Les 6 Flashcards
getan
gedaan (doen)
gesagt
gezegd (zeggen)
gegangen
gegaan (gaan)
sitz
zit (zitten)
Spezialität
de specialitieit
gefragt
gevraagd (vragen)
gekommen
gekomen (komen)
Wieso?
hoezo?
perfekt
het perfectum
Infinitiv
de infinitief
gestern
gisteren
so ein Tag
zo´n dag
haben
gehad (hebben)
aufgestanden
opgestaan (opstaan)
warum ?
waroom ?
Kleider
de kleren
angezogen
aangetrokken (aantrekken)
Socken
de sokken (de sok)
Kaffee brühen
koffiezetten
mein Gott!
mijn hemel!
Himmel
de hemel
zurück
terug
nichts
niets
gegessen
gegeten (eten)
Schlüssel
de sleutel
gesucht
gezocht (zoeken)
Reserve
de reserve
gekauft
gekocht (kopen)
feucht, nass
nat
gartenweg
het tuinpad
ausgerutscht
uitgegleden (uitglijden)
Autobus
de bus
gerade, soeben
net
weggefahren
weggereden (wegrijden)
dann
toen
genommen
genomen (nemen)
zu spät
te laat
alles
alles
gewesen
geweest (zijn)
Platten
de lekke band
so etwas
zoiets
schnell, rasch
vlug
reparieren
repareren
perfekt
perfect
lernen
leren
mitfahren lassen
een lift geven
ach
ach
geblieben
gebleven (blijven)
Strophe
de strofe
Gedicht
het gedicht
partizip
het participium
vorig, letzt
vorig
vorgestern
eergisteren
letztes wochenende
het afgelopen weekend
vor zwei wochen
twee weken geleden
Frühstück zubereitne
ontbijt maken
Kino
de bioscoop
Zeitung
de krant
gelesen
gelezen (lezen)
gesehen
gekeken (kijken)
getroffen
ontmoet (ontmoeten)
denkt sich aus
verzint (verzinnen)
Ausrede
het smoesje
gewinnen
gewonnen (winnen)
Lotterie
de loterij
gestern Abend
gisteravond
Miss
de miss
König
de koning
zum Kaffee kommen
op de koffie zijn / gaan bij
Abitur
het eindexamen
erste
oudst
umziehen
verhuizen
bekommen
gekregen (krijgen)
umbauen
verbouwen
fern
ver
Reise
reis
enkelkind
het kleinkind
Zettel
het blaadje
nennen
noemen
anderen
de anderen
raten
raden
es geht um
het gaat over
geburtstagskalender
de verjaardagskalender
geburtstag
de verjaardag
kalender
de kalender
hängt
hangt (hangen)
Innenseite
de binnenkant
WC-Türe
de wc-deur
WC
de wc
Tür
de deur
echt, wirklich
echt
steht
staat (staan)
wird
wordt (worden)
gratulieren
feliciteren
person die geburtstag hat
de jarige
herzlichen Glückwunsch zum geburtstag
Hartelijk gefeliciteerd (met je verjaardag)