Descriptions Flashcards
noir
zwart
blanc
wit
jaune
geel
rouge
rood
vert
groen
bleu
blauw
un bus noir
een zwarte bus
un bus blanc
een witte bus
un train rouge
een rode trein
un train jaune
een gele trein
un téléphone vert
een groene telefoon
un téléphone bleu
een blauwe telefoon
un petit bus
een kleine bus
deux petits bus
twee kleine bussen
un train rapide
een selle trein
trois trains rapides
drie snelle treinen
cinq vieux téléphones
vijf oude telefoons
j’ai une grande télévision
ik heb een grote televisie
j’ai deux petites télévisions
ik heb twee kleine televisies
j’ai une connexion internet rapide
ik heb een snelle internetverbinding
j’ai une connexion internet lente
ik heb een trage internetverbinding
j’ai un nouveau téléphone
ik heb een nieuwe telefoon