Chapter 2 Flashcards
(recht/links) afslaan
to turn (right/left)
alternatief
alternative
autosnelweg
highway
autoweg
highway
barman
bartender
bedanken
to thank
behoorlijk
quite
bestuurder
driver
blij
happy
blijken
to seem, to appear
bocht
curve
bord
traffic sign
bromfiets
motorbike
controleur
inspector
cursus
course
dagelijks
daily
dichtdoen
to close
dronken
drunk
duidelijk
clear
eenrichtingsweg
one-way road
eind
end
entreeprijs
admission
feestdag
public holiday
fietser
cyclist
fietspad
bicycle path
geldig
valid
gesloten
closed
Hemelvaartsdag
Ascension Day
hinderen
to be in the way
hoelang
how long?
kerstdag
Christmas
Konningsdag
King’s Day
kruispunt
crossing
kwartier
quarter of an hour
kwijt
lost
kwijtraken
to lose
les
class/lesson
links
left
linksaf
to the left
mogelijk
possible
net als
just like
omroepen
to announce
onbekend
unknown
onderweg
on the way
onverplicht
not mandatory
openingstijd
opening hours
opletten
to watch out
paasmaandag
easter Monday
pinkstermaandag
Pentecost
plaatje
picture
plattegrond
street map
rangtelwoord
ordinal number
rechtdoor
straight ahead
rechterhand
right hand
rechts
(to the) right
rijbaan
lane
rijrichting
traffic direction
ritje
ride
roepen
to call
rug
back
sluiten
to close
spannend
exciting
stappen
to go out
stellen
to ask (a question)
stoplicht
traffic light
tijdens
during
trottoir
sidewalk
vallen
to be on a certain date
verbod
prohibition
verplicht
compulsory
vervoersmiddel
vehicle
vervoersbewijs
ticket
vlak bij
near, close to
vlak voor
right before
vlakbij
nearby, close
voetpad
footpad
volwassene
adult
waarnaartoe
where to
weekendje
weekend
weg
road
wijzen
to point at
zichtbaar
visible
zorgen voor
to take care of
zwartrijder
fare dodger