exam 2 Flashcards

1
Q

projectie stelling 1
woorden

A

In een rechthoekige driehoek is het kwadraat van een rechthoekszijde
gelijk aan het product van de schuine zijde en de loodrechte projectie
van die rechthoekszijde op de schuine zijde

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

projectie stelling 1
symbolen

A

DABC is rechthoekig in A ⟹ | AB|
2 = | BC| · | BD| of c 2 = a · c ′
⟹ | AC|
2 = | BC| · | DC| of b 2 = a · b ′

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

projectie stelling 2
woorden

A

In een rechthoekige driehoek is het kwadraat van de hoogte op de
schuine zijde gelijk aan het product van de stukken waarin ze
de schuine zijde verdeelt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

projectiestelling 2
symbolen

A

DABC is rechthoekig in A ⟹ | AD|
2 = | BD| · | DC| of h2 = c ′ · b ′

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

omgekeerde steliing van pythagoras

A

Als in een driehoek het kwadraat van een zijde gelijk is aan de som van de kwadraten van de twee andere zijden,
dan is die driehoek rechthoekig

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

oppervlakte

A

A∆ABC = | AB|·| AC |
:2

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

omtrek

A

| AC |+

AB|+| AC|+| CB|

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

remember

A

sin² B + cos² B = 1

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q
A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly