H11: leren Flashcards
Habituatie
Leren om niet te reageren op de herhaalde aanbieding van een stimulus
Sensitisatie
Leren om steeds sterker te reageren op de herhaalde aanbiedingen van een stimulus
Mere exposure effect
Aangeleerde voorkeur voor stimuli waar we al eerder aan zijn blootgesteld
Leren
Duurzame verandering in gedrag dat het gevolg is van gerelateerde omgevingsgebeurtenissen / ervaringen
Klassieke conditionering
Leren van een stimulus-respons verband waarbij een neutrale stimulus het vermogen krijgt om dezelfde aangeboren reflex op te roepen als een relevante stimulus
NS
Neutrale stimulus
US / UCS
Ongeconditioneerde stimulus
UR / UCR
Ongeconditioneerde respons
CS
Geconditioneerde stimulus
CR
Geconditioneerde respons
Appetitieve conditionering
Aangenaam
Aversieve conditionering
Onaangenaam (vrees)
Geconditioneerde suppressie
Gedrag onderdrukken, dingen vermijden
Onderdrukkingsratio
A/(A+B)
= 0 -> volledige suppressie
Verwerving
Aanleren
- zowel contiguïteit als contingentie
Contingentie
Een maat voor het samengaan van twee gebeurtenissen
Contiguïteit
Een neutrale stimulus wordt samen met een ongeconditioneerde stimulus aangebode
Uitdoving / extinctie
CS herhaaldelijk aanbieden zonder US, zorgt dat CR uitdooft
Rapid reacquisition
Verbanden blijven nog bewaard en komen heel snel terug
Spontaneous recovery
Na een rustperiode keert de CR terug
Reinstatement
Per toeval CS aanbieden met US zorgt ervoor dat de volgende keer CR terugkomt
Renewal
Als je van je angst weg wil geraken moet je naar de context gaan waar je het hebt aangeleerd
Generalisatie
CR kan ook voorkomen bij andere stimuli die erg lijken op de CS
Trial and error
Proberen & falen
Wet van het effect
Gedrag hangt af van het effect dat het zal hebben
- Beloning -> gedrag herhalen
- Straf -> gedrag niet herhalen
Opperante of instrumentele conditionering
Actief leren van een verband tussen eigen gedrag en het effect
Bekrachtiger
Stimulus de volgt op bepaalde respons waardoor de kans op herhaling van de respons verhoogt
Straf
Stimulus die volgt op bepaalde respons waardoor de kans op herhaling van de respons verminderd
Positieve bekrachtiger
iets leuks toevoegen
Negatieve bekrachtiger
Iets onaangenaams wegnemen
Positieve straf
Iets onaangenaam toevoegen
Negatieve straf
Iets leuks wegnemen
Shaping
Gedrag wordt bekrachtigd die in de richting gaat van het gewenste gedrag
Fading
Aanleren om ook bij een verzwakte stimulus de beoogde respons te tonen
Continue bekrachtiging
Na elke uiting van het doelgedrag bekrachtigen
Partiele of intermitterende bekrachtiging
- na x aantal gedragsuitingen (ratio)
- na een bepaalde tijdspanne (interval)
- Variabel of vast
Bekrachtigingschema’s
Programma’s voor de timing en frequentie van de bekrachtiging (partiele of intermitterende bekrachtiging)
Ratioschema
Programma waarin bekrachtiging wordt aangeboden na een bepaald aantal goede responsen
Intervalschema
Programma waarin bekrachtiging wordt aangeboden nadat een bepaalde tijd is verstreken sinds de laatste bekrachtiging
Effecten van straffen:
- Effect van strafdreiging verdwijnt als straf verdwijnt
- Als de straf niet consistent wordt toegediend, is er gevaar voor negatieve bekrachtiging
- Straf roept vluchtgedrag / agressie op
- Intensiteit van straf moet adequaat zijn
- Straf wordt inefficiënt indien ze geassocieerd wordt met positieve bekrachtiging
- Straf geeft niet aan welk gedrag gewenst is
exposure therapy
Confronteren met angsten zodat de persoon van zijn angst af geraakt
Cognitief perspectief op leren
Leren leidt tot veranderingen in mentale activiteit
- Inzichtelijk leren
- Sociaal leren
- Cognitieve plattegronden