en route 2 Flashcards
un aspirateur
een stofzuiger
les courses
de boodschappen
les déchets
de afval
une femme de ménage
een poetsvrouw
une haie
een haag
un jardinier
een tuinman
un laveur de vitres
een ruitewasser
un lave-linge
een wasmachine
un lave-vaisselle
een afwasmachine
la lessive
de was
le linge
het wasgoed
le ménage
het huishouden
une pelouse
een gazon
la répartition
de verdeling
la vaisselle
het afwas
quotidien/quotidienne
dagelijks
arroser
sproeien/water geven
balayer
vegen
charger
inladen
consacrer à
wijden aan
débarrasser
afruimen
devoir
moeten
essuyer
afvegen
nourrir
eten geven
peler
schillen
plier
opvouwen/plooien
promener
uitladen
ramasser
opruimen
susprendre
ophangen
tailler
snoeien
trier
sorteren
vider
leegmaken
enlever la poussière
afstoffen
faire le lit
het bed opmaken
mettre la table
de tafel dekken
passer l’aspirateur
stofzuigen