24/7 Flashcards
Horizon
Denkbeeldige grenslijn tussen het aardoppervlak en de hemel
Hemelkoepel
Hemel boven de horizon lijkt zich als een halve bol boven de waarnemer uit te strekken
Zenit
Punt op de hemelkoepel loodrecht boven de waarnemer
Magnetische declinatie
De hoek tussen het magnetische en het geografische noorden voor een bepaalde plaats op het aardoppervlak
Dagboog
Een boog die een hemellichaam (de zon) tijdens zijn schijnbare beweging langs de hemel beschrijft
Culminatiehoogte
Het moment op de dag waarbij de zon haar hoogte punt bereikt
(Noordelijke) hemelpool
Een punt aan de hemelkoepel in het verlengde van de geografische noordpool
Poolshoogte
De hoogte van de hemelpool boven de horizon
= geografische breedteligging van de waarnemer
Circumpolair
Volledige cirkelbeweging boven de horizon kan worden waargenomen
Aardas
Denkbeeldige middellijn die van de geografische noordpool naar de geografische zuidpool loopt
Sterrendag
De tijd tussen 2 opeenvolgende culminaties van een verafgelegen ster = 23u56’04”
Dagzijde
Deel van de aarde dat naar de zon gericht is
Nachtzijde
Deel van de aarde dat geen zonlicht zal ontvangen
De zonnetijd
De stand van de zon aan de hemelkoepel gebruiken om de lokale tijd te bepalen
Zonetijd
De tijd die gebruikt wordt binnen een bepaalde zone
Meridiaan van 180°E (of W)
De grens waar de theoretische uurgordels UTC +12 en UTC-12 elkaar ontmoeten
Zonnedag
De periode waarna de zon weer boven dezelfde meridiaan staat
Geografische noorden
De richting van de geografische noordpool, een vast punt op het noordelijk halfrond waarin alle lengtelijnen of meridianen elkaar snijden
Polaris/Poolster
De enige ster die nagenoeg onbeweeglijk aan de hemel lijkt te staan en in het noordelijk halfrond dus altijd het geografische noorden aanwijst
Aardrotatie
De beweging van de Aarde rond de aardas
Magnetische noorden
Het veranderlijke punt waar een kompasnaald verticaal naar beneden wijst