E2 Flashcards
welke gebieden zijn de meest verstedelijkte in Europa omstreeks 1300?
Vlaanderen en Noord-Italië
waar ontstaan de steden?
- bij handelswegen (via water en land)
- bij water (dagelijkse noden, voedsel)
- bij burcht / abdij (bescherming en voedsel)
2 soorten stratenpatronen
- romeins stratenpatroon
- middeleeuws stratenpatroon
straatpatroon romeinse stad
Trier; dambordpatroon, parallelle straten, structuur
straatpatroon middeleeuwse stad
Brugge; stad ontstaat op centraal plein waar handel gebeurt, geen structuur
beschrijf de relatie tussen temperatuur en bevolking
temperatuur stijgt -> bevolking stijgt; betere landbouwomstandigheden
laken
exportproduct; vervilte wollen stof (afkomstig schaap)
wie zijn de stedelingen?
handelaars en ambachtslieden
tot welke stand behoren de handelaars en ambachtslieden?
de derde stand
waarnaar verwijzen straatnamen als Vismarkt, Veemarkt?
mensen met eenzelfde beroep vestigen zich in elkaars buurt
wat winnen de stedelingen geleidelijk aan?
vrijheid, met behulp van vorst
wat staat er op een stadskeure?
alle rechten en plichten van inwoners van stad
waar wordt de stadskeure bewaard?
in toren van Belfort
had iedere stad zijn eigen stadskeure?
ja
waarvoor diende het belfort
- de stadskeure werd er bewaard
- stormklok in toren waarschuwt inwoners voor gevaar (oprukkende vijand, brand,…)
- markthallen gebruikt als opslagplaats en verkoopruimte
synoniem markthallen
lakenhallen
waaruit werden huizen gemaakt
hout en leem = brandgevaar
hoe werd de stad beschermd?
stadsmuren
waarom groeien de Vlaamse steden zo snel?
- grote landbouwopbrengsten; drieslagstelsel, paard ipv os, betere bemesting
- export Vlaamse laken (= vervilte wollen stof van schaap)
hoe krijgen de stedelingen meer vrijheden?
de stedelingen krijgen van de graaf meer vrijheden opgetekend in de stadskeure
waarom verliezen de vorsten hun macht bij de invallen van de 9e en de 10e eeuw?
De vorst biedt geen bescherming aan hun vazallen of leenmannen, edelen en andere leenheren doen dit wel, door de lokale bevolking te beschermen in hun burcht of kasteel.
illustreer de toegenomen macht van de steden met twee concrete voorbeelden.
- stedelingen dringen rechten en vrijheden af aan hun heer => stadskeure.
- stedelingen zullen zich verenigen in staten of standenvertegenwoordiging samen met 1e en 2e stand -> vorst verliest veel macht
leg uit hoe de invallen van de Noormannen de decentralisatie in de hand gewerkt hebben.
de vorsten slagen er niet altijd in hun grondgebied te beschermen tegen invallen. de bevolking zoekt bescherming in andere plaatselijke gebieden.
De middeleeuwse steden ontstonden dankzij een wisselwerking van factoren. Wat was precies de wisselwerking tussen de verbeteringen in de landbouw en de heropleving van de steden in Europa rond 1000?
- betere landbouwtechnieken (drieslagstelsel,…) -> meer voedsel = stijging bevolking
- mensen niet allemaal nodig op velden -> overschot verkopen in steden
- door verkoop goederen en voedsel heropleving van stad