Les 2: kinetiek Flashcards
Lipofiliteit
Hoe makkelijk een stof in vet weefsel gaat zitten
P waarde lipofiliteit (betekenis, berekenen)
Verhouding tussen concentrtaie stof lipofiele en waterige omgeving
(log) p = log (C0 / Cw)
Log p = -1
10X hoger conc. in water
Log P= 0
Gelijke conc.
Log P = 1
10x hogere conc. in lipofiele stof
Ion trapping (zuur)
Alleen ongeladen deeltjes kunnen over het membraan
Zuur raakt geladen in basischer omgeving door H+ afstaan
HA -> H+ + A-
Ion trapping (base)
Alleen ongeladen deeltjes kunnen over het membraan
Base raakt geladen in zuurdere omgeving door neemt H+ op te nemen
B + H+ -> BH+
Zuur
staat H+ af
Base
neemt H+ op
Zuur
HA -> H+ + A-
pH < pKa
moeilijk, makkelijk membraan?
Evenwicht links
HA hoog
Makkelijker over membraan
Zuur
HA -> H+ + A-
pH > pKa
moeilijk, makkelijk membraan?
Evenwicht rechts
HA laag
Moeilijker over membraan
Base
B + H+ -> BH+
pH < pKa
moeilijk, makkelijk membraan?
Evenwicht rechts
B laag
Moeilijker over mebraan
Base
B + H+ -> BH+
pH > pKa
moeilijk, makkelijk membraan?
Evenwicht links
B hoog
Makkelijker over membraan
Henderson H
Omschrijven:
pH = pKa + log (Base/zuur)
Biologische beschikbaarheid (betekenis en berekenen)
Fractie van de dosis die onveranderd in het bloed komt
Oppervlakte onder de curve (AUC)
Absolute F (betekenis en berekening)
Percentage totale stof opgenomen in bloed
(AUC oraal / AUC iv) * 100
Enteropatische kringloop
Darm -> bloed -> poortader -> lever -> galblaas -> Darmen
Bloed concentratie van deze stoffen liggen lager
Passief transport
Ion kanalen (uniporter) Apolair of klein genoeg om over het membraan te gaan (met concentratie gradiënt mee)
Actief transport
Carrier (veranderd van vorm)
Symporter ( twee moleculen dezelfde kant (tegen gradient, cotransport)
Antiporter (twee moleculen tegenovergesteld
Efflux (substraat)
Vervorming mebraan
Transcellulair
door de cel heen (apolair/klein)
Paracellulair
Tussen junctions door
Farmaca bindt aan:
Albumine en globines
Fictief verdelingsvolume (betekenis, berekening)
Dosis stof gedeeld door de plasma concentratie
Vd = x Cp x = dosis stof in mg Cp = begin concentratie in plamsa in mg/L
Excretie routes
Nieren (urine)
Endeldarm (feces)
Longen (adem)
Biotransformatie (voorbeeld)
Lipofiele stoffen oplosbaar maken zodat ze op opgelost blijven in urine
Fase I transformatie
Cytochroom P-450 bouwt een O op een molecuul die uiteindelijk een OH wordt
Fase II transformatie (belangrijkste conjugatie)
Polaire groepen worden op het molecuul gezet door de OH uit fase I. -> goed oplosbaar
Belangrijkste: glutathion, bevat zwavel
First pass effect
Stof komt langs andere organen op (maag darmen lever)
Minder van effect bij intraveneus en rectaal -> direct bleodbaan
Nier (filtratie)
Glomerulus, kapsels van bowman.
Passieve vorm van plasma naar nier (bloeddruk)
Nier (secretie)
Renal tubulus
Actieve van plasma naar nier door carriers met brede substraat specificiteit.
Nier (reabsorptie)
Renul tubulus
Actieve recycling van water, zouten, glucose etc. -> specifieke carriers
Passief van lipofiel ->lossen niet op
Klaring (betekenis, berekenen
Het gezuiverde bloed per tijdseenheid
Cl = Q * ER (mL per minuut)
Q = bloodflow (ml/min) ER = extractieratio ((Ca-Cv)/Ca) Ca = Concentratie farmacon aangevoerd Cv = Concentratie farmacon afgevoerd
Extractieratio (ER)
ER = (Ca - Cv)/Ca Ca = Concentratie farmacon aangevoerd Cv = Concentratie farmacon afgevoerd
Eliminatie snelheid
E = Q * (Ca - Cv) E = Q * ER * Ca E = Cl * Ca
Q = bloodflow (ml/min) ER = extractieratio ((Ca-Cv)/Ca) Ca = Concentratie farmacon aangevoerd Cv = Concentratie farmacon afgevoerd Cl = klaring = Q*ER
0 orde
constant afname (10-10-10)
1 orde
per fractie (50 - 25 - 12,5)
Eliminatie constante
Cl/Vd
halfwaardetijd
0,693 * (Vd / Cl)