
STENGEL: Rond (bij hopklaver vierkant).
BLOEM: Kleine, gele, bolvormige hoofdjes, 10-15 bloemig.
Kleine klaver
Trifolium dubium
LEVENSDUUR: Eenjarig
LENGTE: 0.05 – 0.30m.
BLOEITIJD: Mei – september.
STANDPLAATS: Op matig droge, weinig bemeste grond. Vooral in lage niet te dichte grasmat
Welke plant is dit?
BLAD: Spatelvormig in een wortelrozet, tot 5 cm lang, gekarteld en behaard.
STENGEL: Aanliggend behaard, onbebladerd.
BLOEM: Hoofdje 1 tot 3 cm in doorsnede. Buisbloemen geel, straalbloemen wit.
Madeliefje
Bellis perennis
GROEIWIJZE: Rozetplant.
HOOGTE: 0.05 – 0.15m.
BLOEITIJD: Bijna het gehele jaar.
STANDPLAATS: Op betreden, beweide of frequent gemaaide grasgrond.
Welke plant is dit?
BLAD: Lancetvormig, zittend met uitspringende zijnerven.
STENGEL: Redelijk vertakt, dicht bebladerd.
BLOEM: Klein, roomwit met vergroeide kroon.
Glad parelzaad
Lithospermum officinale
GROEIWIJZE: Penwortel.
HOOGTE: 0.30 – 1.00m.
BLOEITIJD: Mei – juli.
STANDPLAATS: Kalkrijke duinstruwelen.
Welke plant is dit?
BLAD: Bladschijf met opvallend contrast tussen doffe blauwgrijze bovenzijde en glanzig groene onderkant. Tongetje bestaat uit een kraagje van korte haren. Jongste spruit is samengevouwen.
STENGEL: Schuin of liggend.
BLOEM: Samengetrokken, armbloemige pluim.
Tandjesgras
Danthonia decumbens
GROEIWIJZE: Dichte pollen.
HOOGTE: 0.15 – 0.60m.
BLOEITIJD: Juni – juli.
STANDPLAATS: Droge tot natte, voedselarme bodem. In graslanden en heiden. Veel langs paden.
Welke plant is dit?
BLAD: 3 tot 5-tallig, met diepe tanding.
STENGEL: Tengere liggende tot opstijgende stengels.
BLOEM: Kleine 4-tallige gele bloemen op draaddunne steeltjes.
Tormentil
Potentilla erecta
GROEIWIJZE: Forse ondergrondse wortelstokken.
HOOGTE: 0.15 – 0.50m.
BLOEITIJD: Juni – augustus.
STANDPLAATS: Schrale, droge tot natte, zowel op zure als kalkrijke bodems.
Welke plant is dit?
BLAD: Smal, vlak, 1,5 mm tot 3 mm breed.
STENGEL: Scherp driekantig, slap, boogvormig neerliggend.
BLOEM: Compacte bloeiwijze met 1 mannelijk aartje en 2 tot 3 bolvormige vrouwelijke aartjes dicht opeen.
Pilzegge
Carex pilulifera
BLAD: Smal, vlak, 1,5 mm tot 3 mm breed.
STENGEL: Scherp driekantig, slap, boogvormig neerliggend.
BLOEM: Compacte bloeiwijze met 1 mannelijk aartje en 2 tot 3 bolvormige vrouwelijke aartjes dicht opeen.
Welke plant is dit?
BLAD: Langwerpig, met sterk omgerolde randen.
STENGEL: Liggend met opstijgende, dicht bebladerde takken.
BLOEM: Onopvallend, dicht opeen in de bladoksels. Bessen zwart.
Kraaihei
Empetrum nigrum
GROEIWIJZE: Tweehuizige dwergheester.
HOOGTE: 0.15 – 0.45m.
BLOEITIJD: April – mei.
STANDPLAATS: Groeit op zure zand – en veengrond, vooral op noordhellingen en in valleien. Ook in naaldbossen in hoogveen en veenmosrietland.
Welke plant is dit?
BLAD: Dubbel geveerd, met deels langgesteelde en drietoppige deelblaadjes. Kaal en slap.
STENGEL: Zeer broos
BLOEMEN: Tweelippige bloemen in goudgele, rechtopstaande trossen.
Gele helmbloem
Pseudofumaria lutea
GROEIWIJZE: Pollen.
HOOGTE: 0,15-0,30m.
BLOEITIJD: Mei – oktober.
STANDPLAATS: Beschaduwde oude muren en andere stenige plaatsen,
kalkminnend.
Welke plant is dit?
BLAD: Kleine, lang gesteelde, handvormige gelobde blaadjes met 5 of 7 lobben. Onderzijde met paarse tint.
STENGEL: Slap en rood aangelopen.
BLOEM: Klein, met 2 lippige gespoorde kroon. Lila met gele vlek op de onderlip.
Muurleeuwenbek
Cymbalaria muralis
GROEIWIJZE: Kruipend en klimmend rotsplantje.
HOOGTE: 0.15 – 0.60m.
BLOEITIJD: Mei – september.
STANDPLAATS: Op oude muren en andere stenige plaatsen. Warmteminnend.
Welke plant is dit?
BLAD: Tot 5 cm met spitse top en wigvormige voet, behaard, gaafrandig, in verspreide bladstand.
STENGEL: Sterk vertakt.
BLOEMEN: Kluwens van kleine groene bloemen in de bladoksels.
Klein glaskruid
Parietaria judaica
GROEIWIJZE: Pollen met uitlopers.
HOOGTE: 0.10 – 0.60m.
BLOEITIJD: Mei – oktober.
STANDPLAATS: Oude muren en steenglooiingen langs rivieren.
BIJZ. HEDEN: Beschermd.
Welke plant is dit?
BLAD: Bladschijf is enkelvoudig, gaafrandig, tongvormig leerachtig en glanzend lichtgroen.
STENGEL: Rizoom
BLOEM: Sporenhoopjes langs de zijnerven op onderzijde blad.
Tongvaren
Asplenium scolopendrium
GROEIWIJZE: Bladen in bundels op korte wortelstok.
HOOGTE: 0.15 – 0.60m.
BLOEITIJD: juli – augustus.
STANDPLAATS: Hoofdzakelijk op vochtige muren.
Welke plant is dit?
BLAD: Samengesteld uit smalle, rolronde bladslippen.
STENGEL: Kaal.
BLOEM: Hoofdjes ongeveer 2 cm breed. Bloemcentrum gewelfd; aan het einde van de bloei buigen de witte straalbloemen naar beneden.
Echte kamille
Matricaria chamomilla
GROEIWIJZE: Zomerannuel, eenjarig.
HOOGTE: 0.10 – 0.40m
BLOEITIJD: Mei – oktober.
STANDPLAATS: Op bouwland, vooral in graanakkers. Veel in wegranden.
BIJZ.HEDEN: Gehele plant met typische zoete kamillegeur.
Welke plant is dit?
BLAD: In omtrek rond, gespleten.
STENGEL: Bezet met uitsluitend korte haren.
BLOEM: Violet, met 5 kleine ingesneden kroonbladen. Vrucht lang gesnaveld.
Kleine ooievaarsbek
Geranium pusillum
GROEIWIJZE: Eenjarige rozetplant.
HOOGTE: 0.05 – 0.40m.
BLOEITIJD: Mei – herfst.
STANDPLAATS: Open, droge, min of meer verrijkte zand- en kleibodems .
Welke plant is dit?
BLAD: Langwerpig, borstelig behaard, tot 50 cm lang. Blad langs de stengel aflopend.
STENGEL: Dik, hol en vlezig.
BLOEM: Buisvormige, knikkende bloemen in een schicht.
Kleur; paars, violet, roze of wit.
Gewone smeerwortel
Symphytum officinale
GROEIWIJZE: Forse penwortel
HOOGTE: 0.30 – 1.00m.
BLOEITIJD: April - augustus
STANDPLAATS: In oeverruigten op dijkhellingen, vnl. op klei.
Welke plant is dit?
BLAD: Afnemend dubbelgeveerde bladen. Bladsegmenten zijn langwerpig met naar voren gerichte lobben.
STENGEL: Geribde stengel alleen in de bovenste helft vertakt, kaal. Zijstengels stijf rechtop.
BLOEM: Rechtop, in kleine dichte pluimen. Bloemdekbladen vallen snel af als de bloei begint. De gele, ver uitstekende meeldraden vallen sterk op.
Poelruit
Thalictrum flavum
GROEIWIJZE: Ondergrondse uitlopers
HOOGTE: 0.45 – 0.90
BLOEITIJD: Juni - juli
STANDPLAATS: Kenmerkend voor strooiselruigten. Het meest langs de rivieren.
Welke plant is dit?
BLAD: Twee maal zo lang als breed, vrij stomp in kransen van 4, behaard.
STENGEL: Onvertakte slappe stengels met lange afstaande haren.
BLOEM: Geel, in schijnkransen in de bladoksels.
Kruisbladwalstro
Cruciata laevipes
GROEIWIJZE: Kruipend.
HOOGTE: 0.15 – 0.45m.
BLOEITIJD: April – juni.
STANDPLAATS: Aan bosranden, in heggen, op dijktaluds en aan beekoevers.
Welke plant is dit?
BLAD: Eirond tot driehoekig met scherpe en ongelijk gezaagde rand, kruisgewijs tegenoverstaand.
STENGEL: Scherp vierkantig
BLOEM: Helmvormig, bruin met geelgroen, in een losse eindstandige pluim.
Knopig helmkruid
Scrophularia nodosa
GROEIWIJZE: Korte wortelstokken
HOOGTE: 0.30 – 1.20m.
BLOEITIJD: Juni – september.
STANDPLAATS: In humeuze voedselrijke bossen, vooral op lichte plekken, kapvlakten en beschaduwde bermen. Ook langs oevers.
Welke plant is dit?
BLAD: Eirond met spitse top, tegenoverstaand, kaal en gaafrandig
STENGEL: Liggend, op de knopen wortelend.
BLOEM: Kleine, gele, 5 – tallige bloemen met draaddunne stengels, ontspringen in de bladoksels.
Boswederik
Lysimachia nemorum
GROEIWIJZE: Matten vormend.
HOOGTE: 0.10 – 0.20m.
BLOEITIJD: Mei – augustus.
STANDPLAATS: Op natte plaatsen in loofbossen, vooral in brongebieden.