Osteologie Flashcards
schedel
cranium
nekwervels
vertebrae
sleutelbeen
clavicula
borstbeen
sternum
schouderblad
scapula
opperarmbeen
humerus
ribben
costae
borstwervels
vertebrae
lendewervels
vertebrae
bekken
os coxae
heiligbeen
os sacrum
staartbeen
os coccygis
spaakbeen
radius
ellepijp
ulna
handbeentjes
manus
dijbeen
femur
knieschijf
patella
kuitbeen
fibula
scheenbeen
tibia
voetbeentjes
pes
periost
beenvlies aan de buitenkant, goeie bezenuwing, taai bindweefselvlies met zenuwen en bloedvaten
2 lagen: waarvan de binnenste osteoblasten bevat (beengevormde cellen)
Endost
inwendig beenvlies, bekleding aan de binnenkant van holle beenderen
Diafyse
middenstuk gevormd door schacht van pijpbeen met daarin het beenmerg
Epifyse
gewrichtsuiteinden vh pijpbeen, bedekt met gewrichtskraakbeen
Substantia compacta
compacte buitenwand, compact been, heel dichte substantie van botariceltjes
Substantia spongiosa
sponsachtig been, beenbalkjes met rood beenmerg, bot met gaten, zorgt ervoor dat het bot niet loodzwaar is maar toch stevigheid biedt
metafysairschijf
groeischijf zorgt voor lengtegroei in de botstukken
synoniem metafysairschijf
epifysairschijf
beenmerg
medulla ossium
gele beenmerg
96% vet, in mergholte vd pijpbeenderen
rode beenmerg
in spleten van supstantia spongiosa, belangrijkste bloedvormende orgaan
Lange pijpbeenderen
Bouw:
Diafyse: schacht, middengedeelte, compact been rondom mergholte, gevuld met geel beenmerg
Epifyse: bredere uiteinden, sponsachtig been
Vb. humerus, ulna, radius, femur, tibia, fibula
Korte pijpbeenderen
Bouw:
Sponsachtig been binnenin met dunne laag compact been aan de buitenzijde
Vb. carpalia, tarsalia
Platte beenderen
Bouw:
Buitenste en binnenste laag compact been met ertussen sponsachtig been
Vb. costae, sternum, schedelbeenderen, scapulae, ossa coxae
Onregelmatige beenderen
Bouw:
Sponsachtig been binnenin met dunne laag compact been aan de buitenzijde
Vb. vertebrae, maxilla, mandibula, os hyoideum, schedelbasisbeenderen
fracturen
wnr iemand een breuk oploopt
periostitis
vlies aan de buitenzijde botstuk
osteoporose
…
3 botverbindingen
Bindweefselverbindingen
Kraakbeenverbindingen
Gewrichten (synoviale verbinding)
latijnse naam bindweefselverbinding
junctura fibrosa
definitie bindweefselverbinding
verbindingen tssn botstukken waarvan je soms niet meer weet dat ze ooit los van elkaar stonden
latijnse naam kraakbeenverbinding
junctura cartilaginea
symfyse
verbinding tssn schaambeenderen
vb bindweefselverbinding
Vb. tanden en kiezen verbonden met kaakbeen
Vb. Naadverbinding tussen schedelbeenderen (suturae)
vb kraakbeenverbinding
Vb. kraakbeenzone tussen costae en sternum
Vb. symfyse: verbinding tussen schaambeenderen
Vb. disci intervertebrales
gewrichtskop
convex
gewrichtskom
concaaf
latijnse naam kraakbeen
cartilago articularis
2 lagen gewrichtskapsel
membrana synovialis
membrana fibrosa
Membrana synovialis
Veel bloedvaten en zenuwen Produceert gewrichtssmeer (synovia)
Membrana Fibrosa
Wisselend van dikte
Ligamenten: plaatselijke versterkingen
vb van een bijzondere vorm
schoudergewricht= labrum articularis
kogelgewricht
beweegt rond 3 gewrichtsassen
vb schouder en heupgewricht
ellipsvormig gewricht
beweegt in 2 vlakken
vb. polsgewricht
zadelgewricht
Beweegt in twee vlakken loodrecht op elkaar
Vb. middenhandsbeen aan basis duim met handwortelbeentje duim