EBP Flashcards
Wat is de afhankelijke variabele?
Uitkomstmaat (dat wat je meet)
Wat is de onafhankelijke variabele?
Voorspellende maat, wat je manipuleert of waar je op selecteert
Wat is een variabele? (2)
- Eigenschap van persoon of object
2. Kenmerk van de te onderzoeken ‘eenheid’ en heeft een bepaalde waarde
Welke 4 meetniveaus zijn er?
Welke twee categorische meetniveaus zijn er
Welke twee continue meetniveaus zijn er
- Nominaal
- Ordinaal
- Interval
- Ratio
- Nominaal en ordinaal
- Interval en ratio
Wanneer noem je het meetniveau ratio?
Een interval met betekenisvol 0-punt (snelheid, alle percentages, leeftijd in jaren, kilo’s, plaque, bloeding)
Wanneer noem je het meetniveau ordinaal?
Op naam in logische volgorde:
Je kan het op volgorde zetten (tl, havo, vwo - goud, zilver, brons)
Wanneer noem je het meetniveau nominaal?
Op naam zonder volgorde:
Je kan het een naam geven, je kan er niet mee rekenen (bloedgroepen, geslacht, wel/niet gevaccineerd). Het kunnen getallen zijn, maar ze hebben geen betekenis.
Wanneer noem je het meetniveau interval?
Gelijke verschillen:
Je kan ermee rekenen en heeft geen betekenisvol 0-punt. (tijd, temperatuur Cel. pH waarde)
Stel je hebt een puntschaal met 1=helemaal mee eens en 5=helemaal mee oneens. Is dit dan interval of ordinaal?
Afhankelijk of ermee wordt gerekend of niet. Niet rekenen: ordinaal, wel rekenen: interval
Wat betekent een dichotome variabele?
Nominale variabele die slechts 2 waarden kan aannemen (ja/nee)
Wat betekent een discrete variabele?
Variabelen die alleen een hele waarde kunnen aannemen (eetmomenten op een dag)
Wat is belangrijk om te doen als je een interventie wilt onderzoeken?
Een ding veranderen, de rest gelijk houden
Wat is een meta-analyse?
Er wordt data gebruikt van oorspronkelijke onderzoeken
Wat is een systematisch literatuuronderzoek?
Uitkomsten van oorspronkelijke onderzoeken worden gebruikt
Wat is een experimenteel onderzoek?
Gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek, je varieert één aspect en houdt de rest gelijk (interventie toetsen)
Wat is een cohort studie?
Studie waarbij grote groepen mensen worden gevolgd uitkomsten zijn prospectief:(vaak vooruit in de tijd)
Wat is een case-control studie/patiënt-controle studie?
Studie waarbij een grote groep mensen worden gevolgd, maar is vaak retrospectief (terugkijken in tijd)
Wat is een case series/case report onderzoek?
Kenmerken van patiënten met dezelfde aandoening worden bestudeerd
Editorials, expert opinion
Studies gebaseerd op meningen van experts en journalistieke berichten geschreven door een redactie
Welke tekstdoelen zijn er? (4)
- Amuseren
- Informeren
- Overtuigen
- Activeren
Welke type studies zijn het sterkst?
Meta-analyses en systematisch literatuuronderzoek
Waar zorgt randomisatie voor?
Voorkomen dat: (invloedrijke) eigenschappen van individuen waarschijnlijk gelijk verdeeld zijn over groepen + redelijke zekerheid dat de verschillen die je vindt niet komen door een bepaalde factor/eigenschap
Wat is blindering?
De proefpersonen weten niet in welke groep ze zitten.
Wat betekend enkel blind?
Wat betekend dubbel blind?
- Alleen voor degene die de uitkomsten meet onbekend
- Voor onderzoeker en proefpersoon onbekend in welke groep de proefpersoon zit.
- Waart staat PICO voor:
- Waar staat de P(ICO) voor?
- Patient, interventie, controle, outcome
- Patiënt/probleem (wie/wat)?
Waar staat de (P)I(CO) voor?
Interventie (onafhankelijke variabele)
Waar staat de (PI)C(O) voor?
Comparison/control (onafhankelijke variabele)
Waar staat de (PIC)O voor?
Outcome (afhankelijke variabele)
Hoe kan je de PICO-vraagstelling formuleren?
Is er bij P verschil in O tussen condities I en C?
Welke onderdelen van de PICO vormen de onafhankelijke variabele?
De I en C
Welke onderdelen van de PICO vormen de afhankelijke variabele?
De O
Wat doe je met de PICO als er meerdere onafhankelijke variabelen zijn?
Je voegt een extra I toe (PIICO, PIIICO, PIIIICO, etc.)
Wat doe je als er meerdere I’s zijn met de onderzoeksvraag (PIICO, PIIICO, PIIIICO, etc.)?
Maak meerdere onderzoeksvragen
Wat is de juiste indeling van artikelen?
Titel/auteurs - Abstract/Samenvatting - Inleiding - Methode - Resultaten - Discussie - Conclusie - Referenties
Welke 4 punten worden in de inleiding besproken?
- Achtergrond en theorie van probleemstelling
- Relevantie van onderzoek
- Onderzoeksvragen
- Hypotheses
Welke 6 punten worden in de methode besproken?
- Participanten
- onderzoeksdesign
- materialen
- uitkomstmaten
- data analyse
Welke 4 punten worden in de resultaten besproken?
- Beschrijvende statistieken
- Statische uitwerkingen/statistieken
- Grafieken, tabellen, figuren
- Significantieverschillen
Welke 5 punten worden in de discussie besproken?
- Terugkoppeling naar onderzoeksvraag en de resultaten
- Klopt het wat er is gevonden?
- Hoe verhoud dit tot de literatuur?
- Plus- en minpunten van het onderzoek & verbeterpunten
- Wat kan er in de toekomst worden gedaan?
Waar kan je het beste de P, I & C vinden?
In de methode
De som van het aantal getallen gedeeld door het aantal getallen, is?
Gemiddelde
Het middelste getal uit een aantal waarnemening, is?
Mediaan
De meest voorkomende waarneming, is?
Modus
De gemiddelde afwijking van het gemiddelde, is?
Standaarddeviatie
Het verschil tussen de laagste en hoogste waarde van een variabele, is?
Range
Het weergeven van de minimum (kleinste) en maximum (grootste) waarde, is?
Bereik
Hoe bereken je de variantie?
De standaarddeviatie in het kwadraat doen
Wanneer is iets significant? En op welke waarde wordt deze vaak vastgesteld?
Als de kans dat de conclusie ten onrechte is getrokken kleiner is dan een bepaalde percentage (alpha). 0,05
Wat betekent p<0,05?
Er is minder dan 5% kans dat de gevonden verschillen op toeval berusten.
Benoem de vormvoorschriften voor figuren (10)
- Rustige opmaak
- Allemaal in hetzelfde lettertype
- Geen onnodig kleurgebruik
- Titel en nummer onder het figuur
- Vermijd waar mogelijk taartdiagrammen (in ieder geval geen 3D)
- Streef naar uniformiteit in formaat en type
- Toelichting (als dit nodig is) staat in het onderschrift
- Taal van inhoud komt overeen met taal van verslag
- Grafiek met frequenties: staafdiagrammen
- Allen lijndiagrammen als tussenliggende waarden betekenisvol zijn
Benoem de vormvoorschriften voor tabellen (9)
- Rustige opmaak
- Geen verticale lijnen
- Allemaal in hetzelfde lettertype
- Uitlijning (tientallen, honderdtallen staan onder elkaar)
- Geen onnodig kleurgebruik
- Titel en nummer boven de tabel
- Streef naar uniformiteit in (breedte) en type
- Taal van inhoud komt overeen met taal van verslag
- Toelichting (als dat nodig is) staat in het onderschrift
Wat is de empirische cyclus? Waar wordt dit bij gebruikt?
Theorie -> Hypothesen -> Empirische toetsing -> Conclusie.
Het wordt gebruikt bij onderzoek gebaseerd op een theorie of probleem.
Wat is inductie?
Proces van concrete waarneming naar een meer abstracte theorie.
Wat is deductie?
Proces van abstracte theorie naar concrete hypothesen.
Wat is de interventie-/regulatieve cyclus? Waar wordt dit bij gebruikt?
Probleemformulering -> Diagnose -> Interventieplan -> Interventie -> Evaluatie.
Het wordt gebruikt bij onderzoek gebaseerd op praktijk (probleem oplossen dat in de praktijk nodig is of interventie ontwikkelen).
Welke Boolean Operatoren zijn er?
AND, OR & NOT
Wat zijn variabelen?
Begrippen waarvan de waarde kan variëren van persoon tot persoon (leeftijd, sekse, lengte, gewicht, pijnscore, astma-aanvallen, ernst van decubitus, etc.)
Wat zijn confounders?
Verstorende variabelen: Variabelen die samenhangen met de afhankelijke variabele én onafhankelijke variabele, zonder dat ze het verband tussen die twee beïnvloeden (leeftijd en gevoeligheid voor depressie)
Wat zijn effectmodificatoren?
Modererende variabelen: Variabelen die het verband dat je onderzoekt beïnvloeden, er treedt interactie op tussen de onafhankelijke variabele en de effectmodificator (bv. de gevoeligheid voor depressie is anders voor jongen dan meisjes)
Welke 3 doelen kan een onderzoek hebben?
- Explorerend: opzoek gaan naar verbanden of verklaringen
- Toetsen: een theorie of verwachtingen (hypothese) worden getoetst of het effect van een bepaalde interventie of maatregel wordt onderzocht
- Beschrijvend: een onderwerp wordt in kaart gebracht
Wat is het verschil tussen een kwalitatief en kwantitatief onderzoek?
Kwalitatief: gegevens over de beleving, ervaring of verwachting van de proefpersonen
Kwantitatief: uitkomsten zijn gemakkelijk in cijfers uit te drukken (bloedruk, spierkracht, lichaamsgewicht, etc.)
Welke 2 soorten onderzoeken zijn gebaseerd op het tijdspad?
- Dwarsdoorsnede onderzoek/Cross-sectioneel/transversaal: er is slechts één meetmoment
- Longitudinaal onderzoek/follow-up onderzoek: er zijn meerdere meetmomenten
De onderzoeker verandert bewust iets in de onderzoeksgroep (interventie). Hoe noem je dit type onderzoeksdesign?
Experimenteel
De onderzoeker beperkt zich tot het verrichten van waarnemingen en metingen; er wordt niet ingegrepen. Hoe noem je dit type onderzoeksdesign?
Observationeel
Welke 3 soorten experimentele onderzoeken zijn er?
- Quasi-experiment: hierbij ga je uit van bestaande groepen; de randomisatie ontbreekt
- Pre-expermient/voor-en-na-vergelijking: hierbij bestaat geen controlegroep, waardoor nooit met zekerheid is te zeggen of een eventuele verandering toe te schrijven is aan de interventie of dat deze spontaan ook was opgetreden
- Experiment: proefpersonen worden op basis van toeval in twee groepen ingedeeld; experiment- en interventiegroep - belangrijk zijn randomisatie en blindering
Welke 5 soorten observationele onderzoeken zijn er?
- Cohortonderzoek: een vaststaande groep mensen (cohort) wordt gedurende een bepaalde periode gevolgd (longitudinale follow-up)
- Patiënt-controle: de onderzoeksgroepen worden samen opgesteld op basis van de uitkomsten
- Dwarsdoorsnede onderzoek: onafhankelijke en afhankelijke variabele worden op hetzelfde moment gemeten
- Patiëntenseries: een patiëntenserie wordt bijgehouden, waarbij een vast patroon in kenmerken wordt ontdekt
- Ecologisch onderzoek: vergelijken van groepen mensen met elkaar, geen individuele proefpersonen
Wat is een linksscheve verdeling?
Meer hoge dan lage waarden; de lange uitloper wijst naar links
Wat is een rechtsscheve verdeling
Meer lage dan hoge waarden; er kunnen wel uitschieters aanwezig zijn
Wanneer is er sprake van toeval?
Als de kans op het gevonden resultaat (of een nog extremer resultaat) minder dan 5% is, kan dit geen toeval meer zijn.
Wat gebeurd er als de p-waarde kleiner is dan het significantieniveau?
Je verwerpt de nulhypothese; beschrijft wat je zou verwachten als er niets aan de hand is, dus als er in werkelijkheid geen verschil of verband in de populatie aanwezig is. Je aanvaard de alternatieve hypothese.
Wat gebeurd er als de p-waarde kleiner is dan het significantieniveau?
Je verwerpt de nulhypothese niet; beschrijft wat je zou verwachten als er niets aan de hand is, dus als er in werkelijkheid geen verschil of verband in de populatie aanwezig is.
Wanneer is een resultaat generaliseerbaar?
Als het resultaat geldt voor de gehele populatie.
Type steekproef: de feitelijke populatie is opgenomen uit een bepaald bestand waaruit je een willekeurige steekproef trekt (kankerregistratie)
Enkelvoudige aselecte steekproef
Type steekproef: je trekt de steekproef niet helemaal willekeurig, maar volgens een bepaald systeem (elke tiende persoon uit een bepaald systeem)
Systematisch aselecte steekproef
Type steekproef: eerst de populatie indelen in groepen (strata) op basis van relevante factoren (leeftijd, sekse) = stratificeren. Daarna trek je uit elk stratum een aselecte steekproef
Gestratificeerde steekproef
Type steekproef: aselecte trekking van grotere eenheden (ziekenhuizen, praktijken) om aan het onderzoek deel te nemen, en vervolgend alle patiënten van zo’n grotere eenheid deelnemen aan het onderzoek
Clustersteekproef
Type steekproef: steekproef uit een grotere populatie getrokken
Getrapte steekproef
Type steekproef: je stratificeert de populatie eerst op basis van de relevante factoren (geslacht, leeftijd) en trekt dan een steekproef uit elk stratum.
Quotasteekproef
Type steekproef: steekproef waarbij je gericht personen benadert met bepaalde kenmerken
Doelgerichte steekproef
Type steekproef: bestaat uit proefpersonen die toevallig voor handen zijn
Gelegenheidssteekproef
Type steekproef: je begint bij één proefpersoon en werft de overige proefpersonen via het netwerk van de eerste deelnemers van je onderzoek
Sneeuwbalsteekproef
Wat is het verschil tussen aselecte en niet-selectieve steekproeven?
Selecte: alle mensen binnen een feitelijke populatie hebben evenveel kans om in de steekproef terecht te komen
Niet-selectieve: bestaande groepen of mensen die zich vrijwillig aandienen
Waar gaat de betrouwbaarheid over?
Of de metingen herhaalbaar zijn, de nauwkeurigheid van de meting
Wat is het verschil tussen reproduceerbaarheid en repliceerbaarheid?
Reproduceerbaarheid: je hebt genoeg informatie om het onderzoek te herhalen (met dezelfde data)
Repliceerbaarheid: zijn de resultaten soortgelijk als je het onderzoek zou herhalen (nieuwe data)
Wat is validiteit?
Geldigheid, of je echt meet wat je wilt meten
Welke 4 soorten validiteit zijn er?
- Inhoudsvaliditeit
- Criteriumvaliditeit
- Constructvaliditeit (begripsvaliditeit)
- Face-validity (indruksvaliditeit)
Type validiteit: wordt het begrip volledig en juist gemeten (meetinstrument)?
Inhoudsvaliditeit
Type validiteit: komen uitkomsten overeen met soortgelijke instrumenten, gouden standaard?
Criteriumvaliditeit
Type validiteit: wordt het beoogde concept gemeten?
Construct- of begripsvaliditeit
Type validiteit: het instrument oogt te meten wat het moet meten
Face-validity/Indruksvaliditeit
Welke 2 soorten uitval zijn er? En wat houden ze in?
Niet-selectieve uitval: mensen stoppen met deelname door oorzaken buiten de studie om.
Selectieve uitval: mensen vallen uit door oorzaken gerelateerd aan het onderzoek -> groep niet meer representatief voor de groep waarmee werd begonnen
Welke 3 soorten steekproeven zijn belangrijk en wat houden ze in?
- Systematische steekproef: Systematisch kiezen van bepaalde individuen uit de populatie
Bijvoorbeeld iedere 5 persoon - Gerandomiseerde steekproef: Door willekeurige (aselecte) trekking heeft iedereen evenveel kans op deelname
- Gelegenheidssteekproef: Die mensen worden geselecteerd waar je toevallig toegang tot hebt.
Niet iedereen heeft echter evenveel kans geselecteerd te worden
Wat is een systematisch literatuur onderzoek?
Uitkomsten van de oorspronkelijke onderzoeken worden gebruikt
Wat is een randomised controlled trial?
Een experimenteel onderzoek
Wat is een patiënt-controle onderzoek?
Een grote groep mensen volgen, uitkomsten zijn retrospectief
Waarvoor staat IMRD voor?
Inleiding, methode, resultaten, discussie
Uit hoeveel woorden bestaat een abstract meestal
250
Wat staat er meestal in een tabel
Wat staat er meestal in een figuur
- Waarden van de variabele
- Visuele ondersteuning
Wat betekend precisie
De afwezigheid van toevallige fouten
Een noodzakelijke voorwaarde voor een experimentele studie is:
Dat er behalve de onafhankelijke variabele geen systematische variatie tussen de condities is
Onder uitval van onderzoekseenheden/deelnemers binnen een onderzoek wordt verstaan:
Degenen die oorspronkelijk zijn gestart aan het onderzoek maar niet tot het einde deelnamen
Een bespreking van methodologisch sterke kanten van een onderzoek vind je doorgaans op de volgende plaats in een wetenschappelijke publicatie binnen het IMRD model
In de discussiesectie