gesch B1 Flashcards

1
Q

soldatenkeizers

A

een commandant die door hun legioen als keizer werd uitgeroepen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

tetrarchie

A

het bestuur van 4 mannen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

volksverhuizing

A

een grote migratiebeweging

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

met wie hadden de Romeinen conflicten eind 2e eeuw?

A

-vanuit het noorden; Germanen
-vanuit het oosten; perzen/ Sassanieden (vanaf 266)
Parthen (tot 266)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

waarom kwamen de legioenen in opstand?

A

ze waren belangrijk en wisten dit, daarom wouden ze meer betaald worden voor hun werk.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat was het gevolg van de legioenen die in opstand kwamen?

A

om de soldaten te kunnen betalen deden ze aan muntontwaarding (niemand wist dit)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

waarom hebben politieke en economische oorzaken gevolgen op elkaar?

A

wat de overheid doet met de bevolking (inkomsten, belastingen..) zal invloed hebben op de economie en omgekeerd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wat is de rol van Diocletianus?

A

-keizer in 284
-ontneemt macht van de senaat
-tetrarchie
-na zijn pensioen terug conflicten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is de rol van Constantijn?

A
  • onderkeizer 306
  • keizer 312
  • alleenheerser 324
    -verleent godsdienstvrijheid in 313
    -verhuist hoofdstad naar Byzantium (nieuw Rome) nu Constantinopel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Waarom migreerden de Germanen?

A

-migratie van de Hunnen verjaagden de Germanen
-Romeinen werden bondgenoten, foederati

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat gebeurden er in 313?

A

godsdienstvrijheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat gebeurde er in 395?

A

Keizer Theodosius sterft en rijk splits definitief in 2

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat gebeurde er in 476?

A

Germaanse aanvoerder stuurt keizer naar huis, Odoaker wordt koning van Italië. Politiek in WRR is afgelopen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Waarom is 476 niet het einde van het Romeinse Rijk?

A

ORR blijft nog 1000 jaar bestaan

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

waarom ontstond er in 476 geen grote breuk?

A

de overgang van het uiteenvallen van het WRR was een traag proces en duurde lang, het was al lang bezig

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly