Houtbouw Flashcards

1
Q

eigenschappen licht

A

= minder fundering/ ecologische transport

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

eigenschappen snel

A

= prefabricatie mogelijk, korte droogtijd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

eigenschappen hout werkt

A

= krimpt drogen (zettingen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

eigenschappen kostenefficiënt

A

relatief goedkoop

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

eigenschappen flexibel

A

= leidingen eenvoudig verwerken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

eigenschappen duurzaam

A

= ambachtelijk, recycleerbaar, kleine ecologische afdruk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

eigenschappen warmte

A

= goede isolatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

eigenschappen geluid

A

= moeilijkere opbouw akoestische isolatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

schade vochtgehalte van?

A

> 20%

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

schimmelvorming veroorzaakt

A

esthetische, hygiënische, mechanische en thermische schade
zwelling hout en extra belasting gelijmde verbinding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

CLS

A

canadian lumber standard (38 of 45mm)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

SLS

A

= scandinacian lumber standard (38 of 45mm)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q
A

-

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

LVL

A

= laminatedVeneerLumber, balk opgebouwd uit meerdere lagen (39, 45, 63 en 75 mm breed)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

I-ligger, TJI of I-joist

A

houten I ligger met houten flenzen en lijf in OSB of houtvezelplaat (45-90mm breed en 200 tot 500mm hoog)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Waar kunnen we vochtbeheersing toepassen? (4)

A
  1. Muurvoet
  2. Bescherming tegen weersinvloeden
  3. Duurzaamheid bouwelementen
  4. Interne condensatie
    a. Convectie
    b. Diffusie
    c. Binnenklimaat
    d. Constructiehout
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

bescherming muurvoeten

A

waterdicht, scheurvast membraan (EPDM)
min 20cm hoogte tssn MV en onderregel capilair vocht vermijden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

bescherming tegen weersinvloeden (3)

A

= drainerende spouw en ventilerende spouw
= buitenste laag voorzien v.e. dichtingsscherm (bepleistering)
= vochttransport voorkomen via spouwhaken en druipranden

19
Q

vermijden damptransport (3)

A

= damprem aan warme zijde vd isolatie (binnen zijde)
=dampdicht (binnen) naar dampopen (buiten) opbouw
= vuistregel dampweerstand: Ud warm/koud min 6, ideaal 15

20
Q

oorzaken v. condensatie en schimmelvorming minder dampopen onderdak (4)

A

= dampdicht en schimmel gevoelig materiaal: MDF-plaat
= vochttoevoer
- vochtige lucht stijgt vanuit spouwmuur
- slechte luchtdichting v. bv: zolderluik

21
Q

gunstig binnenklimaat (klimaatklasse 1of 2) (6)

A
  • T= 20°C
  • luchtvochtigheid= tssn 30% en 60%
  • oplossingen:
    ° voldoende verwarmen
    ° correct en permanent ventileren
    ° vochtproductie beperken
22
Q

voorkomen V. nat constructiehout (3)

A

= bouwproces afstemmen op seizoen
= prefabricatie toepassen
= stikte controle opslag en bescherming hout

23
Q

duurzaamheid van hout tegen schimmels en insecten

A

= insecten: afhankelijk v. houtsoort, geografische zone, gebruik naaldhout
= schimmels: afhankelijk vochtgehalte en duurzaamheidsklasse

24
Q

gebruiksklassen hout (5)

A

klasse 1: binnen, risico insecten niet schimmels
klasse 2: niet blootgesteld, risico insecten, zwak risico schimmels
klasse 3: blootgesteld weersomstandigheden risico insecten en schimmels
klasse 4: contact zoet water risico schimmels en insecten
klasse 5: contact zout water, risico schimmels en insecten

25
Q

BNN

A

behandeling niet noodzakelijk

26
Q

BA

A

behandeling aangeraden

27
Q

BN

A

behandeling noodzakelijk

28
Q

houtkeuze: stijlen en dwarsregel

A

moeten minstens voldoen duurzaamheidsklasse 3

29
Q

houtkeuze; onderregel

A

duurzaamheidsklasse 1 of 2

30
Q

houtmassief- houtstapelbouw (4)

A

1 structuur: wanden massief hout laag per laag
2 verbindingen: half- half/ mechanisch schroeven
3 voordelen: robuste constructie, natuurlijke uitstraling
4 nadelen: gevoeliger zettingen en moeilijker aanpasbaar dan HSB

31
Q

stobalenbouw/ Palen- balken systeem (5)

A

1 structuur: open draagstructuur v. vert palen horz balken
2 isolatie: geperste strobalen extra op maat gebracht
3 afwerking: leempleister
4 voordelen: natuurlijke isolatie, ecologische
5 nadelen: arbeidsintensief, gevoelig vochtproblemen

32
Q

houtconstructie (4)

A
  • houten bruggen
  • vakwerkliggers
  • gelamelleerde liggers
  • stijgerconstructie
33
Q

houtskeletbouw=

A

dragendestructuur uit hout, bekleed houtenproducten

34
Q

opbouw HSB

A

hor en vert houten regels vormen skelet

35
Q

Balloonmethode HSB (5)

A
  • doorlopende vert stijlen v. fundering tot dak
  • vloeren zwevend gemonteerd op steunbalken
  • akoestische ontkoppeling mogelijk
  • totale krimp beperkt
  • wanden steunen vloerconstructie
36
Q

Platformmethode HSB (4)

A
  • constructie per verdiep
  • vloeren onderbreken wanden
  • krimp in vloerbalken (max 5-10mm bouwlaag)
  • wanden steunen vloerconstructie
37
Q

kenmerken HSB (3)

A
  • regelafstanden tssn stijlen (40-60cm)
  • windverbrandplaten hort stabiliteit
  • aandacht luchtdichtheid, koudebrugvrij, vochtbeheersing
38
Q

combinaties mogelijk HSB (3)

A
  • onderbouw beton en bovenbouw HSB
  • gecombineerd prefab betonvloeren
  • renovaties en uitbreiding bestaande gebouwen
39
Q

funderingen (5)

A
  • in beton
  • scheiding houten constructie vochtwerende folie
  • aangepast gewicht vd houten structuur
  • onderregel bescherming: waterdicht membraan (roofing)
  • plaatsing maat en hoogte vh gebouw
40
Q

tussenvloeren (5)

A
  • houten roostering
  • bovenkant: OSB-platen sterkte en stabiliteit
  • onderkant: gipskarton
  • akoestische isolatie geluidsproblemen verminderen
  • balklaagverstijving verminderen trilling grote overspanningen
41
Q

dakconstructie

A
  • dakconstructie vaak gemaakt - houten roostering en spanten
  • aandacht goede luchtdichting en dampremmende folies
42
Q

wandopbouw in houtskeletbouw HSB (5)

A

1 structuur: massief houten regelwerk, houten I-liggers, prefab wanden
2 buitenafwerking: dampopen houtvezelplaten, wind en regendichte folie
3 binnenafwerking: dampremmende folie/ houtvezelplaat luchtdichtheid
4 isolatie: tssn draagstructuur, zacht/ dampopen isolatie holtes vermijden, koude bruggen voorkomen
5 aandachtspunten: hoeken, aansluitingen en dorpels

43
Q

verdiepingsvloeren HSB (4)

A
  • horz houten vloerbalken/ I-liggers
  • geluidshinder voorkomen akoestische isolatie
  • luchtdichte afwerking vloer en wandovergangen
  • extra versteviging midden vd overspanning (groot)
44
Q

aansluitingen met het dak (3)

A
  • moet winddicht, koudebrugvrij en luchtdicht
  • regen en winddichte aansluiting onderdakplaten
  • luchtdichte aansluiting gording, wachtfolie